Vanaf 2026 wil Red Bull Racing voor het eerst in hun bestaan met een eigen powerunit rijden. Mercedes-teambaas Toto Wolff ziet de uitdaging en vergelijkt het project met niets minder dan het beklimmen van de Mount Everest.
Sinds 2019 vertrouwt Red Bull op Honda-motoren. Die samenwerking leverde zes kampioenschappen op. Max Verstappen schreef vier opeenvolgende wereldtitels bij de coureurs op zijn naam tussen 2021 en 2024.
Het team zelf pakte de constructeurstitels in 2022 en 2023. Toch komt daar verandering in nu Honda zijn pijlen richt op een ander team.
Honda gaat namelijk in zee met Aston Martin. Daardoor besloot Red Bull het roer om te gooien en de grootste gok in zijn F1-historie te nemen: een eigen motor ontwikkelen. Dat gebeurt niet alleen, maar in samenwerking met Ford.
Het is een stap die het team op hetzelfde niveau moet brengen als de gevestigde namen in de autosport. Het jaar 2026 wordt een kantelpunt. Niet alleen de chassisregels gaan volledig op de schop, ook de motorreglementen worden herschreven.
De nieuwe generatie powerunits krijgt een veel grotere nadruk op elektrisch vermogen. Energiebeheer en de manier waarop dat wordt ingezet tijdens een race zullen vanaf dat moment bepalend zijn.
Red Bull kiest er bewust voor geen nieuwe externe leverancier aan te trekken. In plaats daarvan wordt alles in eigen huis opgebouwd. Het project heet Red Bull Powertrains en moet ervoor zorgen dat de auto’s ook in de nieuwe regels vooraan blijven meedoen.
Daarmee staat Red Bull in direct gevecht met namen die decennialange ervaring hebben. Mercedes, Ferrari en het nieuwkomende Audi bereiden zich voor om vanaf 2026 hun eigen powerunits uit te rollen.
Ook General Motors heeft al aangekondigd op termijn zijn naam aan de lijst toe te voegen. Voor Red Bull is de sprong dus enorm.
De les van Mercedes
De geschiedenis laat zien hoe belangrijk zo’n reglementswijziging kan zijn. Toen de motorregels in 2014 werden vernieuwd, was Mercedes het team dat meteen de toon zette. Onder leiding van Toto Wolff behaalde Mercedes acht constructeurstitels op rij, een record in de Formule 1.
Wolff weet dus hoe groot het voordeel kan zijn als een team de regels beter doorgrondt dan de rest. Hij ziet dat Red Bull zich op onbekend terrein begeeft en wijst op de enorme complexiteit van de nieuwe motoren.
“Dit project is als het beklimmen van de Mount Everest. Ze nemen het op tegen fabrikanten met tientallen jaren ervaring. Maar iedereen maakte ook grappen toen Red Bull de sport binnenkwam. Het leek alsof een energiedrankjesfabrikant Ferrari, Mercedes en McLaren wilde uitdagen. Nou, ze hebben inmiddels heel wat gewonnen. Maar gezien de complexiteit van de motoren denk ik dat dit voor hen een gigantische uitdaging wordt.”
Christian Horner, die tot voor kort teambaas was, gaf eerder al toe dat de druk enorm is. Hij verwoordde de inzet scherp door te zeggen dat het zelfs gênant zou zijn voor gevestigde namen als Mercedes als Red Bull meteen een betere motor zou bouwen.
Hij benadrukte dat de kracht van Red Bull vooral ligt in de korte lijnen binnen het team. Ingenieurs van het chassis en van de motor werken letterlijk onder één dak. Dat dagelijkse contact maakt het makkelijker om oplossingen sneller te vinden.
Voor Horner is duidelijk dat Red Bull niet alleen aan 2026 denkt. Het project moet op de lange termijn vruchten afwerpen. Hij ziet 2027 of 2028 als jaren waarin de voordelen pas echt zichtbaar worden.
“Het mooie is dat we alles onder één dak hebben; chassisingenieurs zitten naast motoringenieurs. Dat moet je niet onderschatten als het gaat om de manier waarop je een auto ontwerpt en samenstelt. Dat zal uiteindelijk enorme voordelen opleveren. Misschien niet in 2026, maar zeker in 2027, 2028 en daarna. Op de lange termijn is dit honderd procent de juiste keuze voor Red Bull.”
Red Bull bereidt zich dus voor op een nieuw hoofdstuk in de Formule 1. Het team dat ooit werd uitgelachen als energiedrankjesmerk staat nu voor de grootste test uit zijn bestaan.
Terwijl Mercedes, Ferrari en Audi hun decennialange ervaring meenemen naar 2026, gokt Red Bull op eigen kracht en samenwerking met Ford.
Of het project de Mount Everest van de autosport wordt, zal pas blijken wanneer de nieuwe motoren hun debuut maken. Eén ding staat vast: de strijd om de toekomst van de Formule 1 wordt in 2026 opnieuw geschreven.