Red Bull wil maar al te graag jonge talenten de kans geven, maar wat doe je als een twintigjarige coureur plots te goed blijkt om te negeren? Het verhaal van Isack Hadjar laat zien dat succes in de Formule 1 niet altijd een zegen is.
Zijn podium in Zandvoort was een hoogtepunt, maar zette ook meteen de schijnwerpers op de vraag die Red Bull al jaren blijft achtervolgen: wat nu met dat tweede stoeltje?
Isack Alexander Hadjar reed in Zandvoort pas zijn vijftiende Grand Prix en pakte daar een P3-podium. Een verdiend resultaat, geholpen door de uitvalbeurt van Lando Norris, maar vooral door zijn eigen constante snelheid.
Hij reed lange tijd op P4, voor beide Mercedessen en beide Ferrari’s. Zonder veel bombarie aan het begin van het seizoen heeft de jonge Parijzenaar een indrukwekkende indruk achtergelaten. Hij is snel, soms té snel om nog langer te negeren.
Hadjar zelf zei over zijn kansen kort en krachtig: “Ik ben klaar voor alles.” Maar wat Red Bull met hem gaat doen, is een ander verhaal. Dat tweede stoeltje heeft al meerdere coureurs versleten. Pierre Gasly, Alexander Albon, Sergio Pérez en Liam Lawson weten hoe genadeloos de druk kan zijn.
Nog maar 20 jaar oud en al rookie van het jaar in de ogen van velen. Zelfs voor Zandvoort waren er weinig twijfels. Hadjar werd gezien als de meest opvallende debutant van 2025. En dat terwijl zijn seizoen begon met een drama in Australië.
Van rampscenario naar doorbraak
Australië was zijn eerste serieuze test. De beelden gingen de wereld over, en iedereen zag hoe zwaar die klap was. Voor een twintigjarige een emotionele mokerslag. Toch krabbelde hij op, sterker nog: hij liet meteen zien hoe veerkrachtig hij was.
Een week later stond China op de kalender, een circuit waar Hadjar nog nooit had gereden. Tot overmaat van ramp was het een sprintweekend: slechts één vrije training, extra druk dus. Zijn teamgenoot Yuki Tsunoda kende het team goed en presteerde sterk.
Toch zette Hadjar in SQ1 direct een teken: P9, voor Tsunoda met anderhalve tiende voorsprong. In SQ2 ging het mis. De bekende lange rechterbocht van Shanghai pakte hem. Geen rondetijd, P15 als startpositie. In de race schoof hij wat op, P13 als eindresultaat, geen punten.
Maar in de kwalificatie liet hij zien wat hij kon. In Q1 P2, vlak achter Norris. In Q2 opnieuw sterk, en in Q3 zelfs een 1:31.079, goed voor P7. Cruciaal detail: meer dan een halve seconde sneller dan Tsunoda.
Vier van de vijf kwalificaties dat weekend was hij sneller dan zijn teamgenoot. Dat weekend bewees dat zijn snelheid geen toeval was. Een rookie die in een sprintweekend zo presteert, trekt de aandacht.
Rookies blinken vaak uit in één ronde, maar zakken in tijdens de races. Consistentie is zelden hun sterkste punt. Toch was dat precies waarin Hadjar zich onderscheidde. Hij hield de auto uit de muur, reed volwassen en bleef stabiel.
Zijn slechtste resultaten? Spa, Canada en Silverstone. In Spa reed hij lang in de punten, maar viel terug door een powerunitprobleem toen de baan opdroogde. In Canada kwalificeerde hij zich nog als P9, maar de race pace was er niet.
In Silverstone werd hij simpelweg van achter aangereden door Kimi, in omstandigheden met nul zicht. Tel je die races, plus Australië, weg, dan finishte hij nooit lager dan P13. Zijn gemiddelde resultaat: P9,2. Het podium in Zandvoort was de kers op de taart.
Emotie en druk
Een podium in je eerste seizoen is altijd speciaal. Hadjar liet openlijk zien wat het met hem deed. Zijn emoties waren zichtbaar, maar hij bleef beheerst. Waar hij in Formule 2 soms nog heetgebakerd klonk op de radio, wist hij dit seizoen zijn emoties te kanaliseren.
Yuki Tsunoda had in zijn beginjaren veel meer moeite met dat aspect. Bij Hadjar lijkt dat al vanaf dag één beter onder controle. Toch stoorde het dat na zijn podium direct de vraag kwam over een Red Bull-zitje. Zoals Hadjar het zelf verwoordde toen Craig Slater hem probeerde quotes te ontfutselen:
“Ik moet gaan, want ik wil dit vieren.” – Isack Hadjar
En daar had hij groot gelijk in. Succes is niet gegarandeerd in deze sport. Nico Hülkenberg kan dat beamen. Laat een jonge coureur genieten van zijn moment, voordat de druk van het grote team hem verzwelgt.
Racing Bulls, voorheen Toro Rosso, heeft zich bewezen als springplank. Het team bouwde een auto waarmee jonge coureurs konden uitblinken. Red Bull verdient lof voor de steun en het geld dat ze in de sport pompen.
Hun juniorprogramma heeft veel carrières mogelijk gemaakt, ook al haalde niet iedereen de Formule 1. Maar de vraag blijft: moet Hadjar in 2026 al naar Red Bull Racing?
Voor het eerst zal de Red Bull-auto niet de handtekening van Adrian Newey dragen. Het is aannemelijk dat Mercedes de beste powerunit zal hebben in die nieuwe regels. De kans dat Red Bull direct een topauto neerzet, is klein. Waarom dan ook nog een jonge coureur in dat stoeltje zetten?
Een stabieler scenario zou zijn: Verstappen en Tsunoda behouden, Racing Bulls laten doorontwikkelen en Hadjar daar ervaring laten opdoen. Het risico om hem te vroeg in de Red Bull te zetten, is groot.
Net als Gasly, Albon en Pérez zou hij verpletterd kunnen worden door de hoge verwachtingen. Voor Hadjar zelf hoeft de haast niet groot te zijn. Hij wordt 21 eind september en heeft nog een lange carrière voor zich.
Het zou verstandiger zijn zijn momentum bij Racing Bulls vast te houden en zijn waarde op te bouwen. 2027 wordt een cruciaal jaar. Dan weten we welke teams de nieuwe regels goed hebben benut.
Misschien opent McLaren een stoeltje, misschien stopt Verstappen, misschien zoekt Mercedes een vervanger. Alleen Ferrari lijkt uitgesloten, met Oliver Bearman als toekomstig gezicht.
Helmut Marko zelf liet zich na de Dutch GP ongekend lovend uit:
“Ik noemde hem al vroeg een kleine Prost. Als hij een nieuw circuit leert, is hij na drie rondjes competitief. Zelfs motorproblemen deren hem niet. Hij zei: ik weet waar de snelheid zit en ik kwalificeer me in de top vijf. En hij deed het ook. Zijn zelfvertrouwen is uitzonderlijk.”