Een F1-auto heeft geen remlicht, maar wel een rood knipperend achterlicht dat cruciaal is voor de veiligheid. Dat lampje doet meer dan je denkt: het waarschuwt, signaleert en voorkomt botsingen.
De functie van achterlicht op een Formule 1-auto is dus veel belangrijker dan het op het eerste gezicht lijkt. Zeker bij slechte weersomstandigheden of tijdens energieterugwinning maakt dit lampje het verschil tussen veilig racen en een potentieel incident.
Het eerste en meest voor de hand liggende doel van het achterlicht is zichtbaarheid. In regenraces activeert de wedstrijdleiding het licht op alle auto’s.
Zo kunnen achteropkomende coureurs, ondanks het opspattende water, blijven zien waar hun voorganger rijdt. Het lampje is felrood en zit laag bij de grond: precies op 30 centimeter hoogte.
In regenachtige omstandigheden is het immers soms lastig om in te schatten of er iemand voor je rijdt en hoever je daar vanaf rijdt. Daarom is het voor de veiligheid mogelijk om het licht constant te laten branden.
Sinds enkele jaren zijn er zelfs extra lichten op de achtervleugel geplaatst, om de zichtbaarheid nog verder te vergroten. Deze verlichting is vooral effectief tijdens zware regenval of schemering, en wordt in 2026 nog helderder gemaakt.
Signaal voor energieterugwinning via ERS
Een minder bekende, maar minstens zo belangrijke functie van het achterlicht is de waarschuwingsrol tijdens energieterugwinning. Wanneer een F1-auto energie harvest via het ERS-systeem, knippert het achterlicht automatisch.
Dat betekent concreet: de auto levert tijdelijk minder vermogen, en accelereert dus trager dan normaal. Achteropkomende coureurs weten zo dat ze mogelijk snelheid verliezen ten opzichte van de auto vóór hen — en kunnen daarop anticiperen.

Als het lampje knippert, betekent dat dat de auto wat trager is dan gebruikelijk. Dit komt door het ‘harvesten’ van energie met het ERS. Een volgende coureur kan daarop anticiperen als hij het licht ziet knipperen.
Op circuits waar veel korte rechte stukken zijn, is die waarschuwing extra belangrijk. Zeker bij gevechten in het middenveld waar het vaak krap is, kan zo’n knipperlicht cruciale informatie geven.
Anders dan straatauto’s hebben Formule 1-wagens geen traditioneel remlicht. Dat lijkt misschien onlogisch, maar het heeft alles te maken met hoe F1-coureurs remmen. Ze gebruiken niet alleen het rempedaal, maar ook technieken als ‘lift and coast’ (gas loslaten) of motorremmen.
Een standaard remlicht zou in dat geval juist voor verwarring zorgen. Het zou namelijk niet altijd accuraat aangeven wanneer de auto echt vertraagt — met potentieel gevaarlijke situaties tot gevolg.
Daarom heeft de FIA ervoor gekozen om het knipperende achterlicht als universeel waarschuwingssignaal te gebruiken, in plaats van een variabel en onbetrouwbaar remlichtsysteem.
Nieuwe veiligheidsregels vanaf 2026
In 2025 blijft het systeem zoals het is: één helder centraal achterlicht met ondersteuning via lampjes op de achtervleugel. Maar vanaf 2026 gaat de FIA een stap verder.
Dan komt er extra verlichting op de endplates van de achtervleugel, die helderder en beter zichtbaar zal zijn dan de huidige lampen.
“Er komt verlichting op de achterkant van de endplates van de achtervleugel. Deze worden aanzienlijk zichtbaarder dan de huidige.”
De bedoeling? Nog meer veiligheid tijdens races met slechte zichtbaarheid of incidenten op de baan. Met name bij natte sprintraces of nachtraces moet dit het risico op kop-staartbotsingen verder verminderen.
De FIA blijft daarmee vasthouden aan haar visie: innovaties doorvoeren waar het kan, vooral als het om veiligheid gaat.