Carlos Sainz ziet een risico in de nieuwe Formule 1-regels en wil dat de FIA en FOM snel kunnen bijsturen als het energiebeheer uit de hand loopt. Vooral circuits als Melbourne en Jeddah kunnen volgens hem problemen opleveren.
Na de wintertests in Bahrein, afgerond op 24 februari 2026, richt de aandacht zich op de seizoensopener in Australië van 6 tot en met 8 maart. De Williams-coureur waarschuwt dat de bijna 50-50-verdeling tussen verbrandingsmotor en elektrische aandrijving meer vraagt van teams dan vooraf was te voorspellen.
De Formule 1 introduceert in 2026 een ingrijpende wijziging in de powerunit. Het vermogen wordt vrijwel gelijk verdeeld tussen de interne verbrandingsmotor en het elektrische deel. Dat betekent dat energie oogsten en inzetten tijdens een ronde een veel grotere rol speelt dan voorheen.
Volgens Sainz brengt dat extra complexiteit met zich mee. Tijdens de testdagen in Bahrein merkte hij al dat het energiebeheer niet vanzelfsprekend soepel verloopt. Zelfs op dat circuit noemt hij de situatie niet volledig ideaal.
Hij benadrukt dat niemand vooraf exact kon inschatten hoeveel neerwaartse druk en luchtweerstand de nieuwe auto’s zouden genereren. Ook het niveau van energie-inzet dat teams uiteindelijk zouden kiezen, bleek moeilijk te voorspellen.
De combinatie van aerodynamische veranderingen en verhoogde elektrische inzet zorgt ervoor dat teams soms meer moeten liften en coasten op rechte stukken. Dat beïnvloedt het raceritme en de strategie.
Sainz vindt daarom dat de sportleiding ruimte moet laten voor bijsturing als blijkt dat de huidige regels te ver doorschieten. Specifiek wijst Sainz op het stratencircuit van Albert Park in Melbourne.
Daar wordt van 6 tot en met 8 maart de eerste Grand Prix van 2026 verreden. Hij verwacht dat dit circuit zwaarder wordt voor het energiebeheer dan Bahrein.
“Ja, ik denk dat Melbourne zeker uitdagender wordt. Maar ik kan niet zeggen hoe groot de uitdaging is, omdat ik de calibraties in de simulator voor Melbourne nog niet heb gereden om te zien waar we uitkomen.”
Hij geeft aan dat Bahrein mogelijk acceptabel is met enkele aanpassingen, maar zelfs daar noemt hij de situatie nog niet volledig in balans. Circuits met hogere energiebehoeften, zoals Melbourne en mogelijk ook Jeddah, kunnen volgens hem grotere problemen opleveren.
“Mijn boodschap aan FOM en FIA is dat we aan het begin van het jaar een beetje open-minded moeten blijven, voor het geval de regels die we hebben bedacht misschien wat overdreven zijn in de hoeveelheid harvesting of deployment die we per ronde moeten doen.”
Op banen waar lange rechte stukken worden gecombineerd met snelle bochten, kan het energieverbruik per ronde oplopen. Dat vergroot de kans dat teams tegen limieten aanlopen in hun deployment.
Flexibiliteit boven starheid
Sainz benadrukt dat hij geen radicale ommezwaai vraagt. Hij pleit voor flexibiliteit, niet voor het volledig herschrijven van het reglement. De overgang naar deze nieuwe technische formule noemt hij groot en complex.
“Fair play, het is niet makkelijk, want het is zo’n grote verandering dat niemand kon voorspellen hoeveel downforce en drag de auto zou hebben, of welk niveau van deployment teams zouden kiezen.”
Hij voegt daaraan toe dat zijn enige verzoek is om open te blijven staan voor fine-tuning als dat nodig blijkt. Volgens hem moet de sport bereid zijn om het energiemanagementniveau aan te passen als dat het racen en de show ten goede komt.
“Ik zou alleen vragen om flexibel te blijven in plaats van vast te houden aan een bepaald energiemanagementniveau.”
De discussie gaat onder meer over mogelijke aanpassingen van de energielimiet per race. Tijdens tests in Bahrein werd gesproken over cijfers tussen 200 en 300 kW. Ook het verhogen van opladen bij vol gas, van 250 kW naar 350 kW, wordt genoemd als denkbare optie.
De kalender van 2026 begint in Australië en vormt meteen de eerste echte test voor het nieuwe reglement. Pas in racesituatie zal blijken hoe de balans tussen verbrandingsmotor en elektrisch vermogen uitpakt.
Sainz spreekt vanuit zijn rol bij Williams, waar hij na zijn overstap een frisse blik heeft op de regelgeving. Zijn opmerkingen zijn niet bedoeld als kritiek, maar als waarschuwing dat de theorie in de praktijk anders kan uitpakken.
Hij wijst erop dat het doel altijd moet zijn om de categorie aantrekkelijk te houden. Als energiebeheer te dominant wordt en circuits verschillend reageren op de regels, kan dat het spektakel beïnvloeden.
Vooruitkijkend naar 2027 verwacht de paddock dat op basis van data uit 2026 aanpassingen kunnen volgen. De eerste signalen zullen echter al zichtbaar worden in Melbourne en op energie-intensieve banen zoals Jeddah.