De zomerpauze van 2025 maakt duidelijk hoe fel de ontwikkelstrijd in de Formule 1 is geworden. Terwijl McLaren in stilte een slimme methode inzet om alvast richting 2026 te werken, lijkt Mercedes zijn W16 juist bewust op rantsoen te zetten.
Het contrast is scherp en zegt veel over hoe verschillend de topteams de regels en de toekomst benaderen. Waar sommige teams kiezen voor directe kracht op korte termijn, gokt McLaren op een subtieler pad
Door updates op een raceweekend te testen maar niet direct te gebruiken, wint het team tijd en zekerheid. Mercedes kiest daarentegen voor een soberder ontwikkelprogramma, waarmee het zijn kaarten pas later op tafel legt.
Het seizoen kende een belangrijk kantelpunt bij de Grand Prix van Spanje, ronde negen van het kampioenschap. Daar introduceerde de FIA strengere tests op doorbuiging en belastingen. Vooral de vloerconstructies moesten eraan geloven.
Voor veel teams betekende dit een forse herziening van hun ontwerp. Updates die vóór Spanje gepland stonden, kregen soms minder effect en moesten na die race worden bijgestuurd. Het verklaart waarom verschillende teams hun ontwikkelbudget tijdelijk opschoven.
Het was duidelijk te zien hoe de introductie van deze regels de keuzes beïnvloedde. Teams moesten vloeren opnieuw ontwerpen om verloren prestaties terug te winnen.
McLaren’s stille kracht
McLaren liet zijn eerste serieuze upgrades zien in Imola. Voor die tijd lag de nadruk vooral op verfijningen van de remkoeling en de kanalen rond de remmen. Pas bij de Britse Grand Prix, ronde twaalf, verscheen het grootste pakket met aanpassingen.
och had McLaren al veel eerder een opvallende aanpak omarmd: nieuwe onderdelen wel meenemen, testen en analyseren, maar pas later inzetten zodra de cijfers dat bevestigden. Die strategie is inmiddels kenmerkend voor het team.
Het betekent dat de auto door het seizoen heen steeds gecontroleerd beter wordt, zonder overhaaste beslissingen of risico’s. Daarmee creëert McLaren een buffer richting 2026, terwijl het dit jaar competitief blijft.
Ferrari begon zijn ontwikkeling vroeg, met een compleet nieuwe vloer al bij de seizoensopener in Bahrein. Daarna volgden kleinere aanpassingen aan achtervleugel en beam wing.
In Oostenrijk verscheen opnieuw een gewijzigde vloer, waarna het in Spa tijd was voor een nieuwe achterwielophanging. Elk pakket paste in een lijn: kleine ingrepen die de auto steeds scherper maakten.
Ferrari liet zo zien dat het ook in een strengere testomgeving door kan ontwikkelen zonder grote hiaten te laten vallen.
Mercedes houdt de W16 klein
Mercedes viel in de eerste seizoenshelft op door juist weinig te veranderen. De W16 kreeg zijn eerste aanpassingen pas in Miami, met een nieuw ontwerp van de achtervleugel.
Daarna volgden enkele updates aan voorvleugel, ophanging en motorkap in Imola. Maar de echt grote veranderingen kwamen pas ná de Spaanse GP, toen de nieuwe FIA-tests hun invloed lieten voelen.
De strategie is helder: Mercedes spaart zijn middelen en kiest zijn momenten zorgvuldig. Daarmee oogt het alsof het team bewust minder investeert in de W16, terwijl elders op de fabriek de focus al op de langere termijn ligt.
Red Bull begon het jaar met een breed pakket updates. Het RB21-chassis vroeg veel afstemming en balansproblemen noopten tot een hoge updatefrequentie.
In meerdere races werden kleine, maar cruciale onderdelen vernieuwd, om de auto steeds dichter bij het juiste werkvenster te krijgen. Van Japan tot Oostenrijk, Red Bull gooide alles in de strijd om McLaren bij te benen.
Stappen van de kleinere teams
Aston Martin liet de eerste signalen van serieuze upgrades zien in Miami, maar toonde pas in Imola echt zijn tanden. Daar werd een geheel nieuwe vloer, aangepaste halo-vleugels, gewijzigde motorkap en beam wing gepresenteerd.
Bij de Britse GP volgde opnieuw een forse ingreep, met onder meer sterk gewijzigde sidepods. Voor een team dat lange tijd in de subtop verkeerde, waren dit upgrades die de toon veranderden.
Alpine hield het rustig, met de eerste updates in Miami en slechts sporadische nieuwe onderdelen daarna. Het team richt zich duidelijk meer op 2026, geholpen door de extra windtunnel- en CFD-tijd die hoort bij een lage positie in het kampioenschap.
Haas daarentegen paste zijn VF-25 eerst minimaal aan. Pas in Imola kwam er een grotere stap met een nieuwe vloer en aangepaste remkanalen. In Groot-Brittannië volgden nog eens forse wijzigingen aan vloer en sidepods.
Racing Bulls werkte juist continu aan kleine afstellingen van vleugels en vloer. Veel updates waren gericht op de specifieke eigenschappen van elk circuit. Het leverde een opvallend actieve ontwikkelkalender op.
Williams begon het seizoen voorzichtig, met vooral afstellingen rond koeling en downforce. Pas in België brak het met die aanpak en kwam een serieus pakket, inclusief nieuwe vloer en gewijzigde sidepods.
Sauber profiteerde van een zwak 2024-seizoen en de daarmee vrijgekomen extra ontwikkeltijd. Het team introduceerde meerdere grootschalige pakketten voor, tijdens en na de Spaanse Grand Prix.
Daardoor kon het Zwitserse team zowel het huidige seizoen verbeteren als parallel al werken richting 2026. Een luxe die de topteams zich niet konden veroorloven.