Een zesuursrace die eindigt in een overwinning voor Aston Martin, maar tegelijk uitloopt op een complete nachtmerrie voor Lance Stroll. Op Paul Ricard gebeurde alles tegelijk — succes én chaos, in één en dezelfde race.
Voor Stroll werd het een weekend dat begon met hoop, maar eindigde met een stapel straffen en een resultaat dat totaal niet bij zijn snelheid paste.
De overwinning ging uiteindelijk naar de #7 Aston Martin van Comtoyou Racing, bestuurd door Nicki Thiim, Marco Sørensen en Mattia Drudi.
Die zege kwam pas in de laatste minuten tot stand. Met nog negen minuten te gaan pakte Thiim de leiding na een fout van Lucas Auer in de #48 Mercedes. Tot dat moment leek de Mercedes de race volledig onder controle te hebben.
De auto domineerde lange tijd en leek af te stevenen op een zekere overwinning. Maar een late Safety Car veranderde alles. Plots ontstond er een kans voor de achtervolgers. Thiim greep die kans en reed zich door het verkeer heen richting de koppositie.
Eén moment van twijfel bij Auer was genoeg. Terwijl de #7 naar de overwinning reed, speelde zich in de andere Aston Martin een compleet ander verhaal af. Lance Stroll reed in de #18 samen met Roberto Merhi en Mari Boya.
Hun race werd gekenmerkt door fouten en straffen. In totaal liep het team meer dan acht minuten aan penalties op. Dat verschil bepaalde alles. Waar de ene auto vocht om de winst, zakte de andere volledig weg in het veld.
Het contrast kon nauwelijks groter zijn. De problemen begonnen met een incident veroorzaakt door Boya. Dat leverde een stop-and-go penalty op. Daarna volgden meerdere overtredingen.
Stroll kreeg straffen voor het negeren van blauwe vlaggen en het overschrijden van track limits. Die fouten stapelden zich op. In totaal kwam de straf op acht minuten en 25 seconden. Dat betekende dat het team uiteindelijk 12 ronden achterstand opliep.
En daarmee verdween elke kans op een goed resultaat.
Het probleem van overstappen naar endurance
Voor Stroll was dit zijn eerste GT3-race. En dat verschil met Formule 1 werd meteen zichtbaar. In endurance racing draait alles om discipline, verkeer en samenwerking. Vooral blauwe vlaggen spelen een cruciale rol.
Daar ging het mis. Waar F1-coureurs gewend zijn om te verdedigen, moeten ze hier juist ruimte maken. Dat verschil lijkt klein, maar bepaalt in deze races het resultaat. Stroll gaf vooraf al aan dat hij nieuwsgierig was naar GT3-racen.
“Iedereen vindt GT3-auto’s leuk om te rijden.”
Die uitspraak laat zien waarom hij deze stap maakte, maar ook hoe groot het verschil in praktijk is. Opvallend genoeg lag het probleem niet bij de snelheid. In kwalificatie zat Stroll er dicht bij.
Hij reed een rondetijd van 1:54.472, slechts vijf duizendsten langzamer dan teamgenoot Merhi. Het team kwalificeerde zich als 15e overall en 11e in de Pro-klasse. Dat zijn geen topresultaten, maar wel degelijk competitief voor een debutant.
Het onderstreept dat het potentieel aanwezig was. De deelname van Stroll kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Hij gaf zelf aan dat gesprekken met Max Verstappen een rol speelden.
Verstappen, die zelf later in het jaar de Nürburgring 24 uur rijdt, gaf advies over het racen in GT-auto’s. Stroll vertelde dat ze samen bespraken met wie hij contact moest opnemen. Die gesprekken gaven hem het zetje om deel te nemen aan de race.
Dat maakt het verhaal extra interessant, omdat twee F1-coureurs elkaar hier beïnvloeden buiten hun eigen discipline. Het weekend eindigde uiteindelijk in een harde realiteit. De #18 finishte als 15e in de klasse en ver buiten de punten.
Het verschil met de overwinning binnen hetzelfde team maakt het extra pijnlijk. Het laat zien hoe klein de marges zijn in endurance racing. Eén fout kan worden opgevangen, maar meerdere fouten stapelen zich genadeloos op.