De huidige motorregels voor 2026 zijn geen toeval. Ze zijn het resultaat van intens overleg dat al begon in 2021 en in augustus 2022 werd goedgekeurd.
Autofabrikanten hadden destijds een stevige vinger in de pap en stuurden aan op een hybride toekomst met meer elektrische componenten. Toch erkent Nikolas Tombazis nu dat die koers niet meer vanzelfsprekend is.
Hij wijst erop dat autofabrikanten destijds overtuigd waren dat verbrandingsmotoren snel zouden verdwijnen. “Ze zeiden dat ze nooit meer een nieuwe verbrandingsmotor zouden maken en volledig elektrisch zouden gaan,” legt hij uit.
Maar die voorspelling kwam niet uit. Elektrificatie groeide wel, maar lang niet zo snel als verwacht. Daarmee valt een belangrijke reden voor de huidige regels deels weg. Tombazis noemt dat ook expliciet en zet daarmee de toon voor het debat dat nu speelt.
“We kunnen niet gegijzeld worden door autofabrikanten die wel of niet willen deelnemen.”
Die uitspraak raakt de kern van het probleem. Want wat gebeurt er als fabrikanten zich plots terugtrekken? De FIA lijkt daar nu een duidelijk antwoord op te willen formuleren. Waar teams vroeger kwetsbaar waren, is dat beeld volledig veranderd.
De invoering van een budgetplafond, een eerlijkere verdeling van prijzengeld en een enorme groei in populariteit hebben de sport financieel sterker gemaakt.
Daarnaast hebben nieuwe commerciële partners hun intrede gedaan, wat de stabiliteit verder vergroot. De noodzaak om fabrikanten koste wat kost binnen te halen, is daardoor minder groot geworden.
Tombazis benadrukt dat de “politieke situatie” compleet is veranderd. Wat ooit een afhankelijkheidsrelatie was, verschuift nu richting een meer gebalanceerde samenwerking. Teams kunnen inmiddels beter op eigen benen staan.
Dat geeft de FIA ruimte om breder naar de toekomst te kijken, zonder zich volledig te laten leiden door de wensen van autofabrikanten. Toch blijft hun aanwezigheid waardevol. Niet alleen financieel, maar ook voor het imago van de sport.
De uitdaging zit dus in het vinden van balans: samenwerken zonder afhankelijk te worden.
Duurzame brandstof als gamechanger
Een van de meest interessante ontwikkelingen is de introductie van volledig duurzame brandstof. Dit zogenaamde “drop-in” alternatief kan direct worden gebruikt in bestaande verbrandingsmotoren.
Dat opent de deur naar een mogelijke terugkeer van traditionele motoren, zonder de milieudoelstellingen uit het oog te verliezen. Wereldwijd rijden er nog altijd zo’n 1,5 miljard auto’s met een verbrandingsmotor.
Die zullen niet zomaar verdwijnen. Duurzame brandstof biedt dus een oplossing die zowel praktisch als toekomstgericht is. Dit idee krijgt ook steun vanuit de paddock.
Mohammed Ben Sulayem hintte al op deze richting, en ook Christian Horner ziet kansen. Horner is opvallend eerlijk over de huidige situatie.
“We hebben per ongeluk een extreem dure en complexe motor gecreëerd.”
Hij pleit zelfs voor een terugkeer naar V10-motoren, mits die draaien op duurzame brandstof. Dat zou niet alleen goedkoper zijn, maar ook zorgen voor lichtere auto’s én het iconische geluid waar fans naar verlangen.
De huidige generatie powerunits is niet alleen technisch ingewikkeld, maar ook extreem duur. Er zijn geen officiële cijfers, maar schattingen wijzen op ontwikkelingskosten rond de 450 miljoen dollar.
Dat bedrag maakt het vrijwel onmogelijk voor onafhankelijke partijen om toe te treden. De sport wordt daardoor automatisch afhankelijker van grote fabrikanten. En precies dat wil de FIA voorkomen.
Tombazis benadrukt dat de sport beschermd moet worden tegen economische schommelingen. Als fabrikanten besluiten te vertrekken, mag dat geen existentiële crisis veroorzaken. De geschiedenis laat zien dat fabrikanten grillig kunnen zijn.
Ze komen en gaan, afhankelijk van economische en strategische belangen. Daarom klinkt de roep om een eenvoudiger en goedkoper alternatief steeds luider. Naast kosten en techniek speelt ook emotie een rol.
Het geluid van de motoren is voor veel fans een essentieel onderdeel van de Formule 1-beleving. Tombazis erkent dat punt. Hij stelt dat het makkelijker is om geluid te verminderen dan om het later weer toe te voegen.
Dat maakt de huidige stille hybride motoren een lastig uitgangspunt. Wanneer oudere auto’s nog eens op de baan verschijnen, merken fans direct het verschil. Het roept nostalgie op en laat zien wat er verloren is gegaan.
Horner verwoordt dat gevoel treffend. Hij geeft toe dat hij het rauwe geluid van vroeger mist en ziet een terugkeer daarvan als een kans om de sport aantrekkelijker te maken.
De discussie gaat dus niet alleen over techniek of geld, maar ook over identiteit. En precies daar ligt de kern van het debat.