Mercedes begon het nieuwe seizoen met een duidelijke boodschap: het team is meteen competitief. Toch waarschuwt George Russell dat de situatie niet te vergelijken is met de enorme motorvoorsprong die Mercedes had bij de vorige grote reglementswijziging in 2014.
Na de dominante start van het seizoen met een één-twee in de Grand Prix van Australië ontstond al snel de vraag of Mercedes opnieuw een beslissende motorvoorsprong heeft. Volgens Russell is dat niet het geval, omdat Ferrari en Red Bull met hun powerunits dicht in de buurt zitten van de prestaties van Mercedes.
De eerste race van het Formule 1-seizoen 2026 gaf meteen een duidelijk signaal. Mercedes begon het jaar met een indrukwekkend resultaat. Het team behaalde een één-twee in de Grand Prix van Australië.
Daarmee zette Mercedes meteen de eerste benchmark van het nieuwe tijdperk. Deze sterke start zorgde ervoor dat veel waarnemers opnieuw naar de motorafdeling van Mercedes keken. De High Performance Powertrains-divisie van het team heeft namelijk een lange geschiedenis van succes.
Bij eerdere reglementswijzigingen wist Mercedes vaak een grote voorsprong op te bouwen. Vooral bij de introductie van de hybride motoren in 2014 bleek de powerunit van Mercedes aanzienlijk sterker dan die van de concurrentie.
Veel voorspellingen voorafgaand aan het seizoen gingen er daarom vanuit dat Mercedes opnieuw een dominante motor zou bouwen. Russell denkt echter dat de situatie dit keer anders ligt.
Volgens George Russell is de huidige situatie niet te vergelijken met de start van het hybride tijdperk. In 2014 had Mercedes een duidelijke voorsprong op alle andere fabrikanten.
“Ik denk dat het niet te vergelijken is met 2014, omdat Mercedes toen een grote voorsprong had met de powerunit ten opzichte van elke andere fabrikant, en er geen team met een Mercedes-motor was dat kon concurreren.”
In 2026 ligt dat volgens hem anders. De concurrentie heeft duidelijk stappen gezet met hun eigen motorprogramma’s. Ferrari heeft bijvoorbeeld een lange geschiedenis van succes als motorleverancier in de Formule 1.
Het team levert al jaren powerunits aan zowel het fabrieksteam als verschillende klantenteams. Ook Red Bull heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in zijn eigen motorproject. Red Bull Powertrains begon jaren geleden met de ontwikkeling van een eigen powerunit om klaar te zijn voor deze nieuwe reglementen.
Voor Red Bull is het bouwen van een eigen powerunit een belangrijke stap. Het project betekende een nieuwe fase voor het team. Om dit mogelijk te maken startte Red Bull een groot wervingsprogramma.
Daarbij werden meerdere ingenieurs van andere teams aangetrokken. Een belangrijke naam in dat project is Ben Hodgkinson. Hij werkte jarenlang bij Mercedes in Brixworth voordat hij de rol van technisch directeur bij Red Bull Powertrains op zich nam.
Door deze investeringen kon Red Bull zich beter voorbereiden op het nieuwe motorreglement. Ook andere fabrikanten begonnen vroeg met hun ontwikkeling. Audi startte bijvoorbeeld al enkele jaren geleden met de bouw van een eigen powerunit.
Daardoor staan er nu meerdere sterke motorprogramma’s tegenover elkaar. Volgens Russell zorgt dat ervoor dat de prestaties van verschillende powerunits dichter bij elkaar liggen dan vroeger.
De rol van het chassis in de prestaties van Mercedes
Russell denkt daarom dat de sterke prestaties van Mercedes niet alleen aan de motor te danken zijn. Volgens hem speelt ook het chassis van de W17 een grote rol.
“Ferrari en Red Bull lijken een powerunit te hebben geproduceerd die heel dicht bij de onze zit. Op dit moment lijken de verschillen dus vooral van de auto zelf te komen.”
Hij vindt dat het chassis van Mercedes onvoldoende erkenning krijgt in de discussie over prestaties.
“Er wordt veel gesproken over de motor. Natuurlijk is de motor geweldig, maar de auto is ook fantastisch en krijgt niet de waardering die hij verdient.”
Volgens Russell is de W17 een zeer sterke auto gebleken in de eerste races van het seizoen. Een ander belangrijk verschil met 2014 is volgens Russell de rol van klantenteams. In het verleden konden teams met een Mercedes-motor niet altijd op hetzelfde niveau meedoen.
In de huidige Formule 1 is dat anders. Teams met een Mercedes-powerunit hebben de afgelopen jaren laten zien dat ze competitief kunnen zijn.
“De kampioen van de afgelopen twee jaar reed met een Mercedes-motor achterin.”
Daarmee doelt Russell op McLaren, dat met een Mercedes-powerunit races en kampioenschappen heeft gewonnen. Dit laat volgens hem zien dat de motor op zichzelf geen doorslaggevende voorsprong meer oplevert.
Hoewel Mercedes sterk is begonnen, verwacht Russell dat de verschillen snel kleiner kunnen worden. Volgens hem waren sommige teams nog niet volledig in de strijd tijdens de openingsrace van het seizoen.
“Max was vorige week niet in het gevecht, en zijn teamgenoot kwalificeerde zich als derde. Normaal gesproken had je verwacht dat hij ook in dat gevecht zou zitten.”
Die opmerking onderstreept dat Russell rekening houdt met een sterkere concurrentie later in het seizoen. De prestaties van Ferrari, Red Bull en andere teams kunnen volgens hem snel verbeteren.
De verschillen tussen de twee motorreglementen zijn groot. Waar Mercedes in 2014 een enorme voorsprong had, lijkt het veld in 2026 dichter bij elkaar te liggen.
| Aspect | Situatie in 2014 | Situatie in 2026 |
|---|---|---|
| Motorvoorsprong Mercedes | Grote voorsprong op concurrentie | Kleine verschillen tussen fabrikanten |
| Concurrentie | Ferrari en Renault hadden moeite | Ferrari, Red Bull en Audi sterk |
| Klantenteams | Minder competitief | Kunnen meedoen om overwinningen |
Deze vergelijking laat zien waarom Russell denkt dat het huidige seizoen anders zal verlopen. Volgens hem is de Mercedes-motor nog steeds sterk, maar niet langer zo dominant dat de rest van het veld kansloos is.
Het seizoen 2026 lijkt daardoor eerder uit te draaien op een strijd tussen meerdere teams dan op een herhaling van de dominantie die Mercedes in het begin van het hybride tijdperk kende.