Carlos Sainz was negentien toen hij zijn debuut maakte in de Formule 1 bij Toro Rosso, het team dat bekend staat als de testkeuken van Red Bull.
Hij deelde de garage met een zeventienjarige Max Verstappen – en wist vanaf dag één: wie niet wint, ligt eruit. In een openhartig gesprek kijkt Sainz terug op de mentale uitputting, het constante onderlinge gevecht en hoe het hem uiteindelijk toch sterker maakte.
Wat begon als de droom van elke jonge coureur, werd al snel een harde leerschool. “Het was Max verslaan, of je F1-loopbaan kon direct voorbij zijn.” De sfeer was bikkelhard, de druk immens.
Toro Rosso was volgens Sainz geen traditioneel team, maar een gladiatorenarena. Twee jonge coureurs kregen dezelfde kansen – en dezelfde dreiging.
“Het was het tegenovergestelde van bijvoorbeeld Williams. Je kreeg één jaar om jezelf te bewijzen. Versla je teamgenoot? Dan maak je kans op promotie. Maar verlies je, dan lig je eruit.”
Die teamgenoot heette Max Verstappen. De sfeer was gespannen maar competitief. Alles draaide om wie het snelst kon zijn – in élke sessie.
“Elke vrije training, elke ronde… we gingen er vol in. FP1 voelde als een kwalificatie. Zelfs in de regen, zelfs op onbekend terrein.”
Een van de meest sprekende voorbeelden noemt Sainz de eerste training op Suzuka in 2015. Het regende, de baan was verraderlijk. Toch ging hij voluit – niet voor data, maar om te laten zien dat hij sneller was dan Max.
“Ik ging het asfalt op met intermediates terwijl het eigenlijk full wet was. Aquaplaning, nul grip. Gewoon om te bewijzen dat ik het kon.”
Mentale uitputting, fysieke strijd
Sainz noemt die periode “de meest intense jaren van mijn leven”. Op negentienjarige leeftijd voelde hij de druk van een hele carrière op zijn schouders. Iedere fout kon het einde betekenen.
“Ik herinner me zoveel details van dat jaar. De focus, de stress, het gevecht… Het was uitputtend. Maar het vormde me ook.”
En toch, hij zegt het zonder spijt. De Red Bull-mentaliteit – hard, prestatiegericht, zonder vangnet – bracht hem naar het hoogste niveau.
“Ik zou het zo weer doen. Het heeft me sterker gemaakt. Je leert racen onder maximale druk.”
Het Red Bull-juniorprogramma heeft een reputatie opgebouwd als keihard selectieproces. Sainz bevestigt dat beeld, maar benadrukt ook de effectiviteit ervan. Grote namen als Sebastian Vettel, Max Verstappen en mogelijk Isack Hadjar komen er vandaan.
“Het programma werkt. Het levert wereldklassecoureurs op. Maar het eist ook z’n tol. Je moet mentaal ijzersterk zijn.”
Coureurs als Liam Lawson tonen hoe lastig het is om je staande te houden. Eén fout, één slechte reeks, en je valt buiten de boot. Geen tijd om te settelen.
“Het is geen plek voor twijfelaars. Je móét presteren, anders is het klaar.”
Volgens Sainz was het continu ‘horens vergrendelen’. Hij en Verstappen waren op jonge leeftijd al bezig met mini-oorlogen binnen het team. Niet uit haat, maar uit overlevingsdrang.
“We wilden elkaar constant aftroeven. En ja, dat was slopend. Maar juist dat maakte ons allebei sterker.”
Die mentaliteit heeft Sainz meegenomen naar Ferrari – waar hij inmiddels is uitgegroeid tot een vaste waarde in de top van het veld. En de lessen uit zijn Toro Rosso-tijd? Die vergeet hij nooit.