Red Bull weet dat het zwaar wordt in 2026. Voor het eerst bouwen ze hun eigen powerunit en ze lopen achter op ervaren grootmachten als Mercedes en Ferrari. Terwijl Adrian Newey waarschuwde dat de Formule 1 een motorformule zal worden, kwamen er al vroeg zorgwekkende signalen naar buiten.
Tijdens simulaties dook er een pijnlijk detail op: de auto’s van Red Bull zouden op sommige rechte stukken zonder energie komen te zitten. Interne schattingen wezen uit dat de powerunit begin volgend jaar twee tienden langzamer zal zijn.
Een serieuze handicap in een sport waarin honderdsten van een seconde tellen. Toch is er in stilte een regelverschuiving ontstaan die Red Bull beter uitkomt dan velen dachten.
Toen de nieuwe reglementen vorig jaar werden aangekondigd, lag er een duidelijke koers: de batterij zou veel groter worden en moest de helft van het totale vermogen van de auto leveren.
Dat betekende een verhouding van 50 procent elektrisch en 50 procent verbrandingsmotor. Voor Red Bull, dat juist moeite heeft met de batterij, klonk dat als een nachtmerrie.
Volgens Autosport blijkt de realiteit echter anders. De balans zal niet exact 50/50 zijn, maar eerder 55/45 in het voordeel van de verbrandingsmotor.
Officieel is dit geen harde wijziging in de reglementen, maar eerder een feitelijke verschuiving in de praktijk. Voor een team dat de batterij nog niet optimaal benut, kan dit verschil van vijf procent het verschil maken tussen overleven of achterop raken.
Deze uitkomst sluit opvallend goed aan bij de lobby die Christian Horner destijds voerde. Voor zijn vertrek in juli had hij al gepleit voor een aanpassing van vijf tot tien procent. Hoewel hij het resultaat zelf niet meer meemaakte, lijkt zijn inzet alsnog te hebben gewerkt.
Het werk van Horner
Christian Horner drong er bij de Formule 1-organisatie sterk op aan dat de verhouding zou worden verschoven. Zijn redenering: met duurzame brandstoffen in aantocht kon men best wat meer op de V6 leunen, zonder het doel van CO2-neutraal racen in 2030 in gevaar te brengen.
De oud-teambaas van Red Bull kreeg destijds weinig bijval. Veel concurrenten zagen zijn lobby als een teken van paniek. Toch is de huidige ontwikkeling een bijna letterlijke echo van zijn voorstel.
Het resultaat lijkt een postuum succes voor Horner, ook al is hij inmiddels niet meer bij het team betrokken.
Voor Laurent Mekies, die de leiding heeft, is dit een meevaller. Hij hoeft minder te vrezen dat Red Bull meteen buitenspel staat in 2026. Het team blijft achter in batterijontwikkeling, maar de grotere nadruk op de verbrandingsmotor geeft lucht.
Niet iedereen in de paddock is blij met de verschuiving. Mercedes-baas Toto Wolff had eerder keihard gesteld dat er “geen enkele kans” was dat de motorverhouding zou veranderen. Hij voegde er zelfs aan toe dat dit “in hoofdletters” gold.
Wolff beschuldigde Horner er in die periode van dat hij bang was voor de achterstand van Red Bull.
“Ik denk dat wat hem misschien nog meer beangstigt, is dat zijn motorprogramma niet opschiet en dat hij het op die manier wil dwarsbomen. Je moet je altijd afvragen wat de echte motivatie is om zoiets te zeggen.”
Nu blijkt dat de verschuiving er tóch komt, lijkt Wolff misgegokt te hebben. Voor Mercedes kan het een gevoelige tik zijn, vooral omdat het team juist dacht voorop te lopen met de verbrandingsmotor.
Onzekerheid rond de batterij
Ondanks de meevaller voor Red Bull is de batterij nog steeds cruciaal. Vanaf 2026 verdwijnt DRS en komt er een zogenoemde override-modus voor terug. Coureurs krijgen dan een tijdelijke boost in energieverbruik om in te halen of zich te verdedigen.
Dat maakt de rol van de batterij in direct gevecht nog belangrijker. Mercedes lijkt de ontwikkeling van de verbrandingsmotor beter onder controle te hebben, maar ook daar blijft de batterij een onbekende factor.
Voor Red Bull blijft het de grootste zorg. Het team kan de impact van het tekort aan accuprestaties niet volledig wegpoetsen met de nieuwe verhouding.
Wat vaststaat is dat de komende seizoenen volledig in het teken staan van de motorontwikkeling. Terwijl Red Bull hoopt dat de verschuiving in hun voordeel uitpakt, blijft de vraag wie in 2026 met de sterkste powerunit aan de start verschijnt.
Eén ding is duidelijk: de strijd is niet alleen op de baan gaande, maar ook in de regelboeken van de Formule 1.