Het weekend in São Paulo had zoveel potentie voor Williams. De auto was snel, de balans goed en de omstandigheden leken ideaal om eindelijk weer punten te pakken. Toch vertrok het team zonder resultaat.
Teambaas James Vowles analyseert in zijn wekelijkse Vowles Verdict waarom het misging, en wat het team geleerd heeft voor de laatste drie races van het seizoen.
Volgens Vowles had de FW47 genoeg tempo om mee te doen in de top tien, maar ontbraken de omstandigheden om dat om te zetten in punten.
“Het is teleurstellend,” zegt hij. “We hadden de prestaties, maar het kwam er niet uit — niet in de sprintrace, en ook niet in de GP.”
Alexander Albon eindigde als elfde, net buiten de top tien. Slechts enkele seconden scheidden hem van een puntenfinish. Tussen hem en de zevende plaats zat echter Nico Hülkenberg.
“Alex finishte slechts seconden achter P7, maar met Hülkenberg tussen hem en de punten zat er niet meer in. Elfde was het maximaal haalbare.”
Voor Carlos Sainz — die door Vowles nog altijd bij naam genoemd wordt uit respect voor zijn rol in de race — zat het weekend er nog sneller op. Een tik in de eerste bocht betekende directe schade aan de voorvleugel, waardoor zijn race feitelijk voorbij was.
“De schade in bocht één was groot. En dat is nu al meerdere keren gebeurd. Drie auto’s duiken één bocht in — dan is het soms gewoon pech.”
De invloed van onvoorspelbaar weer
De São Paulo-weekenden staan bekend om grillig weer, en ook dit jaar speelde dat een rol. Vowles kreeg een vraag van een fan over hoe Williams met zulke omstandigheden omgaat bij het afstellen van de auto.
“Er was regen, maar nooit genoeg om echt volledig nat te rijden. Daardoor is het lastig om het compromis te vinden tussen droog en nat.”
Volgens Vowles durft tegenwoordig bijna geen enkel team grote risico’s te nemen. “Je weet zelden honderd procent zeker dat het de hele tijd nat blijft,” zegt hij.
“Ik herinner me een weekend in Brazilië jaren geleden met 100 procent kans op regen — en het bleef kurkdroog. Als je dan op natte afstelling staat, ben je verloren.”
Teams kiezen daarom meestal slechts kleine aanpassingen, zoals variatie in de achtervleugel of de rijhoogte. “We houden het tegenwoordig subtiel,” zegt hij. “Hooguit een vleugelstandje meer of minder.”
Een andere vraag ging over wat het team precies geleerd heeft van Brazilië. Volgens Vowles leert Williams elk raceweekend iets nieuws over hoe de auto reageert op omstandigheden, afstelling en bandenspanning.
“Je leert elke race. Van Austin tot Brazilië zaten we qua afstelling in het juiste venster. We hadden het tempo, maar konden dat niet altijd omzetten in resultaat.”
Toch is dat volgens hem waardevol. “Elke ervaring creëert een nieuwe correlatie in de data. Dat helpt ons de auto beter te begrijpen.”
Voor de komende races in Las Vegas, Qatar en Abu Dhabi verwacht Vowles dat de omstandigheden Williams dwingen om verder te experimenteren. “Vegas heeft lange rechte stukken en weinig downforce — dat ligt ons goed.
Qatar is fysiek zwaar voor de coureurs en technisch uitdagend. En Abu Dhabi vraagt weer om een heel andere afstelling.”
Strategie en samenwerking met de coureurs
Een van de meest gestelde vragen ging over de strategie. Wie bepaalt die eigenlijk — het team of de coureurs? Volgens Vowles is het een gezamenlijk proces dat begint nog vóór het raceweekend.
“De strategie ontstaat al in de week ervoor. Op woensdag presenteren we de basis aan de coureurs: bandenkeuze, verwachte stops, degradatie. Het is vooral een briefing, geen discussie.”
Pas later, tijdens de trainingen, krijgen de coureurs invloed. “We verzamelen data, passen de modellen aan en simuleren miljoenen scenario’s,” zegt hij. “Tegen het weekend weten we precies wat we verwachten.”
De coureurs hebben daarbij wel degelijk een stem. “Tijdens de meetings voor de race nemen ze deel aan de scenario’s,” vertelt Vowles. “Ze kunnen aangeven welke startband ze willen of hoe ze de slijtage ervaren. Soms passen we de strategie zelfs vlak voor de race nog aan.”
“Het is onze taak om ze mee te nemen in dat proces. Ze zien niet het hele plaatje, wij wel. Daarom moeten we de communicatie zuiver houden.”
Tot slot lichtte Vowles toe hoe Williams zich voorbereidt op de Grand Prix van Las Vegas. Volgens hem is dat een van de meest unieke circuits van de kalender — niet alleen door de neonverlichting, maar vooral door de technische uitdagingen.
“Las Vegas is anders dan alles wat we kennen. De baan, het asfalt, de temperaturen — niets lijkt op een standaardcircuit.”
Het team begon al weken van tevoren met simulaties om het optimale afstelvenster te vinden. “We testen verschillende rijhoogtes, vleugelstanden en bandentemperaturen in onze simulatieprogramma’s,” legt hij uit. “Zo weten we bij vertrek al wat we kunnen verwachten.”
Wanneer de medewerkers vertrekken, ligt het plan al vast. “Iedereen vliegt vroeg in de week, meestal maandag of dinsdag,” zegt Vowles. “De coureurs iets eerder, zodat ze kunnen wennen. Tegen die tijd ligt er een duidelijke strategie klaar om het weekend efficiënt te starten.”