De Formule 1 maakt zich op voor een radicale sprong in 2026, maar één grens zal niet worden overschreden. Terwijl Mercedes-baas Toto Wolff het beeld schetste van auto’s die mogelijk de 400 km/u aantikken, maakt de FIA duidelijk dat die snelheden simpelweg niet aan de orde zijn.
Nikolas Tombazis, technisch directeur bij de FIA, veegt de claim resoluut van tafel. De nieuwe regels zijn ambitieus en vernieuwend, maar bevatten ingebouwde remmen die zulke extreme snelheden onmogelijk maken.
Vanaf 2026 verschijnt een compleet nieuw reglement in de Formule 1. Auto’s krijgen een 1.6-liter V6 powerunit in de rug, gecombineerd met actieve aerodynamica die voor het eerst in meer dan dertig jaar wordt toegestaan.
Het idee is dat auto’s efficiënter, duurzamer en spectaculairder worden, zonder dat het gevaarlijke snelheden oplevert. De aanloop naar deze nieuwe generatie zorgt voor onrust.
Teams en coureurs weten nog niet precies hoe de auto’s zullen reageren op de baan. Simulatoren geven wel een beeld, maar de modellen worden voortdurend aangepast met nieuwe data. Bovendien verandert de motorformule voor het eerst sinds 2014.
Hoewel de V6-architectuur behouden blijft, wordt overgestapt op duurzame brandstoffen en stijgt het aandeel elektrische energie naar bijna 50 procent van het totale vermogen. Dit moet de sport groener maken, maar ook technischer uitdagender voor de teams.
Wolff zet de toon met gewaagde uitspraak
In een interview met Auto Motor und Sport suggereerde Toto Wolff dat de nieuwe motoren zo krachtig zijn dat auto’s theoretisch de 400 km/u kunnen aantikken. Zijn woorden zorgden voor opschudding in de paddock.
Max Verstappen reageerde met een knipoog:
“Misschien haalt Toto’s motor dat. Ik weet het niet. Volgens mij heeft de FIA al vrij duidelijk uitgelegd dat ze dat niet zullen toestaan.”
Carlos Sainz, die de Mercedes-powerunit in de Williams-simulator testte, temperde de verwachtingen eveneens:
“Ik zou willen dat het zo was. HPP doet vast goed werk, maar ik heb die 400 km/u niet gehaald.”
Tijdens de persconferentie in Zandvoort moest Wolff zelf lachen om de opschudding.
“Klinkt goed, toch? Iedereen praat die motoren naar beneden, dus ik wilde iets positiefs zeggen. Als je alle energie in één rechte lijn inzet, kun je misschien 400 kilometer per uur halen. Maar dan houd je geen elektrische energie meer over voor de rest van het circuit.”
Nikolas Tombazis, de man die als technisch directeur van de FIA de regels bewaakt, reageerde direct.
“Ik kan u verzekeren dat er geen snelheden van 400 km/u zullen zijn.”
Hij benadrukte dat Wolffs uitspraak luchtig bedoeld was. Met de huidige kracht en lage luchtweerstand zou zo’n scenario in theorie denkbaar zijn, maar de energiemanagementregels maken dat onmogelijk.
“De manier waarop het energiemanagement is geregeld, maakt dat fysiek en technisch onmogelijk. Wij hebben als FIA behoorlijk wat controle over die regels, en bovendien hebben we altijd de veiligheidskaart achter de hand. We kunnen ingrijpen als dat nodig is, maar we zijn er zeker van dat de regelgeving zulke snelheden niet toestaat.”
Volgens Tombazis zou alleen een totaal gebrek aan beperkingen zulke extreme snelheden mogelijk maken. Maar die realiteit bestaat niet in de Formule 1.
Onzekerheden richting 2026
De eerste test van de nieuwe auto’s staat gepland voor januari op het Circuit de Barcelona-Catalunya, achter gesloten deuren. Tot die tijd werken teams intensief met simulaties.
Coureurs merken daarbij dat de nieuwe auto’s anders aanvoelen, soms zelfs onnatuurlijk. De FIA krijgt feedback van de teams, maar beschikt niet over directe toegang tot windtunnelgegevens of vermogenscijfers.
Tombazis noemt voorspellingen over wie goed of slecht zal presteren daarom pure speculatie. Nieuwkomers zullen een extra steile leercurve hebben, maar voor iedereen geldt dat de overgang zwaar wordt.
“Elke nieuwe regelgeving zorgt aanvankelijk voor grotere verschillen. Dat hoort erbij. Het duurt even voordat iedereen de regels volledig doorgrondt.”
Voor Tombazis draait het 2026-project om twee hoofddoelen. Ten eerste moet het rijden natuurlijk aanvoelen. Coureurs mogen niet verdrinken in complexe energiemanagementsystemen.
“Het is belangrijk dat de rijvaardigheid het verschil blijft maken.”
Ten tweede moeten onnatuurlijke rij-eigenschappen uit de auto’s worden gehaald. Teams signaleren soms vreemde fenomenen in de simulatoren, maar dat proces is nog volop in ontwikkeling.
Nieuwe regels zorgen bovendien altijd voor een lichte prestatievermindering. Zonder dit soort ingrepen zou de sport elk jaar sneller worden, met alle risico’s van dien.
“Een coureur die uit een snelle auto stapt en in een iets tragere auto instapt, zal niet zeggen dat hij blij is. Maar dat hoort erbij. De huidige opmerkingen zijn vaak prematuur, omdat de definitieve auto nog niet bestaat.”