Nog voordat er ook maar één kilometer voor 2026 is gereden, is de toon al gezet. Twee Amerikaanse giganten gebruiken Formule 1 als nieuw strijdtoneel en doen dat niet subtiel. Ford en Cadillac steken elkaar openlijk de maat, waarbij technische geloofwaardigheid en echte betrokkenheid centraal staan.
Die woordenwisseling draait niet om toekomstmuziek, maar om hoe elk merk zichzelf positioneert in het nieuwe F1-tijdperk. De een kiest voor een technisch partnerschap met een topteam, de ander voor een volledige eigen entree als elfde team.
Wat begint als communicatie, voelt inmiddels als een ideologische botsing. Cadillac, opererend onder moederbedrijf GM, betreedt in 2026 de Formule 1-grid als nieuw team.
Dat gebeurt aanvankelijk met Ferrari-motoren, terwijl de eigen GM-powerunit pas vanaf 2029 gepland staat. Ford daarentegen keert terug via een diepgaand technisch partnerschap met Red Bull Powertrains, waarmee het samenwerkt aan een volledig nieuwe powerunit.
De eerste scherpe woorden kwamen van Cadillac-CEO Dan Towriss. Hij omschreef de Ford-deal met Red Bull als een marketingoefening met minimale impact, en benadrukte dat GM juist als aandeelhouder diep in het technische proces zit.
Volgens Towriss is het verschil tussen beide projecten “niet eens dichtbij”. Ford liet dat niet onbeantwoord. Bestuursvoorzitter Bill Ford noemde die uitspraak “patent absurd” en wees op het simpele feit dat Cadillac in 2026 geen eigen motor gebruikt.
Volgens hem is het moeilijk om te spreken van een volwaardig fabrieksproject zolang er met een Ferrari-powerunit wordt gereden. Ook vanuit Ford Performance klonk een duidelijke boodschap.
Will Ford stelde dat de samenwerking met Red Bull Powertrains een bewuste keuze was om samen de beste powerunit in Formule 1 te bouwen. Die ambitie zou volgens hem veel verder gaan dan alleen zichtbaarheid.
Een rivaliteit met meer dan honderd jaar geschiedenis
De felle toon is geen toeval. Ford en GM bevechten elkaar al meer dan een eeuw in de autosport, van NASCAR tot Le Mans en Bathurst. Een van de meest iconische hoofdstukken blijft Le Mans 1966 en 1967, waar Ford met de GT40 Ferrari versloeg na een bittere zakelijke breuk.
In Formule 1 heeft Ford eveneens een rijk verleden. Als motorenleverancier boekte het merk 176 Grand Prix-overwinningen, goed voor een derde plaats op de all-time lijst. De eerste titel kwam in 1968 met Graham Hill bij Lotus, de laatste in 2004 via Jaguar, dat later werd verkocht aan Red Bull.
Voor Cadillac is F1 juist nieuw terrein. Dat maakt deze confrontatie uniek: voor het eerst staan Ford en GM tegenover elkaar binnen hetzelfde Formule 1-kampioenschap. Dat gebeurt bovendien op een moment dat F1 een sterke groei doormaakt in de Verenigde Staten.
De reglementswijzigingen voor 2026 maken de sport aantrekkelijker voor nieuwe fabrikanten. De powerunit blijft een 1.6-liter V6-turbo, maar het thermische vermogen daalt van ongeveer 550 kW naar circa 400 kW.

Tegelijk groeit het elektrische vermogen van de MGU-K van 120 kW naar ongeveer 350 kW. Daardoor wordt ongeveer de helft van het totale vermogen elektrisch geleverd.
De MGU-H verdwijnt volledig, wat de complexiteit verlaagt maar het belang van energiebeheer vergroot. Inhalen gebeurt voortaan via een batterijboost, de zogeheten Overtake Mode, die DRS vervangt en binnen één seconde extra vermogen levert.
Voor Cadillac betekent dit instappen in een sport waar efficiëntie, software en batterijmanagement cruciaal zijn. Voor Ford biedt het een kans om samen met Red Bull vanaf nul een moderne powerunit te ontwikkelen, afgestemd op deze nieuwe balans tussen verbranding en elektriciteit.
De verschillen tussen beide projecten zijn scherp af te bakenen. Ford kiest voor een technische rol als partner van Red Bull, met de volledige ontwikkeling van de powerunit in het Verenigd Koninkrijk.
Cadillac start als zelfstandig team met chassisontwikkeling, maar vertrouwt tot 2029 op motoren van Ferrari. Cadillac benadrukt daarbij zijn positie als equity owner en de directe inzet van GM-ingenieurs vanaf dag één.
Woorden als voorbode van wat komt
Het team telt inmiddels ongeveer 300 medewerkers op het gebied van aerodynamica en simulatie, heeft een windtunnelmodel in testfase en is gestart met onderdelenproductie. Grote sponsors als Tommy Hilfiger en Jim Beam zijn al verbonden.
Ford wijst juist op zijn lange F1-geschiedenis en stelt dat echte impact zit in het bouwen van een winnende powerunit. Mark Rushbrook van Ford vatte het droog samen door te benadrukken dat Cadillac in 2026 simpelweg met Ferrari-motoren rijdt.
De scherpe quotes zijn inmiddels onderdeel van het verhaal geworden. Towriss stelde expliciet dat GM’s betrokkenheid niet te vergelijken is met die van Ford. Bill Ford kaatste terug door te benadrukken dat Cadillac voorlopig geen Cadillac-motor heeft.
Will Ford en Rushbrook onderstreepten dat Red Bull Ford Powertrains is opgezet met één doel: de beste powerunit in Formule 1. Deze uitwisseling voelt als meer dan losse opmerkingen. Het is een positioneringsstrijd, gericht op geloofwaardigheid bij fans, partners en concurrenten.
In een sport waar perceptie en vertrouwen zwaar wegen, is dat geen detail. Dat deze clash plaatsvindt in aanloop naar 2026 is geen toeval. Formule 1 groeit in de Verenigde Staten, met races, fans en fabrikanten die steeds zichtbaarder worden.
Ford en Cadillac spelen daar ieder op hun eigen manier op in, maar doen dat nu openlijk tegenover elkaar.
Wat vaststaat, is dat Cadillac in 2026 als elfde team op de grid verschijnt met Ferrari-motoren, terwijl Ford samen met Red Bull aan een volledig eigen powerunit werkt. Daarmee is de eerste directe F1-confrontatie tussen Ford en GM een feit, nog voordat het startlicht uitgaat.