Alpine eindigde in 2025 als laatste bij de constructeurs, maar intern ziet het team dat seizoen juist als een onverwachte investering. Juist doordat de auto tekortkwam en resultaten schaars waren, denkt Alpine nu beter voorbereid te zijn op een nieuwe start met Mercedes-kracht.
De vraag waarom Alpine gelooft dat belangrijke lessen uit 2025 zich kunnen uitbetalen met Mercedes-power draait om processen, mensen en mentale weerbaarheid.
Die elementen werden in een extreem moeilijk jaar tot het uiterste getest, en precies daar ziet het team nu zijn winst. Het seizoen 2025 werd voor Alpine al vroeg een overgangsjaar.
et team besloot om de ontwikkeling van de A525 vrijwel stil te leggen en zich volledig te richten op de nieuwe Formule 1-regels voor 2026. Die keuze bleek pijnlijker dan verwacht. Sommige concurrenten bleven tot laat in het seizoen upgrades introduceren, terwijl Alpine dat niet deed.
In combinatie met een Renault-motor die op pure kracht tekortkwam, werd 2025 zowel sportief als mentaal zwaar.
Toch was die pijn niet voor niets. Achter de schermen ontstonden juist ontwikkelingen die volgens Alpine niet zichtbaar waren in de eindstand, maar later wel waardevol blijken.
Pierre Gasly groeit in een verloren seizoen
Een van de grootste lichtpunten was de ontwikkeling van Pierre Gasly. Hoewel hij het minste aantal punten uit zijn Formule 1-loopbaan scoorde, groeide hij uit tot duidelijke leider binnen het team.
Gasly wist kansen te benutten wanneer ze zich voordeden, met onder meer een vierde startplek in Bahrein, een zesde plaats op Silverstone en drie Q3-optredens in de laatste vier races van het seizoen. Dat gebeurde allemaal zonder een auto die structureel competitief was.
Zelf was hij na afloop helder over zijn gevoel. Hij wilde zo snel mogelijk afstand nemen van 2025, maar benadrukte tegelijk dat zijn persoonlijke prestaties sterker aanvoelden dan ooit.
Volgens Gasly dwong juist het gebrek aan prestaties het team om scherper te werken. Omdat Alpine structureel tiende stond, viel er niets te verbloemen. Dat zorgde voor eerlijkere gesprekken en meer objectiviteit.
De communicatie binnen het team veranderde. Er ontstond een cultuur zonder schuldvragen, waarin prestaties open werden besproken en verbeterpunten direct werden benoemd.
Gasly gaf aan dat Alpine in 2025 dieper ging dan ooit in details zoals motorinstellingen, afstellingen, fabrieksoverleg en debriefings. Het team verkende operationele grenzen die eerder niet werden bereikt.
Die intensieve manier van werken leverde in 2025 nauwelijks punten op. Toch gelooft Alpine dat dit precies de basis is die nodig is om in 2026 wél te presteren.
Gasly stelt dat Alpine vaak niet ver verwijderd was van de rest, maar simpelweg aan de verkeerde kant van het middenveld zat. Met betere hardware, en vooral een krachtigere motor, zouden dezelfde processen ineens wél het verschil kunnen maken.
Volgens hem zijn de juiste structuren nu aanwezig om maximaal te presteren zodra de auto daartoe in staat is.
Franco Colapinto bevestigt het leerproces
Teamgenoot Franco Colapinto deelt die analyse volledig. Hij benadrukt dat teams juist het meest leren in moeilijke periodes. Colapinto was vooral onder de indruk van de mentale weerbaarheid binnen Alpine.
Ondanks tegenvallende resultaten bleef het team gemotiveerd, bleef het zoeken naar verbeteringen en gaf het nooit op.
Volgens hem is dat precies de houding die straks, met een competitieve auto, tot resultaten kan leiden. Hij noemt het leerproces van 2025 daarom essentieel voor wat komen gaat.
In 2026 schakelt Alpine over op kracht van Mercedes, een verandering die intern als cruciaal wordt gezien. Met een sterkere motor verwacht het team dat de operationele vooruitgang eindelijk kan worden omgezet in prestaties.
Gasly is daar uitgesproken over. Na acht seizoenen in de Formule 1 telt voor hem nog maar één ding: winnen. Hoe het racen eruitziet, is voor hem ondergeschikt aan het gevecht aan de voorkant van het veld.
Hij wijst erop dat coureurs zich altijd moeten aanpassen aan nieuwe regels en nieuwe motorconcepten. Dat hoort bij de sport, en daarin ziet hij geen obstakel.