De terugkeer van Honda in de Formule 1 verloopt allesbehalve geruisloos, maar volgens de top van het bedrijf is er geen reden voor paniek. Achter de schermen worstelt de Japanse fabrikant met complexe techniek en strakke deadlines, terwijl de buitenwereld vooral zoekt naar tekenen van een mislukking die volgens Honda niet bestaat.
Honda keert in 2026 officieel terug op de Formule 1-grid, precies op het moment dat de sport een volledig nieuw technisch tijdperk ingaat. De samenwerking met het team van Aston Martin is het begin van een fabrieksproject dat vanaf de basis wordt opgebouwd, zonder de vangnetten van eerdere jaren.
Na het officiële vertrek eind 2021 bleef Honda via Honda Racing Corporation betrokken bij Red Bull en Racing Bulls. Dat gebeurde in een periode van motorbevriezing, waarin vooral onderhoud en ondersteuning centraal stonden.
De nieuwe samenwerking met Aston Martin is van een totaal andere orde. Voor Honda betekent dit een volledige reset. Nieuwe regels, nieuwe partner en een powerunit die vanaf nul wordt ontwikkeld. De lat ligt hoog en de tijd is schaars.
Vanaf 2026 introduceert de Formule 1 een doorontwikkeling van de 1,6-liter V6-hybride. Het elektrische aandeel wordt verhoogd naar een gelijke 50/50-verdeling met de verbrandingsmotor.
Voor alle vijf motorfabrikanten betekent dat een enorme technische uitdaging. Voor Honda is die uitdaging extra groot omdat het project opnieuw wordt opgestart.
De nieuwe powerunit vraagt om een extreem compacte elektromotor van 350 kilowatt, een lichtgewicht batterij en een kleine verbrandingsmotor met hoog vermogen. Elk onderdeel schuurt tegen de grenzen van wat technisch haalbaar is.
Volgens Koji Watanabe, president van Honda Racing Corporation, is het dan ook logisch dat niet alles meteen vlekkeloos verloopt.
Waar Honda nu staat
In een interview met het Japanse medium Sportiva gaf Watanabe inzicht in de stand van zaken. Begin december bevond Honda zich in de fase waarin de specificaties voor de wintertests werden vastgelegd en de assemblage op het punt stond te beginnen.
“We zitten nu in de fase waarin de specificaties voor de pre-season tests worden vastgezet en de assemblage bijna start. Maar de homologatie is pas eind februari, dus de ontwikkeling gaat door tot het allerlaatste moment.”
Dat betekent dat het project nog volop in beweging is. Beslissingen worden genomen terwijl de klok doortikt, met weinig ruimte voor fouten.
Honda presenteert zijn 2026-powerunit officieel op 20 januari tijdens een evenement in Tokio. Daarbij zijn meerdere sleutelfiguren aanwezig, waaronder Toshihiro Mibe, Lawrence Stroll en Stefano Domenicali.
Dat moment is vooral symbolisch. De echte test volgt enkele dagen later tijdens de besloten wintertest in Barcelona, die op 26 januari van start gaat. Daar zal de nieuwe Honda-Aston Martin-combinatie voor het eerst meters maken, zonder publiek en zonder zichtbare rondetijden.
Tijdens de Daytona 24 Hours in januari 2025 sprak Watanabe al openlijk over de omvang van de uitdaging. In gesprekken met onder meer PlanetF1 maakte hij duidelijk dat Honda zichzelf niet spaart in de beoordeling.
“Alles is nieuw. We hebben een nieuwe, zeer compacte 350-kW elektromotor nodig. Een lichte batterij is ook niet eenvoudig. En dan nog een kleine motor met veel vermogen.”
Volgens Watanabe is geen enkel onderdeel simpel. De combinatie van eisen maakt het project zwaar, zelfs voor een fabrikant met Honda’s ervaring.
“Alles is heel moeilijk, maar we doen ons uiterste best.”
Vooruitgang, maar te weinig tijd
In de twaalf maanden daarna heeft Honda stappen gezet, maar Watanabe is eerlijk over het tempo. Meer tijd zou betere resultaten opleveren, zo stelt hij. De onzekerheid over wat rivalen doen, maakt het lastig om de eigen voortgang te beoordelen.
“Gezien de onduidelijkheid over de vooruitgang van andere fabrikanten blijft het een strijd om onze eigen doelen te halen. Eerlijk gezegd hebben we nog meer tijd nodig.”
Honda werkt met een stapsgewijze aanpak. Verschillende componenten worden geïntegreerd en getest. Sommige oplossingen leveren direct winst op, andere falen onverwacht. Het resultaat is een wisselend beeld.
Watanabe ontkent dat Honda tegen onoverkomelijke problemen aanloopt. Hij erkent dat niet alles soepel gaat, maar trekt een duidelijke grens bij doemdenken.
“Om eerlijk te zijn gaat niet alles goed en zijn er veel gebieden waar we worstelen, maar er is niets fataals gebeurd dat we niet kunnen overwinnen.”
Volgens hem ligt de focus nu volledig op prestatie en betrouwbaarheid. In stilte, zonder grote uitspraken, werkt het team door.
Een extra uitdaging is de integratie met het chassis van Aston Martin. Het team wil auto’s bouwen die passen bij de visie van Adrian Newey, die recent is aangetreden als team principal.
“Aston Martin wil auto’s blijven bouwen die Adrians visie weerspiegelen. Voor ons is de volgende stap om te begrijpen hoe we onze powerunit daarop aanpassen.”
Als dat de kans op winnen vergroot, is Honda bereid ver te gaan.
“Als het onze competitiviteit verhoogt en ons dichter bij overwinningen brengt, doen we wat nodig is.”
De FIA erkent dat niet elke motorfabrikant vanaf race één competitief zal zijn. Daarom introduceerde de bond in 2025 het zogeheten ADUO-mechanisme. Dit vangnet biedt fabrikanten extra ontwikkelingsmogelijkheden op specifieke momenten in 2026.
Dat systeem is bedoeld om grote prestatieverschillen te beperken en motorleveranciers de kans te geven achterstanden in te lopen zonder het reglement te ondermijnen.
De rolverdeling bij Aston Martin
Honda’s overstap van Red Bull naar Aston Martin loopt parallel met veranderingen binnen het team uit Silverstone. Adrian Newey volgde Andy Cowell op als team principal, terwijl Cowell zich meer richt op motorintegratie.
Volgens Watanabe werken beiden nauw samen met Honda.
“Andy richt zich op de gebieden waar hij tot nu toe bij betrokken was, zoals de powerunit, brandstofpartner Aramco en smeermiddelenpartner Valvoline. Adrian overziet de hele auto en is ook team principal.”
Binnen Honda blijft de samenwerking grotendeels zoals die was, al verschuift de focus aan de top.
“Het technische team werkt vooral met Andy, terwijl ik als president meer met Adrian samenwerk.”
Watanabe benadrukt dat de samenwerking nog niet perfect is. Dat werd recent besproken met Lawrence Stroll.
“Gisteren hebben Lawrence Stroll en ik hierover gesproken. We denken niet dat het partnerschap nu al perfect is. Het is iets dat we samen gaan opbouwen.”
Honda werkt volgens hem dag en nacht om opnieuw een kampioenschapswinnende motor te bouwen, zoals eerder bij Red Bull.
“We hebben technologie en kennis opgebouwd over vele jaren in de Formule 1. Ik geloof dat we uiteindelijk een competitieve positie kunnen bereiken, en dat we dat ook móéten.”
Honda kijkt nadrukkelijk verder dan alleen het debuutseizoen. Het doel is een structuur op te bouwen die langdurige samenwerking mogelijk maakt.
“In plaats van alleen te focussen op de korte termijn, willen we een raamwerk creëren om samen met Aston Martin langdurig te blijven concurreren.”
Daarbij wil Honda ruimte laten voor nieuwe technologieën, zonder ze te vroeg af te schieten. Die filosofie moet op de lange termijn groei opleveren.
Tot slot ging Watanabe in op de mogelijkheid om in de toekomst meer teams van motoren te voorzien. Dat staat voorlopig niet bovenaan de lijst.
“Het is natuurlijk logisch dat een racebedrijf motoren aan meerdere teams levert, maar eerlijk gezegd hebben we daar nog niet over nagedacht.”
Voor nu ligt de focus volledig op Aston Martin en het afronden van de 2026-powerunit.
“Onze engineers zeggen: laat ons ons concentreren op de motor die voor ons ligt. Als management zie ik wel voordelen in uitbreiding, en daar zullen we later hard aan werken.”
Honda staat dus onder druk, maar volgens de eigen top is er één ding duidelijk: wat er ook misgaat richting 2026, het is niets dat niet te repareren valt.