Ford verwerpt de suggestie dat zijn rol bij Red Bull slechts een sticker op de auto is en wijst Cadillac terecht na uitspraken over het enige ‘echte’ Amerikaanse F1-project. De Amerikaanse rivaliteit verplaatst zich in 2026 naar het hoogste niveau van de autosport.
De komst van Cadillac als elfde team in 2026 heeft niet alleen het startveld uitgebreid, maar ook een debat aangewakkerd over nationale identiteit en technische betrokkenheid in de Formule 1.
De commerciële groei van de Formule 1 heeft de interesse vanuit de Verenigde Staten sterk vergroot. Het succes van de Netflix-serie Drive to Survive en de toevoeging van races in Miami en Las Vegas hebben de sport zichtbaarder gemaakt in de Amerikaanse markt.
Die groei weerspiegelt zich niet alleen in het aantal fans, maar ook op de grid. General Motors treedt met het merk Cadillac toe als elfde team in 2026. Teambaas Graeme Lowdon verklaarde in Bahrein dat het team “een goed platform heeft om op voort te bouwen”.
Cadillac presenteert zich daarbij als het enige echt Amerikaanse project. Die claim wordt niet overal gewaardeerd. Ford, dat in 2026 terugkeert in de Formule 1 via een samenwerking met Red Bull, voelt zich rechtstreeks aangesproken.
Cadillac rijdt onder een Amerikaanse licentie, net als eerder All American Racers (Eagle), Shadow, Penske en Haas. Daarmee benadrukt het merk zijn nationale karakter. Ford wijst op zijn lange en rijke geschiedenis in de Formule 1.
Sinds 1967 was het merk actief in verschillende rollen en het was betrokken bij 176 grand prix-overwinningen als motorleverancier, grotendeels onder de naam Ford Cosworth.
Via Stewart en Jaguar was Ford ook eigenaar van eigen teams, al reden die officieel onder een Britse licentie. Ford Racing-directeur Mark Rushbrook benadrukt dat de betrokkenheid van zijn merk verder gaat dan marketing.
“Ford Racing heeft een 125-jarige motorsportgeschiedenis als Amerika’s raceteam. We racen in meer series en op meer ondergronden dan welke Amerikaanse autofabrikant dan ook.”
Hij wijst er ook op dat Ford het meest succesvolle Amerikaanse motorenmerk in de Formule 1 is geweest en eerder een eigen team bezat.
“Samen met Haas vertegenwoordigen we met trots Amerika en onze fans, dealers, leveranciers en medewerkers.”
Opvallend is dat Rushbrook Haas expliciet noemt, maar Cadillac niet.
Sticker of serieuze samenwerking
De spanningen lopen verder op doordat Cadillac suggereerde dat de samenwerking tussen Ford en Red Bull weinig meer is dan een marketingoefening. Volgens die lezing zou Ford niet veel meer doen dan zijn logo op de RB22 plaatsen.
Die opmerkingen vielen niet goed in Dearborn, Michigan, waar het hoofdkantoor van Ford is gevestigd.
Ford benadrukt dat Red Bull volledige eer verdient voor het motorproject, dat tijdens de wintertest in Bahrein indruk maakte op rivalen. Tegelijkertijd stelt Rushbrook dat de bijdrage van Ford achter de schermen groter is dan wordt gesuggereerd.
“De initiële focus en overeenkomst lagen vooral op de elektrificatiekant. Wat we niet hadden verwacht en wat aanvankelijk geen prioriteit voor ons was, was de verbrandingsmotor. Dat veranderde tijdens het programma, vooral omdat onze productplannen voor straatauto’s veranderden.”
Volgens hem bouwt Ford inmiddels meer onderdelen dan alleen elektrische componenten.
“Wat betreft het aantal componenten dat we kunnen bouwen in onze geavanceerde productiefaciliteit en met onze 3D-printmachines, is het meer geworden dan alleen de elektrische kant. Veel van de daadwerkelijke onderdelen die nu in Dearborn worden gemaakt, zitten aan de verbrandingskant van de powerunit.”
Ford-voorzitter Bill Ford reageerde eerder deze winter al op de suggesties van Cadillac.
“Niets is verder van de waarheid dan dat onze samenwerking met Red Bull een marketinginspanning is.”
Hij draaide de redenering zelfs om.
“Ik zou zeggen dat het juist andersom is. Zij rijden met een Ferrari-motor. Ze rijden niet met een Cadillac-motor. Ik weet niet of ze überhaupt GM-medewerkers in het raceteam hebben. Als iets op een marketinginspanning lijkt, dan is het dat.”
Cadillac start in 2026 namelijk met Ferrari-powerunits. Een eigen GM-motor wordt pas op een later moment verwacht. Dat contrast voedt het debat over wat een ‘echt’ Amerikaans project is:
Een Amerikaanse licentie of een Amerikaanse technische kern. Graeme Lowdon ziet de rivaliteit juist als een positieve ontwikkeling.
“Er is al jaren een gezonde rivaliteit tussen GM en Ford. Ze hebben er zelfs een Hollywoodfilm over gemaakt. Het is echt en het bestaat.”
Volgens hem houden fans van rivaliteit, zolang die niet te ver gaat.
“Ik denk dat het gewoon een extra laag interesse toevoegt aan de Formule 1.”
Ford en GM hebben elkaar in tal van kampioenschappen bestreden, van NASCAR tot de 24 uur van Le Mans. In 2026 staan beide Amerikaanse autogiganten voor het eerst tegenover elkaar in de Formule 1.
De discussie over stickers, nationale trots en technische betrokkenheid vormt daarmee slechts het begin van een nieuwe Amerikaanse strijd op het hoogste niveau van de autosport.