De FIA grijpt al in voordat de nieuwe motorformule echt volwassen is geworden. Slechts enkele maanden na de introductie van de volledig vernieuwde 2026-powerunits zijn ingrijpende wijzigingen voor 2027 en 2028 officieel vastgelegd.
De beslissing volgt op groeiende zorgen binnen de Formule 1 over de balans tussen verbrandingsvermogen en elektrische energie.
Achter de schermen werd al weken gesproken over aanpassingen, maar nu heeft de FIA World Motor Sport Council definitief groen licht gegeven.
De FIA, de FIA World Motor Sport Council, de F1 Commission en het Power Unit Advisory Committee stonden centraal tijdens de gesprekken over de toekomst van de powerunits.
Hun gezamenlijke conclusie was dat de huidige koers moest worden aangepast. Het seizoen 2026 begon met volledig nieuwe motoren die gebruikmaken van duurzame brandstoffen.
Tegelijkertijd ontstond discussie over de verdeling van ongeveer vijftig procent verbrandingskracht en vijftig procent elektrische energie.
Volgens verschillende betrokken partijen leidde die verdeling tot zorgen over batterijbeheer en energieterugwinning tijdens een ronde. Teams zouden vaker energie moeten sparen en regenereren, wat invloed heeft op de prestaties gedurende een race.
Daarom werd eerder in juni al een voorlopig akkoord bereikt om meer nadruk te leggen op de interne verbrandingsmotor. Die afspraak is nu officieel opgenomen in de technische reglementen van de FIA.
Mohammed Ben Sulayem benadrukte daarbij dat de ontwikkeling van de regels niet stopt zodra auto’s voor het eerst de baan op gaan. Hij noemde voortdurende samenwerking essentieel voor de toekomst van de sport.
“Continu overleg en samenwerking zijn essentieel om ervoor te zorgen dat de regelgeving aansluit bij de behoeften van de sport, de coureurs en de fans.”
Al vroeg in het proces werd duidelijk dat de FIA niet alleen naar prestaties keek. Ook duurzaamheid, fanbeleving en de praktische uitvoerbaarheid van de nieuwe motorformule speelden een rol bij de uiteindelijke beslissing.
Vanaf het seizoen 2027 verschuift de vermogensverdeling naar 58 procent interne verbranding en 42 procent elektrische energie. Daarmee neemt het aandeel van de verbrandingsmotor duidelijk toe.
Concreet stijgt het vermogen van de interne verbrandingsmotor met ongeveer 20 kW, wat neerkomt op circa 25 pk. Tegelijkertijd wordt het maximale vermogen van het Energy Recovery System met 50 kW verlaagd, gelijk aan ongeveer 67 pk.
De FIA voert daarnaast een andere belangrijke wijziging door. De maximale hoeveelheid energie die per ronde mag worden teruggewonnen stijgt met 25 kW.
Die maatregel moet het zogenoemde super-clipping verminderen. Dat fenomeen ontstaat wanneer een auto op hoge snelheid beschikbare elektrische energie verliest en daardoor vermogen tekortkomt op lange rechte stukken.
Ook de brandstofdoorstroming wordt aangepast. Vanaf 2027 stijgt de fuel flow met vijf procent om het extra vermogen van de verbrandingsmotor te ondersteunen.
Dat heeft verdere gevolgen voor de sport. Op sommige circuits worden raceafstanden licht aangepast en het aantal verkenningsrondes voor de start wordt verminderd. Brandstofverbruik krijgt daardoor een grotere strategische rol gedurende een Grand Prix-weekend.
In dezelfde periode blijven duurzame brandstoffen een vast onderdeel van de motorformule. De FIA ziet die combinatie van duurzaamheid en prestaties als een belangrijk onderdeel van de huidige regelgeving.
Nog grotere verschuiving in 2028
De wijzigingen stoppen niet in 2027. Een jaar later volgt een volgende stap richting een nog groter aandeel voor de verbrandingsmotor.
In 2028 stijgt de brandstofdoorstroming in totaal met dertien procent. Daardoor kan het vermogen van de interne verbrandingsmotor oplopen tot 450 kW, goed voor ongeveer 600 pk.
Ook de mogelijkheden voor energieterugwinning worden opnieuw uitgebreid. De maximale harvesting-capaciteit stijgt nog eens met 25 kW per ronde.
Met die combinatie bereikt de Formule 1 uiteindelijk een verhouding van zestig procent verbrandingsvermogen tegenover veertig procent elektrische energie. Dat was precies het doel dat tijdens de eerdere gesprekken werd afgesproken.
Voor teams betekent dit dat de balans tussen prestaties, energiebeheer en brandstofverbruik opnieuw verandert. Hoewel de basis van de 2026-regels behouden blijft, wordt de praktische uitvoering aanzienlijk aangepast.
De FIA verwacht daarmee een deel van de kritiek op de oorspronkelijke opzet van de nieuwe powerunits weg te nemen. Tegelijkertijd blijft het technische karakter van de hybride motoren behouden.
Naast de directe wijzigingen aan de huidige reglementen werd ook verder vooruitgekeken. Tijdens de gesprekken kwam opnieuw de mogelijkheid van V8-motoren op duurzame brandstoffen ter sprake.
Mohammed Ben Sulayem maakte duidelijk dat de gesprekken over toekomstige motorconcepten nog niet zijn afgerond. Hij onthulde dat alle betrokken partijen actief meedenken over de volgende fase van de Formule 1.
In zijn toelichting stelde hij dat de sport voortdurend moet zoeken naar een balans tussen innovatie, duurzaamheid, prestaties en aantrekkingskracht voor fans. Daarmee verwees hij direct naar de discussies die momenteel binnen de sport worden gevoerd.
Hij zei bovendien dat de gesprekken over toekomstige concepten aantonen dat er bereidheid bestaat om samen de volgende hoofdstukken van het kampioenschap vorm te geven.
“De discussies over toekomstige aandrijflijnconcepten, waaronder V8-motoren die op duurzame brandstoffen draaien, tonen de bereidheid van alle partijen om mee te denken over het volgende hoofdstuk van de sport.”
Krijg als eerste toegang tot het laatste Formule 1-nieuws