Fernando Alonso heeft in 2026 voor zes verschillende Formule 1-teams gereden — meer dan welke moderne topcoureur ook. Dat laat meteen zien hoe uitzonderlijk zijn carrière is in een tijd waarin stabiliteit juist de norm is.
Fernando Alonso begon zijn Formule 1-loopbaan in 2001 en reed sindsdien voor zes verschillende teams. Dat klinkt misschien niet extreem, maar in het huidige tijdperk is dat juist opvallend veel.
De trend in moderne F1 is namelijk compleet anders. Coureurs blijven langer bij één team. Denk aan Max Verstappen, die al meer dan tien jaar voor Red Bull rijdt, of Lewis Hamilton, die twaalf seizoenen bij Mercedes bleef. Lange contracten en stabiliteit zijn de norm geworden.
Alonso koos een andere route. Hij wisselde van team wanneer hij kansen zag om te winnen of zich opnieuw uit te vinden. Dat maakt hem geen typische “teamtrouwe” coureur, maar juist een strategische speler. Zijn zes teams zijn:
| Team | Periode |
|---|---|
| Minardi | 2001 |
| Renault | 2003–2006, 2008–2009 |
| McLaren | 2007, 2015–2018 |
| Ferrari | 2010–2014 |
| Alpine | 2021–2022 |
| Aston Martin | 2023–2026 |
Wat opvalt: Alonso keerde zelfs terug naar eerdere organisaties (zoals Renault, later Alpine). Dat laat zien hoe flexibel zijn carrièrepad was. Niet elke wissel was succesvol, maar bijna elke overstap had een duidelijk doel.
Alonso maakte zelden willekeurige keuzes. Zijn overstap naar Renault leverde hem meteen twee wereldtitels op in 2005 en 2006. Daarna probeerde hij bij McLaren opnieuw succes te behalen, al liep dat minder soepel.
Vervolgens koos hij voor Ferrari, waar hij jarenlang dicht bij de titel zat. Elke stap had een strategie:
- Renault: opkomend team → titelkansen
- Ferrari: gevestigde top → jacht op dominantie
- McLaren (tweede periode): comebackpoging
- Aston Martin: nieuw project met groeipotentie
Hij vermeed langdurig blijven hangen bij teams zonder perspectief. Dat onderscheidt hem van veel andere coureurs.
Daarnaast speelde timing een grote rol. Alonso stapte vaak in op momenten waarop teams in ontwikkeling waren. Soms pakte dat goed uit, soms minder — maar het hield zijn carrière dynamisch.
Vergelijking met andere moderne F1-coureurs
Hoewel meerdere coureurs veel teams hebben gehad, komt niemand echt voorbij Alonso binnen de moderne definitie (post-2000 actief).
Hier zie je hoe hij zich verhoudt tot anderen:
| Coureur | Aantal teams | Opmerking |
|---|---|---|
| Fernando Alonso | 6 | Meest veelzijdige topcoureur |
| Sergio Pérez | 6 | Veel teams, maar minder lang actief op topniveau |
| Rubens Barrichello | 6 | Lange carrière, veel wissels |
| Jarno Trulli | 6 | Vooral middenveldteams |
| Nico Hülkenberg | 8 | Meeste teams totaal, maar minder topimpact |
Nico Hülkenberg heeft technisch gezien voor meer teams gereden (acht), maar zijn carrière speelt zich grotendeels buiten de absolute top af. Daardoor wordt Alonso vaak gezien als de “echte” recordhouder binnen de elite.
Ook Sergio Pérez komt in de buurt, zeker met zijn overstap naar Cadillac als zesde team. Toch mist hij de combinatie van titels, lange carrière en topteams die Alonso wel heeft. Het opvallende is dat Alonso’s record waarschijnlijk nog lang blijft staan.
De sport is namelijk veranderd. Topteams houden hun coureurs langer vast. Contracten worden strategischer en vaak voor meerdere jaren afgesloten. Daardoor zie je minder beweging aan de top van het veld. Een paar duidelijke trends:
- Topcoureurs blijven langer bij één team
- Rookies krijgen sneller langdurige contracten
- Middenveldteams wisselen vaker van line-up
Zelfs jongere coureurs bouwen tegenwoordig stabiliteit op. Dat maakt een carrière zoals die van Alonso steeds zeldzamer. Alonso rijdt in 2026 nog steeds voor Aston Martin, met een contract dat tot dat jaar loopt.
Daarna is zijn toekomst onzeker, zeker met de komst van Honda-motoren bij het team. Toch is één ding duidelijk: zijn record draait niet alleen om aantallen. Het gaat om de combinatie van:
- lange carrière
- strategische keuzes
- rijden voor topteams én opkomende teams
Dat maakt zijn zes teams bijzonderder dan het op papier lijkt. De kans dat een moderne topcoureur dit nog overtreft, is klein. De sport is simpelweg veranderd. Stabiliteit wint het van avontuur — en juist daarom blijft Alonso’s carrière zo uniek.