Formule 1 heeft zijn uitstoot sneller teruggebracht dan veel critici hadden verwacht. Terwijl het kampioenschap nog altijd de wereld rondreist met een kalender van 24 races, blijkt uit nieuwe cijfers dat de sport inmiddels 35 procent minder CO₂ uitstoot dan in 2018.
Dat resultaat zet extra druk op de resterende jaren richting het ambitieuze net-zero-doel voor 2030. De nieuwste cijfers laten zien waar de grootste winst wordt geboekt, maar onthullen ook welke onderdelen van de sport nog altijd moeilijk te verduurzamen zijn.
Formule 1, de FIA, de teams en Formula One Management hebben de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in emissiereductie. Volgens het nieuwste duurzaamheidsrapport kwam de totale uitstoot in 2025 uit op 148.805 ton CO₂-equivalent.
Dat betekent een daling van 11,8 procent ten opzichte van 2024. Een jaar eerder lag de uitstoot nog op 168.720 ton CO₂-equivalent.
Vergeleken met de basislijn van 2018, toen de sport 228.793 ton CO₂-equivalent uitstootte, bedraagt de totale reductie inmiddels 35 procent.
Die cijfers werden geverifieerd door koolstofboekhoudingsbedrijf Normative. Daarmee blijft de sport volgens haar eigen berekeningen op koers om in 2030 een reductie van 50 procent te realiseren.
Het resterende deel van de uitstoot wil Formule 1 compenseren via wat het omschrijft als geloofwaardige offsetprogramma’s.
Al vroeg in het rapport benadrukt Ellen Jones, hoofd ESG bij Formula 1, hoe belangrijk die ontwikkeling is. Zij noemt duurzaamheid zelfs de basis van iedere strategische beslissing binnen de sport.
De grootste vooruitgang werd geboekt bij de fabrieken en operationele locaties van Formula One Management en de verschillende F1-teams.
Steeds meer faciliteiten zijn overgestapt op hernieuwbare energiebronnen. Daardoor daalde de uitstoot vanuit fabrieken en bedrijfsactiviteiten met 59 procent ten opzichte van 2018.
Ook op logistiek gebied veranderde veel. Formule 1 verminderde het gebruik van luchttransport en verplaatste steeds meer vracht naar zeevracht.
Dat is een belangrijke stap, omdat luchtvracht aanzienlijk meer uitstoot veroorzaakt dan transport over zee. Volgens de beschikbare cijfers daalden logistieke emissies daardoor met 9 procent ten opzichte van de basislijn.
Tijdens het Europese seizoen worden bovendien steeds vaker vrachtwagens ingezet die rijden op duurzame brandstoffen. Die aanpak leverde een emissiereductie van ongeveer 83 procent op voor het Europese transportnetwerk.
Een tweede belangrijke factor is Sustainable Aviation Fuel, beter bekend als SAF. Omdat teams, FIA-personeel, media en leveranciers nog steeds veel moeten vliegen tussen races, blijft luchtvaart een grote emissiebron.
Door de investeringen in SAF wist Formule 1 de uitstoot van reisbewegingen met ongeveer 25 procent terug te brengen ten opzichte van 2018. Ook remote operations en uitzendingen op afstand verminderden het aantal noodzakelijke vliegbewegingen.
Jones stelde daarbij dat Formula 1 haar investeringen in SAF heeft verdubbeld en voor het eerst ook investeert in duurzame maritieme brandstoffen.
“Door de investeringen van de sport in duurzame vliegtuigbrandstof (SAF) te verdubbelen, onze eerste investering in duurzame scheepsbrandstof te doen en nauw te blijven samenwerken met promotors, teams en partners, stimuleren we verdere vermindering van de uitstoot.”
Europese races spelen steeds grotere rol
Een belangrijk keerpunt kwam tijdens de Oostenrijkse Grand Prix van 2023. Daar testte Formule 1 voor het eerst op grote schaal hernieuwbare energievoorzieningen voor de paddock.
Sindsdien is dat systeem uitgerold naar alle Europese races. Daarbij wordt gebruikgemaakt van een combinatie van zonne-energie en HVO, oftewel hydrotreated vegetable oil.
Ook individuele Grands Prix voeren hun eigen verduurzamingsprojecten door. Zo installeerde de Grand Prix van Singapore 1.396 zonnepanelen op het pitgebouw.
Het doel daarvan is om de uitstoot van energievoorzieningen tegen 2028 met ongeveer 50 procent te verlagen.
Daarnaast worden tijdelijke generatoren steeds vaker gevoed met HVO100-brandstof. Daarmee wordt het gebruik van tienduizenden liters fossiele brandstof vervangen.
Een eerdere proef tijdens de Grand Prix van Australië liet zien dat dergelijke energieoplossingen de emissies in paddock-, pitlane- en broadcastactiviteiten met meer dan 90 procent kunnen verminderen.
De verduurzaming beperkt zich dus niet tot de auto’s zelf, maar raakt vrijwel alle operationele onderdelen van het wereldkampioenschap. Hoewel de operationele uitstoot daalt, kijkt de sport ook nadrukkelijk naar de toekomst van de auto’s.
Vanaf 2026 rijden alle Formule 1-auto’s op volledig duurzame brandstof. Die brandstof vormt een cruciaal onderdeel van het plan om de resterende uitstoot verder te verlagen.
Tegelijkertijd introduceert de sport een nieuwe generatie powerunits. Die motoren krijgen een vrijwel gelijke verdeling tussen verbrandingsvermogen en elektrische energie.
Voor 2027 en 2028 zijn aanvullende wijzigingen aangekondigd. In 2027 verschuift de verhouding naar ongeveer 58 procent verbranding en 42 procent elektrisch vermogen.
Een jaar later wordt dat circa 60 procent verbranding en 40 procent elektrisch. Daarbij neemt het verbrandingsvermogen toe, terwijl het elektrische aandeel iets afneemt.
De discussie over die balans leeft ook binnen de sport. Max Verstappen noemde eerdere voorstellen rond de toekomstige motorreglementen al eens “anti-racing”, omdat hij vreesde dat te veel nadruk op energiebesparing ten koste zou gaan van het racen.
Volgens Formula 1 wordt de hogere verbrandingscomponent echter gecompenseerd door het gebruik van volledig duurzame brandstoffen.
Naast techniek en brandstoffen kijkt Formula One Management steeds nadrukkelijker naar de structuur van de kalender.
Een belangrijk onderdeel van het Future Race Operations Programme is het slimmer groeperen van races. Daardoor hoeven mensen en materiaal minder vaak grote afstanden af te leggen.
Voor 2026 wordt onder meer gekeken naar een nauwere koppeling van de races in Montreal en Miami. Dat moet verdere logistieke besparingen opleveren.
Daarnaast wil Formula One Management steeds meer apparatuur permanent onderbrengen in regionale hubs. Daardoor hoeft minder materiaal voortdurend heen en weer te vliegen tussen het Verenigd Koninkrijk en racebestemmingen wereldwijd.
De verwachting is dat tegen 2030 ongeveer de helft van alle huidige broadcast- en operationele vracht uit het luchttransport kan verdwijnen.
Jones ziet daarin een belangrijke volgende stap.
“Naarmate we ons doel van netto nul uitstoot in 2030 naderen, zal het Future Race Operations Programme de komende jaren verdere aanzienlijke reducties opleveren.”
Volgens haar bewijzen de huidige resultaten dat wereldwijde sportevenementen hun uitstoot aanzienlijk kunnen verlagen zonder prestaties, ambitie of spektakel op te offeren.
Krijg als eerste toegang tot het laatste Formule 1-nieuws