Ferrari heeft bij de ontwikkeling van de SF-26 een ongekend groot deel van zijn technische aandacht gericht op één cruciaal onderdeel. De turbocharger is uitgegroeid tot het hart van de nieuwe powerunit, juist omdat de Formule 1-regels voor 2026 geen ruimte meer laten voor simpele oplossingen.
De reglementswijzigingen voor 2026 betekenen een fundamentele reset van de powerunit-filosofie. Efficiëntie en controle zijn belangrijker geworden dan pure brute kracht, en precies daar ziet Ferrari zijn kans om verschil te maken.
De afschaffing van de MGU-H heeft het speelveld volledig veranderd. Dit onderdeel was jarenlang verantwoordelijk voor het terugwinnen van energie uit uitlaatgassen én voor het actief op toeren houden van de turbo.
Zonder MGU-H ontstaat er automatisch een groter risico op turbolag, vooral bij lage toerentallen. Dat is exact het gebied waar Ferrari met de SF-26 enorme stappen wil zetten.
De introductie van de zogeheten Super MGU-K betekent dat elektrische ondersteuning nu een veel grotere rol speelt. Die elektrische kracht moet het gat dichten totdat de turbo zelf voldoende snelheid heeft opgebouwd.
Strakke FIA-regels dwingen tot micro-optimalisatie
De FIA heeft voor 2026 extreem strikte grenzen vastgelegd voor de afmetingen van turbo-onderdelen. Artikel C5 en clausule 3.5 van het technisch reglement schrijven exact voor hoe groot compressor en turbine mogen zijn.
Voor de compressor geldt een buitendiameter van minimaal 100 en maximaal 110 millimeter. Voor de turbine ligt die bandbreedte tussen 90 en 100 millimeter. Geen enkel onderdeel, inclusief bladen, naaf of afrondingen, mag deze limieten overschrijden.
Deze beperkingen sluiten de klassieke route af waarbij teams simpelweg een grotere compressor monteerden om meer lucht en dus meer vermogen te genereren. Iedereen zit nu in hetzelfde keurslijf.
Omdat de afmetingen vastliggen, verschuift de strijd naar efficiëntie. Ferrari heeft daarom zwaar ingezet op de aerodynamische vormgeving van compressor- en turbinebladen.
Elke millimeter, elke hoek en elke overgang is geoptimaliseerd om luchtstromen zo schoon mogelijk door de turbo te leiden. Het doel is om lucht maximaal te comprimeren met zo min mogelijk warmteontwikkeling.
Die zogeheten adiabatische efficiëntie is doorslaggevend. Minder warmte betekent meer zuurstof in de cilinders en dus een sterkere, constantere verbranding.
Ferrari heeft daarnaast fors geïnvesteerd in geavanceerde materialen. Lichtere componenten verlagen de roterende massa van de turbo, waardoor deze sneller op toeren komt bij weinig uitlaatgas.
Een lagere rotatie-inertie betekent directe winst bij lage toerentallen. Precies daar, waar turbolag normaal gesproken het meest voelbaar is, wil Ferrari zijn voordeel pakken.
De turbo van de SF-26 moet effectief blijven draaien, zelfs wanneer de uitlaatgasstroom minimaal is. Dat is essentieel voor soepele acceleratie en voorspelbare vermogensafgifte.
Nieuwe hybride strategie zonder vangnet
Het verdwijnen van de MGU-H heeft Ferrari gedwongen tot een volledig nieuwe regelsystematiek. De elektrische motor moet nu actief het koppel leveren dat de turbo nog niet kan bieden.
Bij lage toerentallen neemt de elektrische ondersteuning een groot deel van het werk over. Naarmate de turbo sneller draait, wordt die ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Dat vraagt om extreem precieze afstemming.
De overgang tussen elektrisch vermogen en verbrandingskracht moet naadloos verlopen om schokken, onvoorspelbaarheid en bandenslijtage te voorkomen. Een van de belangrijkste doelen van Ferrari is een volledig vlakke en controleerbare koppelcurve.
Coureurs moeten exact weten wat de auto doet bij elke stand van het gaspedaal. Dat is niet alleen belangrijk voor rondetijd, maar ook voor bandenmanagement en vertrouwen. Een grillige vermogensafgifte kan races kosten, zelfs als de piekprestaties hoog liggen.
Voor coureurs als Lewis Hamilton en Charles Leclerc is een voorspelbare gasrespons essentieel om het maximale uit de auto te halen. Op papier oogt Ferrari’s aanpak logisch en doordacht. Maar in de Formule 1 telt uiteindelijk alleen hoe het complete systeem samenwerkt.
De turbo, de verbrandingsmotor en het hybride systeem moeten perfect op elkaar aansluiten. Zelfs een kleine mismatch kan het hele voordeel tenietdoen.
Daarom kijkt Ferrari met spanning uit naar de eerste tests in Barcelona, waar niet alleen prestaties maar ook betrouwbaarheid onder een vergrootglas liggen.