De verkiezingsstrijd voor het FIA-voorzitterschap is in een verhit stadium beland. Tim Mayer, voormalig hoofd van de FIA-stewards en kandidaat voor het voorzitterschap, blijft bij zijn felle kritiek op de huidige FIA-leiding onder Mohammed Ben Sulayem, ondanks oproepen om zijn woorden te herzien.
Tijdens de lancering van zijn campagne, FIA Forward, uitte Mayer harde beschuldigingen over het beleid van Ben Sulayem.
Hij sprak over een “illusie van hervorming”, “illusie van transparantie” en — het meest beladen — een “illusie van inclusie”, waarbij vrouwen en mensen van kleur volgens hem systematisch buitenspel zijn gezet binnen de FIA. De reactie op zijn uitspraken liet niet lang op zich wachten.
Een opvallende reactie kwam van Burcu Çetinkaya, voorzitter van de FIA Women in Motorsport Commission. In een persoonlijke brief, nam ze afstand van de suggestie dat vrouwen structureel worden uitgesloten onder het huidige FIA-bestuur.
“We willen allemaal meer. En ja, er ligt nog een lange weg voor ons. Maar om te beweren dat vrouwen — zeker vrouwen van kleur — vandaag de dag worden weggeduwd binnen de FIA is niet alleen onjuist, het doet ook afbreuk aan het werk van degenen die hier dag in, dag uit strijden om die deuren wijd open te zetten,”
schreef Çetinkaya.
Ze benadrukte dat de FIA onder Ben Sulayem juist concrete stappen heeft gezet. Zo zijn er momenteel vier vrouwelijke leden in de World Motor Sport Council — het hoogste bestuursorgaan binnen de FIA — en worden meerdere commissies geleid door vrouwen.
De benoeming van Fatma Samoura in de FIA-Senaat en het succes van het stewarding-programma, waarin meer dan de helft van de geselecteerden vrouw is, noemt ze als bewijs van vooruitgang.
Mayer: Reactie onderstreept mijn punt
Mayer liet het er echter niet bij zitten. Vanuit Brazilië, waar hij als lid van de Endurance Commission het World Endurance Championship bijwoonde, reageerde hij publiekelijk op de uitgelekte brief. Hij stelde de intentie van de brief in twijfel en benadrukte dat zijn kritiek gebaseerd is op structurele observaties.
“Het is interessant dat een zogenaamd privé en apolitiek schrijven massaal bij de media terechtkomt, aldus Mayer. Maar los daarvan vier ik de prestaties van vrouwen in politieke benoemingen en respecteer ik hun ervaringen.”
Hij erkende dat er vooruitgang is geboekt, maar schreef die niet toe aan de huidige FIA-leiding:
“De wettelijke basis voor vrouwen in bestuursfuncties werd gelegd door Jean Todt, niet door Mohammed. De structuren die nu bestaan zijn gebouwd op het werk van iconen als Michèle Mouton.”
Volgens Mayer zit het probleem vooral in de hoogste regionen van de FIA: de functies die direct samenwerken met de president. En juist daar — zo stelt hij — is er nauwelijks sprake van inclusie of diversiteit.
Mayer lanceerde zijn kandidatuur tijdens het weekend van de Britse Grand Prix. In een media-sessie uitte hij ongezouten kritiek op het beleid van Ben Sulayem sinds diens aantreden in 2021. Volgens hem is er vooral sprake van schijnvertoning, waarbij kernwaarden als transparantie, democratie en hervorming onder druk staan.
“We zijn achtergebleven met de illusie van vooruitgang en leiderschap, terwijl zijn topteam is vertrokken, verklaarde Mayer eerder. Stemmen van buitenaf — vooral vrouwen en mensen met diverse achtergronden — werden genegeerd of weggedrukt toen ze zich uitspraken.”
Mayer stelde verder dat financiële hervormingen van de FIA cosmetisch zijn, en dat de organisatie minder onafhankelijk toezicht kent dan voor de pandemie.
Op 12 december 2025 kiezen de FIA-leden tijdens de Algemene Vergadering in Oezbekistan een nieuwe president. Het belooft een spannende tweestrijd te worden tussen Mayer en de zittende Ben Sulayem, die zich opmaakt voor een tweede termijn.
De toon van de campagne is gezet — scherp, confronterend en met groeiende druk op beide kandidaten. Waar Ben Sulayem vasthoudt aan zijn beleid en zegt zich niet te laten raken door “persoonlijke aanvallen”, blijft Mayer zijn pijlen richten op de machtsstructuur binnen de FIA.
De komende maanden zullen uitwijzen of de leden meegaan in de roep om verandering — of vasthouden aan de gevestigde orde.