Ferrari leek af te stevenen op een droomscenario in Monaco, maar enkele uren later bleef vooral één vraag hangen. Hoe kon een auto die vrijdag nog onaantastbaar oogde plotseling zoveel snelheid verliezen op het moment dat het er echt toe deed?
Lewis Hamilton stond na afloop van de kwalificatie zichtbaar met vraagtekens achter. Ferrari gold vooraf als de grote favoriet voor de overwinning in Monte Carlo, maar zag de kansen op poleposition verdwijnen toen de prestaties van de SF-26 onverwacht terugliepen.
De verwachtingen rond Ferrari waren hoog tijdens het weekend in Monaco. De hoge downforce-eigenschappen van de SF-26 maakten het team volgens velen de voornaamste kandidaat voor de overwinning op het stratencircuit van Monte Carlo.
Dat beeld werd op vrijdag alleen maar versterkt. Ferrari domineerde de eerste trainingsdag. Hamilton en teamgenoot Charles Leclerc bezorgden het team een één-twee in respectievelijk de eerste en tweede vrije training.
Daarmee leek Ferrari volledig in controle van het weekend. Toch veranderde het beeld op zaterdag verrassend snel. Mercedes zette een indrukwekkende stap voorwaarts, terwijl Ferrari juist snelheid leek kwijt te raken.
Uiteindelijk was het rookie Kimi Antonelli die poleposition wist te veroveren. Hamilton moest genoegen nemen met de derde startplaats. Voor hem eindigde Max Verstappen op de tweede positie.
Leclerc zag zijn kansen verdwijnen nadat hij tijdens zijn laatste snelle ronde de vangrail raakte en uiteindelijk vierde werd. Die uitslag stond in schril contrast met de snelheid die Ferrari een dag eerder nog had laten zien.
Juist dat verschil zorgde voor grote zorgen binnen het team. Tijdens de persconferentie na afloop van de kwalificatie gaf Hamilton openlijk toe dat de auto niet meer dezelfde was als op vrijdag.
Volgens de zevenvoudig wereldkampioen zette Ferrari gedurende de nacht een onverwachte stap terug.
Hij vertelde dat het team prestatie verloor tussen vrijdag en zaterdag en dat de auto bij aanvang van de kwalificatie “really in a bad place” was. Dat gevoel kwam niet uit het niets.
Hamilton wees erop dat Ferrari het hele weekend sterk was geweest. Hij genoot van het rijden op het iconische stratencircuit en had het gevoel dat het team op vrijdag juist vooruitgang had geboekt.
Toch veranderde alles toen de kwalificatie begon. De balans van de auto voelde compleet anders aan dan eerder in het weekend.
“We verloren ‘s nachts wat prestaties en vlak voor de kwalificatie was de auto er echt slecht aan toe.”
Dat citaat vatte volgens Hamilton perfect samen hoe plotseling de situatie veranderde voor Ferrari.
Grote aanpassingen nodig om de auto in leven te houden
De problemen werden al vroeg zichtbaar. Hamilton onthulde dat hij in Q1 ongeveer zeven tienden tekortkwam en gedwongen werd om grote wijzigingen aan de voorvleugel door te voeren.
Volgens hem waren die ingrepen noodzakelijk om de balans van de auto enigszins terug te krijgen. Dat was opmerkelijk, omdat Ferrari vooraf nauwelijks grote veranderingen had doorgevoerd.
Hamilton gaf toe dat hij nog niet precies wist wat er misging. Juist daarom wil hij dat Ferrari diepgaand onderzoek doet naar de oorzaak van het prestatieverlies.
Hij sprak zelfs over een noodzakelijke “deep dive” om te begrijpen waarom de auto ineens zo anders aanvoelde dan tijdens de trainingen.
De Brit denkt dat Ferrari door de balansproblemen de kans verloor om mee te vechten voor een plek op de eerste startrij. Dat maakte de teleurstelling alleen maar groter.
Opvallend genoeg wees Hamilton niet direct naar de afstelling van de auto als oorzaak. Volgens hem had Ferrari slechts minimale wijzigingen aangebracht.
Hij benadrukte dat het ging om uiterst kleine aanpassingen. Een millimeter hier, een millimeter daar. Volgens Hamilton waren die wijzigingen te klein om de enorme verandering in rijgedrag volledig te verklaren.
Daarom richt de aandacht zich nu op andere mogelijke oorzaken. De Ferrari-coureur stelde dat het team grondig moet onderzoeken wat er precies veranderde tussen vrijdag en zaterdag.
“We moeten echt onderzoeken wat er veranderd is, want de auto was compleet anders dan voorheen.”
Dat was misschien wel de belangrijkste conclusie van Hamilton na afloop van de kwalificatie.
Hij verklaarde bovendien dat hij plotseling geen vertrouwen meer had in de achterkant van de auto, terwijl die balans eerder in het weekend juist een sterk punt was geweest.
Ondanks alle frustraties zag Hamilton ook positieve punten. Hij had het gevoel dat hij uiteindelijk alles uit de beschikbare auto had gehaald.
Volgens de Brit bevond de SF-26 zich voortdurend op de limiet. Tegelijkertijd reed hij zelf eveneens op de grens van wat mogelijk was. Meer zat er volgens hem simpelweg niet in.
Hamilton erkende daarnaast dat de concurrentie aan het einde van de sessie bijzonder sterke rondetijden neerzette. Vooral Antonelli en Verstappen maakten indruk toen het er echt om ging.
Toch weigert Ferrari de moed op te geven voor de Grand Prix van Monaco. Hamilton sprak de hoop uit dat het team tijdens de race het tempo van de concurrentie kan volgen.
Hij sloot af met een voorzichtige waarschuwing aan de concurrentie. Een goede start kan in Monaco alles veranderen, en volgens Hamilton weet niemand wat er daarna mogelijk is.