Wat een frisse start voor de Formule 1 moet worden, voelt voor sommige coureurs eerder als een doodlopende weg. Lance Stroll heeft de virtuele versie van de 2026-auto al gereden – en hij klinkt allesbehalve enthousiast.
De Canadees liet weinig aan de verbeelding over na zijn eerste ervaring met de volledig herziene technische reglementen die volgend jaar ingaan. Nieuwe powerunits, verplaatsbare aerodynamica en een radicale energiemix: op papier een revolutie. Maar achter het stuur? Dat voelde volgens Stroll vooral als een stap weg van écht racen.
“Ik reed in de sim… en daarom is het juist zo jammer, aldus Lance Stroll. Het voelt als een wetenschappelijk energieproject, niet als Formule 1.”
De Formule 1 wil met de nieuwe regels groener, efficiënter en technologisch vooruitstrevender zijn. De verbrandingsmotor blijft, maar vanaf 2026 moet de helft van het vermogen uit elektrische energie komen.
Daarbovenop komt het gebruik van volledig duurzame brandstoffen. Aerodynamisch wordt ook het roer omgegooid. Teams krijgen de beschikking over twee modi: X-mode voor minimale luchtweerstand op rechte stukken, en Z-mode voor maximale downforce in bochten.
Het idee is dat deze actieve aerodynamica het inhalen makkelijker maakt – deels ter vervanging van het huidige DRS-systeem. Toch blijken de nieuwe auto’s zwaar en minder wendbaar dan gehoopt. Hoewel het gewicht daalt van 800 naar 768 kilogram, blijft dat ruim boven de 505 kg uit de vroege jaren ’90. En dat voelt, aldus Stroll.
“Zou leuk zijn om weer lichte, wendbare, snelle auto’s te zien. Veel downforce, eenvoudiger. Gewoon racen. Niet al die batterijfocus.”
Simervaring smaakt bitter bij coureurs
Stroll baseert zijn kritiek op zijn rit in de simulator, waarin hij kennismaakte met het 2026-concept. De balans, de feedback, het gevoel — het overtuigde hem niet. Zijn woorden klinken mild, maar zijn boodschap is hard: dit is niet het Formule 1-gevoel waar hij voor tekent.
“Het is een beetje triest. We hebben alle downforce van de auto’s gehaald om het accuverbruik te ondersteunen. Ik weet niet of je dit nog racen kunt noemen.”
Hij erkent dat het voor iedereen hetzelfde zal zijn — en wie zich het beste aanpast, wint. Maar dat maakt het concept niet automatisch beter of leuker.
“Het wordt wie er het best met energie omgaat. Maar ik hou niet van de richting waarin we gaan.”
Stroll geeft toe dat als Aston Martin straks competitief blijkt, de kritiek vanzelf verstomt. Presteren maskeert veel. Toch blijft hij twijfels houden over de kern van het nieuwe format, en of het publiek dat nog herkent als pure F1.
“Als wij de snelste auto hebben en iedereen verslaan, dan hoor je mij niet klagen, zegt hij met een knipoog. Maar dit… dit voelt niet als racen.”
Hij vermoedt dat meer coureurs zich zorgen maken, maar dat ze uit politieke overwegingen minder uitgesproken zijn. Voor Stroll zelf ligt de grens bij het vervangen van spektakel door batterijmanagement.
“Auto’s die schreeuwen, lichter zijn, en minder afhankelijk van energie en powertrains — dát is racen.”
Ondertussen werkt Aston Martin achter de schermen aan het 2026-project met niemand minder dan Adrian Newey aan het roer. Het team wordt vanaf volgend jaar het officiële fabrieksteam van Honda en beschikt over een gloednieuwe fabriek en windtunnel.
Het fundament ligt er dus, en wie weet bouwt Newey weer iets geniaals. Maar zelfs met dat vooruitzicht blijft de vraag hangen: wat als de regels zélf het spektakel beperken?
Voor nu is het duidelijk dat de meningen binnen het veld verdeeld zijn — en dat de 2026-generatie F1-auto’s zich nog flink zal moeten bewijzen. Zowel op de baan als in het hart van de fans.