Alpine eindigde in 2025 voor het eerst onderaan het Formule 1-kampioenschap. Het team uit Enstone zakte weg in een seizoen vol mislukkingen, motorproblemen en frustratie. Toch was er één constante: Pierre Gasly.
Terwijl alles om hem heen wankelde, bleef hij leveren. De Fransman sloot het jaar af op een schamele achttiende plaats met slechts 22 punten — zijn laagste eindklassering sinds hij fulltime in de Formule 1 rijdt.
Maar paradoxaal genoeg leverde hij misschien wel zijn sterkste seizoen ooit af. In een ondermaatse Alpine wist hij keer op keer het maximale uit zijn auto te persen.
De A525, de auto van 2025, bleek een hoofdpijndossier. Op hobbelige, langzame circuits zoals Singapore zakte de auto volledig door het ijs. Daar kwalificeerde Gasly zelfs als laatste.
De Renault-powerunit deed er nog een schepje bovenop: zwakker dan de krachtbronnen van Mercedes en Ferrari en met weinig vooruitgang gedurende het jaar. Halverwege het seizoen besloot Alpine zelfs om de ontwikkeling van de auto stop te zetten.
Vanaf juni ging alle aandacht naar de nieuwe regels van 2026. Voor Gasly betekende dat dat hij het jaar moest afmaken met een stilgevallen project — een situatie die voor veel coureurs reden zou zijn om af te haken. Hij deed het tegenovergestelde.
Leider tussen de chaos
In zijn achtste volledige Formule 1-seizoen kreeg Gasly voor het eerst de rol van onbetwiste teamleider. Esteban Ocon was vertrokken, en Alpine zette de jonge Jack Doohan naast hem. Die stap pakte niet goed uit.
Doohan worstelde zwaar in de openingsrondes van het kampioenschap en bleef puntloos, terwijl Gasly al vroeg punten scoorde met een zevende plaats in Bahrein en een achtste plek in de sprintrace van Miami.
Na zes races werd Doohan vervangen door rookie Franco Colapinto, maar ook hij kon geen vuist maken.
Gasly bleef ondertussen kalm, gefocust en betrouwbaar. Hij bracht de auto naar de finish, haalde het maximale uit elke kwalificatie, en liet zien wat ervaring en mentale veerkracht betekenen in een crisisjaar.
Zijn resultaten spraken boekdelen. Achtste in Barcelona, zesde op Silverstone, tiende in Spa en Interlagos. En misschien nog indrukwekkender: tien Q3-optredens, of zelfs elf als sprintweekenden worden meegerekend.
Dat is een opmerkelijke prestatie voor een auto die structureel tekortkwam. Waar anderen klaagden of de motivatie verloren, bleef Gasly realistisch en positief. Binnen het team groeide zijn reputatie als anker in een storm.
“Pierre is een heel goede coureur. Hij is een vaste waarde, iets wat extreem belangrijk is als je met jonge coureurs werkt. Hij is ons referentiepunt.”
Nielsen prees vooral Gasly’s houding tijdens de moeilijke weekends.
“Hij blijft gemotiveerd, zelfs als het makkelijk zou zijn om moedeloos te worden. Niemand wil achteraan starten, maar Pierre blijft geloven in het grotere plan. Hij weet dat het lijden van dit jaar bedoeld is voor 2026 — en hij is de eerste die dat intern uitdraagt.”
Dat vertrouwen bleek wederzijds. In september verlengde Gasly zijn contract met Alpine tot eind 2028. Tegen die tijd rijdt het team niet langer met Renault-motoren, maar met Mercedes-powerunits — een stap die de prestaties aanzienlijk moet verbeteren.
De verlenging is een duidelijk signaal: ondanks het rampjaar blijft Alpine bouwen rond Gasly als kern van het project. Zijn rust, ervaring en loyaliteit maken hem de ideale leider voor de wederopbouw.
Pierre Gasly was in 2025 geen racewinnaar, geen podiumklant, en zelden in beeld tijdens de hoogtepunten van het seizoen. Maar in stilte symboliseerde hij iets waar Formule 1-teams vaak naar zoeken: stabiliteit.
Hij klaagde niet, vocht elke ronde, en hield de sfeer in een team dat zwaar onder druk stond. Terwijl Alpine op de bodem van de ranglijst eindigde, bleef hij het morele en sportieve kompas.