De voorsprong van Mercedes roept vragen op nog voordat rivalen echt kunnen reageren. Achter de schermen groeit het vermoeden dat niet alles wordt getoond.
Volgens Otmar Szafnauer kan de dominantie van Mercedes in het nieuwe Formule 1-tijdperk minder toevallig zijn dan het lijkt. En precies daar ontstaat spanning: wat als concurrenten bewust op afstand worden gehouden?
Szafnauer gooit olie op het vuur door openlijk te suggereren dat Mercedes mogelijk niet zijn volledige potentieel laat zien. Hij stelt dat er geluiden rondgaan dat het team de prestaties bewust iets tempert.
Daarmee zou het verschil met teams als Ferrari kleiner lijken dan het daadwerkelijk is. Hij verwoordt het scherp wanneer hij zegt dat Mercedes mogelijk “niet hun ware kaarten laat zien”. Daarmee doelt hij op het fenomeen sandbagging:
Opzettelijk langzamer lijken om strategisch voordeel te behalen. Het doel zou zijn om te voorkomen dat rivalen toegang krijgen tot extra ontwikkelmogelijkheden. Die verdenking hangt direct samen met de nieuwe regels rond motorontwikkeling.
Voor het eerst sinds 2016 heeft de Formule 1 een compleet nieuwe motorformule ingevoerd. De powerunits bestaan nu uit een gelijke verdeling tussen verbrandingsmotor en elektrische energie.
“Ik denk dat er nu wordt gezegd dat Mercedes niet alles laat zien, zodat Ferrari binnen die twee procent blijft.”
Als dat klopt, heeft dat grote gevolgen. Want teams die minder dan twee procent achterstand hebben, krijgen géén extra ontwikkelruimte via de zogeheten ADUO-regeling.
Nieuwe regels beperken inhaalmogelijkheden
De FIA introduceerde de Additional Development and Upgrade Opportunities (ADUO) om verschillen tussen fabrikanten te verkleinen. Het systeem werkt vrij simpel, maar heeft grote impact.
Fabrikanten die meer dan twee procent achterlopen, krijgen ruimte om onderdelen van hun powerunit te verbeteren. Zit het verschil tussen de twee en vier procent, dan volgt één ontwikkelmoment per seizoen. Is de achterstand groter dan vier procent, dan zijn er zelfs twee kansen.
Op papier klinkt dat als een vangnet. In de praktijk ligt het ingewikkelder. De prestaties worden continu gemonitord door de FIA, die bepaalt wie in aanmerking komt voor extra ontwikkeling.
Maar juist daar zit volgens Szafnauer het probleem. Als Mercedes zijn echte snelheid niet toont, blijven concurrenten mogelijk nét onder die grens hangen. En dus zonder extra hulp.
Zelfs als teams ontwikkelkansen krijgen, is er nog een tweede obstakel: geld. Sinds dit seizoen geldt een budgetplafond van 130 miljoen dollar per jaar voor powerunit-ontwikkeling.
Dat betekent dat fabrikanten hun middelen zorgvuldig moeten inzetten. Onbeperkt investeren om een achterstand goed te maken, is verleden tijd. En dat verandert het speelveld compleet.
Szafnauer is daar duidelijk over. Hij stelt dat je “je niet uit een slechte powertrain kunt kopen” als je niet al op het niveau van Mercedes zit. Dat maakt het gat moeilijker te dichten, zelfs met extra ontwikkelmogelijkheden.
Daarnaast komt er ook nog een geleidelijke bevriezing van de motorontwikkeling. Die combinatie – minder geld en minder vrijheid – zorgt ervoor dat bestaande voordelen langer blijven bestaan.
“Die twee dingen zullen hun voordeel behouden aan de powertrain-kant.”
De cijfers ondersteunen de zorgen. Mercedes heeft alle vier de races van het seizoen 2026 gewonnen, inclusief de Sprint in China. Het team staat stevig bovenaan in beide kampioenschappen.
In het rijdersklassement leidt Kimi Antonelli met negen punten voorsprong op George Russell. Daarachter volgt Charles Leclerc op veertien punten van Russell. Bij de constructeurs heeft Mercedes 135 punten verzameld.
Dat is veertig meer dan Ferrari, dat momenteel de belangrijkste uitdager lijkt. Ondertussen blijven vragen hangen. Want als Mercedes inderdaad niet het achterste van zijn tong laat zien, hoe groot is het echte verschil dan?
Szafnauer geeft zelf ook toe dat niet alle details van de regels volledig duidelijk zijn. Hij vraagt zich bijvoorbeeld af of er binnen het budgetplafond nog ruimte is voor extra ontwikkeling bij grote achterstanden.
Hij benadrukt dat teams minimaal twee, vier of meer procent achterstand moeten hebben om überhaupt in aanmerking te komen voor extra upgrades. Dat maakt het systeem strikt en weinig flexibel.
De combinatie van technische regels, financiële beperkingen en mogelijke strategische keuzes zorgt voor een complex speelveld. Teams moeten niet alleen snel zijn, maar ook slim omgaan met wat ze wel en niet laten zien.