Alpine sluit een moeilijk seizoen af aan de onderkant van het constructeurskampioenschap, maar achter de schermen gebeurt er meer dan de resultaten doen vermoeden.
Terwijl andere teams racen om punten, werkt Alpine al maanden aan de toekomst – aan een auto die het fundament moet leggen voor herstel: de Alpine A525.
Hoewel de A525 veel DNA deelt met zijn voorganger, zit het ontwerp vol subtiele maar slimme verbeteringen. De beelden die vroeg in het seizoen opdoken, boden een unieke kans om letterlijk onder de huid van de auto te kijken.
Zelden kregen fans en analisten zo’n gedetailleerde blik op het kale chassis, de ophanging en de interne koelstructuren van een moderne Formule 1-auto.
Aan het begin van het seizoen liet Alpine een reservechassis onbeheerd achter, bedoeld voor reddingsoefeningen van de marshals. Voor fotografen en ingenieurs was dat een goudmijn.
Het kale frame van de A525 liet precies zien hoe de Renault-powerunit in de achterzijde schuift — een cruciaal onderdeel van de totale integratie tussen motor en chassis.
De ophanging is opgebouwd rond een Belleville-veermechanisme, dat zich tussen de voorste vloerstructuur (de ‘bib’) en het chassis bevindt.
Deze veerconstructie zorgt voor extra stijfheid zonder dat de auto te hard wordt over hobbels, wat essentieel is voor de balans tussen aerodynamische efficiëntie en rijcomfort.
Ook opvallend is de positie van de lower side impact structure, een veiligheidsbalk die lager ligt dan bij veel concurrenten. Boven die structuur is de P-vormige luchtinlaat in de sidepod duidelijk zichtbaar — een compromis tussen luchtstroomoptimalisatie en koeling van de interne radiatoren.
Aerodynamica en buitenzijde
De A525 lijkt bescheiden van buiten, maar de aerodynamische verfijning is indrukwekkend. De auto gebruikt opwaarts gebogen luchtgeleiders in de randvleugel van de vloer — zogenaamde strakes — die de luchtstroming onder de auto stabiliseren.
Aan de achterzijde valt de kleine mini-winglet op, gemonteerd op de steunpylon van de achtervleugel. Deze is precies gevormd naar de kromming van de uitlaat eronder en helpt de warme luchtstroom te geleiden om turbulentie te beperken.
Ook het DRS-mechanisme was te zien voordat de carrosserie werd bevestigd: een compacte actuator die direct boven de vleugelconstructie is geplaatst voor snellere reactie.
Tijdens de Canadese GP testte Alpine bovendien nieuwe voorvleugelpanelen met een andere flaphoogte en kromming, afgestemd op de vereiste downforce van elk circuit. De koelopbouw van de A525 verraadt een focus op stabiliteit en efficiëntie.
Onder de motorcover bevinden zich kleine uitlaatopeningen langs de centrale ‘ruggengraat’ van de auto. Deze dienen om warme lucht gecontroleerd af te voeren zonder de stroming over de achtervleugel te verstoren.
De remmen kregen ook bijzondere aandacht. Foto’s van de voorremmen tonen een dubbele trommelstructuur: de binnenste trommel heeft een opening rond de remschijf waardoor hitte kan ontsnappen via het kaliber en door de buitenste luchtlaag naar buiten.
Bij demontage blijkt dat het kaliber zelf voorzien is van geperforeerde schalen om warmte over meerdere lagen te verdelen. Achteraan is de luchtgeleiding nog complexer.
Tal van kleine vinnen draaien om de binnenbehuizing van de remducts heen, waardoor koude lucht zowel de remmen als de velgen bereikt. Tegelijk wordt warmte afgevoerd om de banden stabiel te houden tijdens lange runs.
Powerunit en integratie
De Renault-powerunit in de A525 is zichtbaar ontworpen met het oog op compactheid. De turbo wordt gevoed via een periscoop-inlaat boven de cockpit, waardoor koelkanalen en radiatoren dichter op de motor konden worden geplaatst.
Deze lay-out vermindert luchtweerstand en maakt het mogelijk het chassis smaller te bouwen aan de achterzijde. Tijdens tests werd de auto bedekt met flo-viz-verf — een fluorescerend vloeibaar pigment waarmee luchtstromen zichtbaar worden.
De verf toonde dat de luchtstroom langs de zijpods en de vloer overeenkwam met de theoretische simulaties, een teken dat de ontwerpafdeling haar CFD-modellen goed wist te vertalen naar realiteit.
Het montageproces van de versnellingsbak en de ophanging, zichtbaar tijdens onderhoudswerk, toont hoe strak de componenten zijn geïntegreerd. De achterste crashstructuur en het subframe zijn bijna één geheel met de transmissie, wat gewicht bespaart en de stijfheid verhoogt.
Binnenin is de stuurinrichting van de Alpine A525 een toonbeeld van moderne F1-techniek. Het compacte stuur bevat meerdere draaiknoppen en schakelaars waarmee coureurs elk aspect van de motor en het chassis kunnen beïnvloeden: van energieterugwinning tot differentieelinstellingen.
Het interieur is overzichtelijk en functioneel, ontworpen voor minimale afleiding. Tijdens testdagen werd ook hier flo-viz aangebracht — niet op het stuur, maar op de vloerpanelen rondom de cockpit, om de luchtcirculatie in dat gebied te monitoren.
Hoewel Alpine in 2025 teleurstellend presteerde, is de A525 een belangrijke stap in de evolutie van het team. De auto combineert bestaande kennis met nieuwe inzichten, en de technische transparantie van dit seizoen geeft een zeldzaam inkijkje in hoe een F1-auto werkelijk in elkaar zit.
Van de vorm van de luchtinlaten tot de structuur van de remkanalen: elk detail toont een team dat nog steeds zoekt naar efficiëntie en precisie. Wat Alpine dit seizoen op de baan tekortkwam, maakt het goed met technologische verfijning en een duidelijk toekomstplan.