De stap naar Red Bull lijkt voor veel coureurs een droom, maar voor Isack Hadjar begon het met twijfel. Achter het succesverhaal schuilt een harde realiteit: de tweede stoel naast Max Verstappen is al jaren een probleempositie.
Nog voordat hij zijn contract tekende, keek Hadjar naar de cijfers en zag iets dat hem niet losliet. De verschillen tussen Verstappen en zijn teamgenoten waren groot, soms zelfs pijnlijk zichtbaar, en dat riep vragen op over zijn eigen kansen.
Hadjar maakte in 2025 zijn debuut in de Formule 1 bij Racing Bulls, het zusterteam van Red Bull. Hij sloot dat seizoen af als twaalfde in het kampioenschap met 51 punten en pakte zijn eerste podium tijdens de Grand Prix van Nederland op Zandvoort.
Die prestaties waren genoeg om indruk te maken binnen Red Bull. Toch ging die promotie niet zonder aarzeling. Al vroeg in het seizoen voelde hij de druk. Hij had weinig kilometers in de Formule 1 en wist dat hij meteen moest presteren.
In zijn eigen woorden gaf hij toe dat hij zich afvroeg of hij het tempo wel zou kunnen bijbenen. “Ik dacht: dit is groot, het grootste kampioenschap. Iedereen gaat voluit. Heb ik de snelheid? Ga ik drie tienden achterlopen?”
Die onzekerheid verdween sneller dan verwacht. Hij zat direct in het ritme en begon zichtbaar te genieten van het racen op het hoogste niveau. Hoewel hij naar buiten toe sprak over stap voor stap groeien, zat er een duidelijk doel achter zijn aanpak.
Hadjar wilde vanaf het begin meer dan alleen meedoen. Hij gaf later eerlijk toe dat hij mikte op een opvallend eerste seizoen. Niet voorzichtig opbouwen, maar meteen laten zien dat hij klaar was voor de top.
“Ik wist dat als ik gewoon mijn werk deed, die promotie zou komen. Dat was eerlijk gezegd mijn doel vanaf het begin.”
“Ik wilde een groot rookieseizoen en naar Red Bull gaan.”
Dat maakt zijn traject opvallend. Waar veel jonge coureurs voorzichtig blijven, koos Hadjar voor een directe aanval op de felbegeerde plek naast Verstappen.
De schaduw van Verstappen
De grootste twijfel zat niet in zijn eigen talent, maar in de geschiedenis van de tweede Red Bull-zit. Sinds 2019 hebben meerdere coureurs moeite gehad om naast Verstappen te presteren.
Pierre Gasly verloor zijn plek na twaalf races in 2019. Alexander Albon kon in 2020 niet overtuigen in kwalificaties. Sergio Pérez hield het langer vol tussen 2021 en 2024, maar zijn contract werd uiteindelijk niet verlengd.
Yuki Tsunoda reed tot eind 2025, maar verdween daarna naar een reserverol. Hadjar keek naar die lijst en trok zijn eigen conclusie. Hij noemde de verschillen tussen Verstappen en zijn teamgenoten zelfs “vreemd”.
Dat zegt genoeg over hoe groot de kloof soms leek. “Je kijkt naar die gaten en denkt: wow, dit is raar.” Toch bleef hij realistisch. Hij wist dat het niveau extreem hoog ligt en dat Verstappen al jaren de maatstaf is binnen het team.
De timing van Hadjar’s promotie speelt een grote rol. In 2026 start de Formule 1 met compleet nieuwe regels, inclusief veranderingen aan de powerunit en aerodynamica. Dat betekent dat alle teams en coureurs opnieuw moeten beginnen.
Voor een nieuwkomer kan dat juist een voordeel zijn. Hadjar zag dat moment als een kans om zonder achterstand in te stappen. In een stabiele periode zou het moeilijker zijn geweest om meteen mee te doen aan de top.
“It would be way easier to step up to Red Bull’s senior team for the start of F1’s rules revolution in 2026.” Die reset maakt 2026 niet alleen spannend voor teams, maar ook voor jonge talenten die zich willen bewijzen.
In 2026 vormt Hadjar dus het duo met Max Verstappen bij Red Bull. Yuki Tsunoda verdwijnt uit de vaste line-up en neemt een reserverol op zich. Bij Racing Bulls komt Arvid Lindblad als opvolger.
De verwachtingen voor Hadjar zijn duidelijk, maar niet eenvoudig. Hij moet omgaan met enorme druk, de reputatie van de tweede stoel en tegelijk presteren tegen een viervoudig wereldkampioen.
De eerste doelen zijn concreet. Hij moet binnen drie tot vier tienden blijven in kwalificaties en regelmatig punten scoren. Een totaal van 120 tot 140 punten in 2026 wordt gezien als een realistische maatstaf.
Daarbij horen ook podiumplaatsen. Minimaal twee in 2026 en een duidelijke groei richting 2027, waar drie tot vijf podia als teken van progressie gelden.