erwijl sommige fabrikanten miljarden investeren in hybride technologie, ziet Red Bull juist een unieke kans om de sport opnieuw naar zich toe te trekken.
De nieuwe 2026-regels zijn nog nauwelijks ingevoerd of FIA-president Mohammed Ben Sulayem kijkt alweer naar een compleet andere toekomst voor de sport.
De FIA wil uiterlijk in 2031 terugkeren naar V8-motoren, met een voorkeur voor invoering in 2030. Volgens Ben Sulayem ligt die beslissing uiteindelijk volledig bij de autosportfederatie, zelfs als fabrikanten zich daartegen verzetten.
Daarmee opent hij frontaal de aanval op teams en motorleveranciers die zwaar hebben ingezet op de huidige hybride koers. Formule 1 stapte in 2007 over van V10- naar V8-motoren.
In 2014 verdwenen die vervolgens weer ten gunste van turbo-hybride V6-powerunits. Daarmee veranderde niet alleen de techniek van de sport, maar ook het karakter van de auto’s. Fans en coureurs klaagden jarenlang over het verlies van het iconische motorgeluid.
Vooral de overstap naar stillere hybride systemen werd gezien als een breuk met de identiteit van Formule 1. Die kritiek werd opnieuw sterker toen de sport voor 2026 koos voor een bijna gelijke verdeling tussen elektrische aandrijving en verbrandingskracht.
Ben Sulayem maakt duidelijk dat hij de koers drastisch wil wijzigen. Hij noemt de huidige verhouding van ongeveer 46-54 procent tussen verbrandingsmotor en elektrische kracht te extreem en wil terug naar een veel eenvoudiger concept met minimale elektrificatie.
“V8 komt ereaan.”
Die uitspraak van Ben Sulayem laat weinig ruimte voor interpretatie. Volgens hem kan de FIA in 2031 zonder stemming van de fabrikanten de regels aanpassen. Alleen voor een eerdere invoering in 2030 is brede steun nodig.
Bij Red Bull Racing wordt de mogelijke terugkeer van V8-motoren opvallend positief ontvangen. Teamchef Laurent Mekies ziet juist voordelen in de onzekerheid die de nieuwe regels veroorzaken.
Dit seizoen rijdt Red Bull voor het eerst met een volledig intern ontwikkelde powerunit via Red Bull Powertrains, in samenwerking met Ford. Dat project geldt als een enorme uitdaging, omdat het team vanaf nul moest beginnen met de ontwikkeling van een eigen motorprogramma.
Volgens Mekies ligt Red Bull qua powerunit-prestaties nog achter op Mercedes. Toch noemt hij het huidige niveau veelbelovend. Hij zegt dat het team “een fenomenale job” heeft geleverd om direct competitief te zijn tegen gevestigde fabrikanten.
Juist omdat Red Bull nog geen lange geschiedenis heeft als motorleverancier, voelt het team zich volgens Mekies flexibeler dan concurrenten. Hij noemt de mogelijkheid van een nieuwe motorformule zelfs “een nieuwe uitdaging” waar Red Bull enthousiast van wordt.
Daar komt nog iets bij. Ford beschikt over enorme ervaring met V8-motoren, onder meer via de Mustang-programma’s. Mekies verwees daar zelf opvallend luchtig naar toen hij zei dat hij dagelijks in Milton Keynes in een Ford Mustang V8 rijdt.
“We beginnen mogelijk eerder.”
Die opmerking klinkt bijna speels, maar binnen de paddock wordt ze serieus genomen. Red Bull en Ford zouden door hun bestaande V8-kennis sneller kunnen schakelen dan fabrikanten die volledig afhankelijk zijn van complexe hybride technologie.
De 2026-regels liggen nu al onder vuur
De ironie is opvallend. Formule 1 introduceerde juist in 2026 een compleet nieuwe generatie powerunits die duurzamer en technologisch geavanceerder moesten zijn. De sport behoudt daarbij de 1.6-liter V6-verbrandingsmotor, maar schrapt de ingewikkelde MGU-H-systemen.
Tegelijk stijgt het aandeel elektrische kracht naar ongeveer vijftig procent van het totale vermogen. De auto’s rijden bovendien volledig op duurzame synthetische brandstoffen. Fabrikanten als Mercedes en Red Bull hebben hun ontwerpen al aangepast op die nieuwe realiteit.
Technisch bevatten de nieuwe motorconcepten geavanceerde verbrandingskamers en compressieverhoudingen tot 16:1 bij kamertemperatuur. Teams investeren honderden miljoenen dollars in de ontwikkeling van deze technologieën.
Toch klinkt er veel kritiek vanuit coureurs. Vooral Max Verstappen uitte zorgen over de complexe energiemanagementsystemen en het veranderde karakter van de auto’s.
Veel coureurs vinden dat het racen minder natuurlijk aanvoelt door de zware focus op batterijbeheer. Die kritiek voedt nu het momentum achter de terugkeer van V8-motoren.
De FIA ziet daarin niet alleen een manier om kosten te verlagen, maar ook om de sport aantrekkelijker te maken voor fans. Een belangrijk moment in de discussie kwam in 2023 van Sebastian Vettel.
De viervoudig wereldkampioen reed toen met een aangepaste Red Bull RB7 op de Nürburgring, aangedreven door duurzame brandstof.
Dat optreden maakte veel indruk omdat het bewees dat klassieke V8-geluiden gecombineerd kunnen worden met moderne synthetische brandstoffen. Vettel reed datzelfde jaar ook met de McLaren MP4/8 uit 1993 tijdens het Goodwood Festival of Speed op duurzame brandstof.
Voor veel fans voelde dat als een herinnering aan wat Formule 1 volgens hen verloren heeft. Het harde, rauwe geluid van de motoren werd direct gekoppeld aan emotie, snelheid en spektakel.
Uit onderzoeken binnen de sport blijkt volgens de aangeleverde informatie dat ongeveer 65 tot 70 procent van de fans voorstander is van een terugkeer van V8-motoren. Vooral het geluid en de eenvoud van de techniek worden genoemd als grote voordelen.
Tegelijk probeert de FIA duidelijk te maken dat duurzaamheid niet volledig verdwijnt. De nieuwe V8-generatie zou blijven draaien op CO2-neutrale synthetische brandstoffen, terwijl een klein deel elektrische ondersteuning behouden blijft.
Niet iedereen staat echter te springen om de nieuwe plannen. Mercedes-AMG Petronas Formula One Team-teambaas Toto Wolff waarschuwt dat Formule 1 moet oppassen om de aansluiting met de moderne auto-industrie niet te verliezen.
Volgens Wolff zou een volledige terugkeer naar puur verbrandingsvermogen in 2030 of 2031 “belachelijk” kunnen overkomen in een wereld die juist inzet op elektrificatie en duurzaamheid. Hij pleit daarom voor een balans tussen traditionele motorbeleving en moderne technologie.
Mercedes ziet juist kansen in verdere ontwikkeling van hybride systemen. Wolff suggereert zelfs een combinatie waarbij ongeveer 800 pk uit de verbrandingsmotor komt en nog eens 400 pk uit elektrische ondersteuning.
“We moeten dat in overweging nemen, het vereenvoudigen en er een megamotor van maken.”
Dat standpunt laat zien hoe verdeeld de fabrikanten momenteel zijn. Audi en Honda zouden volgens de beschikbare informatie eveneens tegen een snelle koerswijziging zijn, omdat zij rekenen op een langere levenscyclus van de huidige hybride regels.
Voor die merken dreigt een groot financieel probleem. Fabrikanten investeren naar schatting tussen de 200 en 300 miljoen dollar in de huidige generatie powerunits. Een versnelde overstap naar V8-motoren zou die investeringen sneller verouderen.
Terwijl concurrenten twijfelen, kijkt Red Bull al vooruit naar de volgende stap. Het team verwacht dat een eenvoudiger V8-concept voordelen biedt voor aerodynamica, verpakking en koeling van de auto’s.
Interne simulaties wijzen volgens de beschikbare gegevens op efficiëntiewinsten van 5 tot 8 procent bij V8-prototypes. Dankzij pre-chamber ignition en aangepaste verbrandingskamers zou zelfs een efficiëntieverbetering van 8 tot 12 procent mogelijk zijn.
De voorgestelde 2.4-liter V8-motoren zouden tussen de 800 en 850 pk leveren, gecombineerd met 220 tot 240 kW aan elektrische kracht. Daarmee wordt het systeem veel eenvoudiger dan de huidige hybride generatie.
Red Bull verwacht bovendien minder thermische belasting en een eenvoudiger energieterugwinsysteem. Dat moet leiden tot lagere kosten, minder gewicht en compactere auto’s.
Volgens de prognoses kan dat tegen 2027 zelfs resulteren in drie tot vijf seconden snellere rondetijden op snelle circuits. Red Bull denkt daarnaast aan 5 tot 10 procent hogere topsnelheden door efficiëntere aerodynamische pakketten.