Terwijl beide partijen maandenlang met elkaar spraken, bleek de waardering van Alpine een hindernis waar niemand overheen kwam.
Dat maakt deze mislukte overname des te opmerkelijker. Mercedes en Alpine werken vanaf 2026 namelijk wel intensief samen op motorgebied, maar toen het over eigendom ging, liep alles vast.
Flavio Briatore liet weinig ruimte voor interpretatie. Volgens hem lag het probleem niet bij Alpine zelf, niet bij de Formule 1-regels en ook niet bij de toekomstige samenwerking tussen beide merken. De kern van het conflict was volgens hem de prijs die voor het aandelenpakket werd gevraagd.
De achtergrond van de onderhandelingen begint bij Otro Capital. Deze investeerder kocht in december 2023 een belang van ongeveer 24 procent in Alpine voor 200 miljoen dollar.
Sindsdien zijn de waarderingen van Formule 1-teams verder gestegen en ontstond het idee om het belang weer te verkopen. Daardoor kwam een bijzonder aantrekkelijk pakket op de markt.
Binnen de paddock werd het belang gezien als een van de weinige directe mogelijkheden voor nieuwe investeerders om een positie binnen een bestaand Formule 1-team te verwerven.
Mercedes toonde interesse. Ook andere partijen zouden gesprekken hebben gevoerd, waaronder een consortium waarbij Christian Horner betrokken was. Toto Wolff onderzocht namens Mercedes de mogelijkheid om het aandelenpakket over te nemen.
Toch benadrukte Briatore steeds dat deze gesprekken niet door Alpine werden geleid. Volgens hem was het een zaak tussen Otro Capital en de Renault Group, de eigenaar van het team.
Hij maakte daarbij duidelijk dat Alpine geen druk voelde vanuit Renault om een deal af te ronden. De onderhandelingen speelden zich volgens hem vooral af op aandeelhoudersniveau.
“Twee dagen geleden mislukte de overeenkomst en alle onderhandelingen.”
Naarmate meer details naar buiten kwamen, werd duidelijk waar het misging. Otro Capital zou ongeveer 620 miljoen euro hebben gevraagd voor zijn belang van circa 24 procent. Die vraagprijs impliceerde een totale waardering van Alpine van ongeveer 2,58 miljard euro.
Andere bronnen noemden zelfs een prijs van 720 miljoen dollar voor hetzelfde aandelenpakket. In dat scenario zou Alpine op ongeveer 3 miljard dollar worden gewaardeerd.
Mercedes vond die bedragen te hoog. Vanuit financieel perspectief zag het concern onvoldoende investeringswaarde tegenover de gevraagde prijs. Volgens de beschikbare informatie beschouwde Mercedes de waardering als excessief en te risicovol.
Briatore wees eveneens naar de prijs als doorslaggevende factor. Daarbij sprak hij opvallend positief over Toto Wolff.
“Toto was heel eerlijk tijdens alle onderhandelingen.”
Volgens Briatore lag het probleem niet bij Mercedes, maar bij de verwachtingen van de verkopende partij. Daardoor kwam er geen compromis tot stand en liep de deal vast.
Wat veel mensen verwarren: de motordeal staat wél overeind
Het mislukken van de aandelenonderhandelingen betekent niet dat Mercedes en Alpine uit elkaar gaan. Integendeel.
Alpine bevestigde al in november 2024 een meerjarige overeenkomst met Mercedes voor de levering van powerunits en versnellingsbakken vanaf het seizoen 2026. Die samenwerking loopt minimaal tot en met 2030.
De beslissing kwam nadat Renault had besloten de eigen motorontwikkeling voor de nieuwe reglementen van 2026 stop te zetten vanwege de oplopende kosten. Daardoor werd Mercedes de logische leverancier voor de toekomst.
De powerunits worden gebouwd bij Mercedes-AMG High Performance Powertrains in Brixworth. De Alpine-auto’s blijven ondertussen afkomstig uit Enstone, waar het team al jarenlang is gevestigd.
Ook de voormalige Renault-motorfaciliteit in Viry-Chatillon krijgt een nieuwe functie. Die locatie wordt omgevormd tot een Hypertech-engineeringcentrum met een speciale F1-monitoringunit.
Kortom: de technische samenwerking blijft volledig intact. Alleen de eigendomsdeal is mislukt. De chronologie laat zien dat de onderhandelingen over een langere periode plaatsvonden.
Eind september 2024 besloot Renault te stoppen met de ontwikkeling van een eigen motor voor 2026. Niet veel later werd de samenwerking met Mercedes officieel bevestigd.
Vervolgens ontstond interesse in een bredere samenwerking. Mercedes onderzocht de aankoop van ongeveer 24 procent van Alpine. Daarmee had het concern niet alleen een technische relatie met het team gehad, maar ook een strategische positie als investeerder.
Mercedes zag voordelen in een nauwere samenwerking met een fabrieksteam en mogelijke synergieën met de reeds bestaande powerunit-overeenkomst.
Otro Capital hield echter vast aan een waardering die Mercedes niet wilde accepteren. Daardoor kwamen beide partijen lijnrecht tegenover elkaar te staan.
In mei 2026 trok Mercedes uiteindelijk de stekker uit de onderhandelingen. Een maand later verschenen verdere details waaruit bleek dat het prijsconflict de centrale oorzaak was.
Krijg als eerste toegang tot het laatste Formule 1-nieuws