Nog geen jaar geleden kroonde de Formule 1 een nieuwe wereldkampioen, maar het voelt alsof dat moment al is weggezakt. Lando Norris won in 2025 zijn eerste titel, maar binnen dagen was de aandacht verschoven.
Dat contrast is opvallend, want hij scoorde de meeste punten en versloeg zijn teamgenoot over het volledige seizoen. Niet om zijn titel te ontkennen, maar om te verklaren waarom die nauwelijks een emotionele afdruk achterliet bij het F1-publiek.
Norris bleef trouw aan McLaren, het team dat hem in 2019 naar de Formule 1 bracht. Ondanks interesse van andere topteams koos hij voor stabiliteit, iets wat hem siert in een sport waarin stoelendans normaal is. In die jaren maakte McLaren grote veranderingen door, waaronder de overstap van Renault- naar Mercedes-motoren vanaf 2021.
Zijn teamgenoten wisselden: Carlos Sainz, Daniel Ricciardo en later Oscar Piastri. In kwalificaties was Norris vaak de sterkere, al verloor hij als rookie in 2019 het onderlinge raceklassement van Sainz. Dat werd gezien als logisch leergeld.
In 2021 en 2022 was Norris duidelijk beter dan Ricciardo, die moeite had met de nieuwe generatie auto’s. Dat patroon herhaalde zich niet volledig met Piastri, die het Norris zichtbaar lastiger maakte.
Toch wist Piastri hem over een volledig seizoen nooit te verslaan, ook niet toen hij tijdelijk voorstond in 2025. Dat onderstreept Norris’ kwaliteit. Hij is snel, consistent en zelden foutgevoelig. Maar juist die eigenschappen maken hem voor veel fans minder opvallend.
De ‘vanilla’ kampioen
Waar eerdere eenmalige wereldkampioenen bekendstonden om extreme persoonlijkheden of legendarische duels, bleef Norris relatief kleurloos. Hij rijdt schoon, wacht zijn moment af en zoekt zelden de rand op.
Dat contrasteert met figuren als Nigel Mansell, Nico Rosberg of Damon Hill, die hun titels wonnen in het oog van stormachtige rivaliteit. Norris’ rijstijl is efficiënt, maar mist spektakel. Dat maakt hem minder zichtbaar in hoogtepunten en virale momenten.
De titel van 2025 kwam mede dankzij een uitzonderlijk sterke McLaren-auto. De MCL39 presteerde op vrijwel elk circuit. Zelfs Max Verstappen gaf aan dat hij met die auto maanden eerder kampioen zou zijn geweest.
Toch liet Norris punten liggen. In meerdere races met de snelste auto wist hij Verstappen of Piastri niet direct voorbij te gaan, waardoor hij tijd en plaatsen verloor. Dat gebeurde vooral vroeg in het seizoen.
McLaren koos bewust voor gelijkwaardigheid tussen beide coureurs. Dat leverde strategische fouten op, zoals in Qatar, waar Norris niet tijdig werd binnengehaald in een race met verplichte pitstops. Hij eindigde daar als vierde en verloor kostbare punten.
Bij een coureur met meer interne macht was zo’n situatie waarschijnlijk anders verlopen. Norris forceerde zijn positie niet, iets wat kampioenen als Verstappen of Lewis Hamilton historisch wel deden. Onder hoge druk liet Norris soms steken vallen.
Canada was een voorbeeld waar hij fouten maakte in de strijd met zijn teamgenoot. Ook waren er kwalificaties waarin hij over de limiet ging en zichzelf tekortdeed. Deze momenten stapelden zich op. Zonder de dominante McLaren-auto was de titel waarschijnlijk buiten bereik gebleven.
Geen race voor de geschiedenisboeken
Een andere reden voor de stilte rond Norris is het ontbreken van iconische zeges. Zijn overwinning in Monaco kwam van start tot finish vanaf pole. Andere zeges waren degelijk, maar niet memorabel.
Vergelijk dat met Hamilton in Brazilië 2021 of Verstappen in Brazilië 2024. Zulke races blijven hangen, ook bij fans van andere coureurs. Een vergelijkbaar moment ontbreekt in Norris’ kampioensjaar.
De Formule 1 is verwend geraakt door dominante figuren. Verstappen groeide uit tot een allesbepalende aanwezigheid, Hamilton deed dat eerder bij Mercedes. Zij combineerden prestaties met autoriteit en uitstraling.
Norris is anders. Hij won zijn titel met consistentie en timing, niet met overweldigende momenten. Dat maakt zijn kampioenschap correct, maar minder meeslepend.
Lando Norris vervulde zijn droom en werd wereldkampioen toen het telde. Maar de omstandigheden vielen precies goed samen: een dominante auto, een team zonder duidelijke nummer één en concurrenten in overgangsfasen.
Dat verklaart waarom zijn titel snel stil werd. Niet omdat hij het niet verdiende, maar omdat hij het won zonder dat de sport even stil leek te staan.