Fernando Alonso stapte met een bittere smaak uit de auto na de Grand Prix van Groot-Brittannië. De ervaren Spanjaard zag een veelbelovende zevende startplek veranderen in een teleurstellende negende plaats – en richtte zijn pijlen direct op de pitmuur van Aston Martin.
Terwijl teamgenoot Lance Stroll op briljante wijze profiteerde van perfect getimede pitstops, kreeg Alonso volgens eigen zeggen “weer de verkeerde kant van de strategie” toebedeeld. Het contrast was pijnlijk zichtbaar: Stroll startte als zeventiende en eindigde knap als zevende. Op een gegeven moment lag hij zelfs even op P3.
De race op Silverstone werd gekenmerkt door wisselende omstandigheden. Natte periodes, gevolgd door opdrogende sectoren en daarna weer regen, maakten het strategisch enorm lastig.
Maar juist in die chaos blonk Strolls kant van de garage uit: al op ronde zes dook hij onder de virtual safety car de pits in voor softs, en enkele ronden later opnieuw voor intermediates.
Alonso daarentegen wachtte tot ronde elf met zijn eerste stop – vijf cruciale ronden later dan zijn teamgenoot. Hij viel daarmee van zesde terug naar buiten de top tien en kwam vervolgens niet meer in de buurt van het resultaat dat er mogelijk in zat.
Ik geef feedback, maar beslis niets
Alonso liet na afloop weinig aan de verbeelding over.
“Ik ben natuurlijk niet blij. We begonnen op P7, eindigden op P9 — dan weet je dat we iets verkeerd hebben uitgevoerd,” zei Alonso tegen DAZN.
“Lance pitte twee keer voor ik überhaupt naar binnen mocht. Hij lag derde, ik tiende. Hoe gebruiken we die informatie niet in ons voordeel? Het is onze eigen auto, binnen hetzelfde team.”
De Spanjaard benadrukte dat in zulke races de verantwoordelijkheid niet bij de coureur ligt, maar bij het team:
Wie zegt dat coureurs in dit soort omstandigheden winnen door instinct of gevoel, praat onzin. Je vertrouwt op data. Als ze me roepen, kom ik binnen. Maar ik heb geen satellietbeelden of bandentemperaturen tot mijn beschikking.
De tweede strategische misstap volgde aan het eind van de race. Alonso was de allereerste die van intermediates naar slicks wisselde — op ronde 37. Te vroeg, zo bleek. De rest van het veld wachtte tot rond ronde 41–44 voordat zij overstapten naar droogweerbanden.
“Het team dacht dat de inters te koud werden aan het oppervlak, dus riepen ze me naar binnen. We verloren weer 25 seconden. Frustrerend.”
De verkeerde timing kostte hem niet alleen tijd, maar ook plekken — opnieuw achter onder andere Stroll, Hülkenberg en Ocon.
Aston Martin verdedigt beslissing, met spijt
Aston Martin-teambaas Andy Cowell hield zich opvallend rustig in zijn reactie:
“Ik denk niet dat er een probleem is, zei hij. De strategie wordt centraal bepaald — er is maar één pitbox, en we maken de keuzes vanuit het hele team.”
Cowell erkende dat het achteraf beter was geweest als Alonso Strolls strategie had gevolgd, maar verdedigde de vroege wissel naar slicks als een gok die nét verkeerd uitpakte.
Het team verlaat Silverstone als achtste in het constructeurskampioenschap, met Alonso en Stroll op respectievelijk P14 en P12 in de stand.
Alonso’s frustratie zit diep, en niet alleen door deze ene race. Het vertrouwen in de strategieafdeling lijkt scheuren te vertonen, zeker nu teamgenoot Stroll herhaaldelijk de betere calls krijgt.
In een sport waar seconden het verschil maken tussen glorie en anonimiteit, telt elke pitstopbeslissing dubbel. En voor Alonso was het deze keer opnieuw een kwestie van net te laat, net te vroeg — maar nooit precies op tijd.