De FIA sluit het ground-effect-tijdperk af met een opvallend eerlijke terugblik die weinig ruimte laat voor zelfverheerlijking. Na vier seizoenen vol discussie, ongemak en controverse geeft de autosportbond toe dat cruciale fouten zijn gemaakt bij het opstellen van de technische regels.
Wat in 2022 werd aangekondigd als een frisse start voor de Formule 1, groeide uit tot een periode waarin goede bedoelingen botsten met de realiteit op de baan. En terwijl het seizoen 2026 dichterbij komt, blijft dezelfde leiding aan het roer.
Het ground-effect-tijdperk begon in 2022 met hoge verwachtingen. De nieuwe regels moesten een einde maken aan extreme ‘dirty air’ en het volgen van andere auto’s makkelijker maken.
Het idee was simpel: minder vuile lucht, meer gevechten wiel aan wiel. In theorie zou dat zorgen voor spannender races zonder dat coureurs volledig afhankelijk waren van DRS.
De eerste wintertests zorgden voor enthousiasme. Opvallende ontwerpen, zoals het extreme Mercedes-concept, deden vermoeden dat teams verschillende wegen zouden inslaan. Maar al snel bleek dat de werkelijkheid weerbarstiger was.
Dirty air bleef, DRS werd onmisbaar
Hoewel de situatie iets verbeterde ten opzichte van het vorige reglement, bleef dirty air een groot probleem. Vooral de voorvleugel bleek alsnog veel vuile lucht naar buiten te duwen.
Daardoor werden de voordelen van de nieuwe vloer en achterkant deels tenietgedaan. Auto’s konden dichterbij komen, maar echt aanvallen zonder DRS bleef lastig. De races waren over het algemeen leuker dan voorheen, maar het grote doel werd niet volledig bereikt.
Sommige seizoenen, zoals 2023, werden door veel fans zelfs als grotendeels vergeetbaar gezien. Toch bleef de FIA lange tijd volhouden dat de regels in de juiste richting werkten.
Het meest zichtbare probleem kwam al snel aan het licht: porpoising. De hevige verticale stuiterbewegingen maakten de auto’s moeilijk bestuurbaar en zorgden voor fysieke klachten bij coureurs. Het zag er niet alleen vreemd uit, het was ook gevaarlijk.
Sommige coureurs hadden moeite om na races zelfstandig uit hun auto te stappen. Max Verstappen vatte het probleem later treffend samen tijdens het weekend in Las Vegas, toen hij zei dat zijn hele rug soms “uit elkaar viel”.
Hoewel de ergste vormen later afnamen, verdween het probleem nooit volledig. Nu het ground-effect-tijdperk voorbij is, erkent de FIA openlijk dat er fouten zijn gemaakt. Met name de rol van rijhoogte werd verkeerd ingeschat.
De FIA-directeur voor eenzitters, Nicholas Tombazis, gaf toe dat niemand had voorzien hoe laag teams de auto’s zouden willen afstellen.
“Het feit dat de optimale rijhoogte zo veel lager kwam te liggen, hebben we gemist. Niet alleen wij, maar ook de teams.”
Volgens hem kwam dit pas aan het licht vlak voor de start van het seizoen 2022, toen het al te laat was om de regels aan te passen.
“In alle discussies heeft niemand dat punt aangestipt. Het werd pas heel laat duidelijk.”
Over porpoising was hij eveneens kritisch.
“Ik wou dat we het daar beter hadden gedaan.”
De FIA kreeg de vraag of strengere ophangingsregels het probleem hadden kunnen voorkomen. Tombazis wees dat van de hand. Volgens hem zouden beperkingen aan de ophanging geen doorslaggevend effect hebben gehad.
Ze hadden teams misschien andere opties gegeven, maar geen echte oplossing. De FIA koos uiteindelijk voor een harde aanpak. Teams die hun auto’s te laag afstelden en daarmee hun coureurs in gevaar brachten, liepen risico op diskwalificatie. De boodschap was duidelijk: veiligheid ging boven prestaties.
Skidwear en diskwalificaties
Omdat teams ondanks de risico’s bleven zoeken naar maximale performance, ging de FIA strenger controleren op slijtage van de plank onder de auto. Na elke race werd de slijtage nauwkeurig gemeten. Die controles werden steeds verder aangescherpt gedurende de reglementcyclus.
Dat leidde tot meerdere diskwalificaties. Tijdens de Grand Prix van de Verenigde Staten in 2023 werden Lewis Hamilton en Charles Leclerc uit de uitslag geschrapt. In 2025 volgde de Chinese Grand Prix, waar beide Ferrari-auto’s werden gediskwalificeerd.
Later dat seizoen gebeurde iets vergelijkbaars bij McLaren in Las Vegas. De controles waren tijdrovend en complex, mede doordat teams verschillende vloer- en skidblock-oplossingen gebruikten.
Daardoor kon niet elke auto na elke race volledig worden geïnspecteerd. Tombazis erkende dat strakkere technische regels het probleem mogelijk hadden beperkt. Toch wilde de FIA die kant niet op. Volgens hem is de Formule 1 geen Formule 2.Teams moeten vrijheid houden om te ontwerpen en te innoveren.
Hij gaf aan liever lastige controles achteraf te accepteren dan regels die de ziel uit de sport halen. Ontwerpvrijheid bleef een kernwaarde, ondanks de bijbehorende problemen.
De regels voor 2026 bevatten nog steeds ground effect, maar in veel beperktere vorm. De vloer wordt eenvoudiger en vlakker. Volgens de FIA zal dat de optimale rijhoogte verhogen. Daardoor neemt het risico op porpoising sterk af.
“We denken dat het zeer onwaarschijnlijk is dat deze auto vergelijkbare eigenschappen krijgt. De toename van downforce bij een lagere rijhoogte is veel minder uitgesproken.”
In theorie zou dat een herhaling van de problemen moeten voorkomen. Maar absolute zekerheid is er niet.
Wachten op de eerste test
Pas tijdens de eerste wintertest eind januari in Spanje zal blijken of de FIA dit keer niets over het hoofd heeft gezien. De geschiedenis leert dat nieuwe regels altijd verrassingen meebrengen.
Wat nu logisch lijkt, kan straks anders uitpakken op de baan. Toch is duidelijk dat de FIA deze keer bewuster kijkt naar de fouten uit het verleden. Los van de technische regels blijft er kritiek op de leiding van de FIA. President Mohammed Ben Sulayem bleef ook na 2025 aan.
Zijn herverkiezing verliep zonder tegenkandidaten, mede door verkiezingsregels die het bijna onmogelijk maakten voor anderen om zich verkiesbaar te stellen.
Ondanks dat hij de enige kandidaat was, behaalde hij slechts 91,51 procent van de stemmen. Dat betekent dat 8,5 procent van de stemgerechtigden bewust niet op hem stemde. Ben Sulayem begint daarmee aan een tweede termijn die loopt tot december 2029.
Ben Sulayem kreeg de afgelopen jaren veel kritiek vanwege zijn actieve en vaak omstreden rol. Hij raakte verwikkeld in conflicten met coureurs en teams en was nadrukkelijk aanwezig in de paddock.
Hij werd beschuldigd van pogingen om race-uitslagen te beïnvloeden en zou tegenstanders binnen de FIA hebben verwijderd. Ook wijzigde hij interne regels om zijn macht te vergroten. Critici vergelijken die aanpak met eerdere corruptieschandalen binnen andere sportbonden.
Na zijn herverkiezing stelde de FIA dat zijn eerste termijn had gezorgd voor betere governance, financiële gezondheid en meer transparantie. Volgens veel waarnemers strookt dat beeld niet met de werkelijkheid.