Wat er in de simulator gebeurt, geeft het team hoop op een ommekeer die nog niet zichtbaar is op de baan. Na drie races staat de teller op slechts twee punten, en toch klinkt er geen paniek bij Carlos Sainz.
Sterker nog, hij ziet iets wat buitenstaanders nog niet zien. De sleutel ligt niet op het asfalt, maar in een donkere ruimte vol schermen en data. Daar werkt Sainz na elke race intensief verder, op zoek naar antwoorden.
Hij legt uit dat hij na Japan direct terugging naar de simulator, zonder pauze. “Na Japan ging ik meteen terug de simulator in, want waarom niet? We hebben veel werk te doen,” zegt hij. Die extra uren lijken effect te hebben.
Volgens Sainz klopt de correlatie tussen simulator en werkelijkheid steeds beter. Dat is cruciaal voor een team dat midden in een wederopbouw zit. Hij noemt het zelfs een van de belangrijkste investeringen van de afgelopen jaren.
“Ik ben eigenlijk best tevreden met hoe de simulator zich ontwikkelt. Het begint hopelijk zijn vruchten af te werpen.”
Teamgenoot Alex Albon heeft die vooruitgang ook gezien. Samen bespreken ze het in de Williams Team Torque-podcast, waar duidelijk wordt dat dit geen loze woorden zijn, maar een zeldzaam positief signaal.
Toch blijft de realiteit hard. Williams begon het seizoen met achterstanden die moeilijk in te halen zijn. De FW48 kwam te laat klaar en miste zelfs de shakedown in Barcelona, als enige team.
Tijdens de testdagen in Bahrein reed het team wel veel ronden, zelfs net zoveel als McLaren met 414 tot 422 ronden. Maar die kilometers vertaalden zich niet naar prestaties.
In Australië eindigde Sainz als vijftiende, in China pakte hij een negende plek en twee punten, en in Japan viel hij opnieuw terug naar P15. Zijn startposities lagen telkens buiten de top vijftien.
Hij noemde die negende plek in China zelfs een “mini-overwinning”. Dat zegt alles over de situatie waarin het team zich bevindt.
Technische zwaktes worden zichtbaar
De problemen zijn niet vaag of onbekend. Sainz is opvallend eerlijk over de tekortkomingen van de auto en het team. Hij geeft toe dat er nog veel te winnen valt. “Het is meer een realisatie dat er nog meerdere gebieden zijn waar enorme verbetering mogelijk is,” zegt hij.
Het grootste probleem is het gewicht van de auto. De FW48 zit boven de minimumlimiet, wat direct invloed heeft op snelheid en balans. Daarnaast mist de auto downforce, wat vooral in bochten zichtbaar wordt.
Ook intern moest er veel veranderen. Oude werkwijzen, zoals het gebruik van Excel-systemen voor data, zijn aangepakt onder leiding van James Vowles. Het team probeert efficiënter en moderner te werken.
De volgende kans om progressie te tonen komt snel. Van 1 tot en met 3 mei staat de Grand Prix van Miami op het programma, op het circuit rond het Hard Rock Stadium. Voor Vowles is dit meer dan zomaar een race.
Hij ziet het als een meetmoment voor alle inspanningen van de afgelopen weken. Hij schrijft dat het team intensief data heeft geanalyseerd, simulaties heeft versneld en de aanpak heeft aangescherpt. Alles draait om verbetering, stap voor stap.
“Miami is de kans om onze volgende stap vooruit te laten zien. We weten dat we nog niet klaar zijn, maar we willen vooruitgang boeken.”
De coureurs zitten opnieuw in de simulator en het team werkt zelfs aan pitstoptraining. Elk detail telt in deze fase. Ondanks de tegenvallende start blijft Sainz opvallend rustig. Hij kijkt verder dan alleen 2026 en ziet vooral kansen richting 2027.
Hij wist bij zijn komst al dat Williams nog niet op topniveau zat. Toch is hij positief verrast door bepaalde aspecten, vooral door de basis van het ontwerp en de Mercedes-powerunit.
In 2025 eindigde het team nog als vijfde bij de constructeurs met 111 punten en twee podia. Dat laat zien dat er potentie is, al lijkt die nu ver weg.
Sainz gelooft dat het team met gerichte upgrades, zoals gewichtsreductie en meer downforce, weer stappen kan maken. Niet direct naar de top drie, maar wel richting consistentere prestaties.