Haas haalde Esteban Ocon binnen om richting te geven, maar kreeg in 2025 een seizoen vol vragen terug. De ervaren Fransman werd geacht het team te dragen, maar eindigde het jaar achter zijn rookie-teamgenoot. Dat zorgde intern voor teleurstelling, zonder dat het vertrouwen volledig verdween.
Teambaas Ayao Komatsu liet begin 2026 weten dat hij meer had verwacht van zijn leidende coureur. Niet vanuit emotie, maar op basis van cijfers, ervaring en de rol die Ocon binnen het team moest vervullen.
Ocon kwam in 2025 over van Alpine en moest bij Haas de referentie worden. Met tien jaar Formule 1-ervaring, een racezege en meerdere podiums gold hij als natuurlijke leider naast debutant Oliver Bearman.
De realiteit pakte anders uit. Over het hele seizoen scoorde Ocon 38 punten, Bearman 41. In kwalificaties verloor Ocon de onderlinge strijd met 17–11, los van technische problemen. Die cijfers vormden de basis voor de evaluatie van Komatsu.
Volgens de teambaas was dit geen incident, maar een patroon. Naarmate het seizoen vorderde en Bearman sterker werd, kwam Ocon steeds vaker tekort.
Wisselvalligheid en remproblemen
Een belangrijk terugkerend thema was Ocons onvrede over het gedrag van de auto, met name onder remmen. Op meerdere circuits gaf hij aan dat hij het vertrouwen miste om een ronde op te bouwen. Dat leidde tot grote verschillen tussen trainingen, kwalificaties en races.
Komatsu zag die klachten, maar wees erop dat Bearman met dezelfde auto geen vergelijkbare problemen had. Dat bracht hem tot de conclusie dat rijstijl en afstelling een rol speelden. Vooral op circuits als Bakoe liep het verschil uit, waar Ocon in de kwalificatie ver achterbleef.
Volgens Komatsu had Haas daar sneller moeten ingrijpen. Niet door één oorzaak aan te wijzen, maar door sneller patronen te herkennen en oplossingen te testen.
De Haas-teambaas benadrukte dat het niet uitsluitend aan Ocon lag. Hij sprak expliciet van een gedeelde verantwoordelijkheid tussen team en coureur. In sommige weekenden slaagde het team er niet in om Ocon een auto te geven die bij zijn rijstijl paste, vooral op zaterdag.
Dat zorgde voor een sneeuwbaleffect. Een slechte vrijdag leidde tot twijfel, die zich doorzette in de kwalificatie. Volgens Komatsu ontbrak het in 2025 aan snelheid in het proces om zulke situaties om te draaien.
Juist dat vond hij teleurstellend, omdat Ocons potentieel volgens hem onmiskenbaar is. De seizoensfinale in Abu Dhabi liet die tegenstelling scherp zien. Ocon was op vrijdag vier tienden langzamer dan Bearman en sprak openlijk over een gebrek aan controle.
Hij gaf aan zich te voelen als een rookie die geen ronde meer kon samenstellen. Een dag later stond het beeld op zijn kop. Ocon haalde Q3, startte als achtste en reed naar een zevende plaats in de race. Voor Komatsu was dat hét bewijs van Ocons capaciteiten.
Volgens hem liet Abu Dhabi zien wat mogelijk is als alles samenvalt. Tegelijk maakte het duidelijk hoe groot het contrast was met eerdere sessies. Haas had in 2025 beide coureurs nodig om structureel punten te scoren.
Het team wilde stappen zetten in het middenveld, maar liet kansen liggen door het gebrek aan consistentie aan één kant van de garage. Komatsu stelde dat het team in 2026 meer bijdrage nodig heeft van beide coureurs.
Niet alleen pieken op zondag, maar een stabiele basis gedurende het hele weekend. Daarin ziet hij voor Ocon een sleutelrol. De Fransman blijft dan ook onderdeel van de plannen, ondanks de kritische terugblik.
Ondanks de openlijke erkenning dat 2025 niet voldeed aan de verwachtingen, benadrukte Komatsu dat zijn vertrouwen in Ocon intact is. Hij ziet geen structureel probleem, maar een reeks kleine factoren die elkaar versterkten.