De Formule 1 groeit harder dan ooit, maar juist dat succes maakt het bijna onmogelijk om nog op de kalender te komen. Achter de schermen wordt scherper geselecteerd dan ooit, en niet iedereen valt nog in de smaak.
De sport zit vast op 24 races en dat maximum zorgt voor een strijd waarin geld, visie en geloofwaardigheid belangrijker zijn dan alleen enthousiasme. De vraag naar een Formule 1-grand prix is wereldwijd geëxplodeerd.
Steden, landen en zelfs regeringen willen maar wat graag een plek op de kalender, maar lang niet iedereen komt in aanmerking. Volgens Stefano Domenicali is dat geen toeval.
Hij maakt duidelijk dat de lat hoger ligt dan ooit. In een vroege reactie stelt hij dat het niet gaat om een korte piek, maar om langdurige zekerheid. Hij zegt letterlijk dat het niet draait om “een piek van één jaar”, maar om de vraag wat er daarna gebeurt.
Die boodschap komt niet uit het niets. In India werd bijvoorbeeld al gesproken over een terugkeer in 2027, terwijl de Formule 1 zelf daar niets van wist. Ook uit Zuid-Afrika komen regelmatig optimistische geluiden die volgens insiders weinig realistisch zijn.
“We kunnen niet naar een plek gaan met één fantastisch jaar, zonder plan voor daarna,” aldus Domenicali.
Dat soort uitspraken maken duidelijk hoe voorzichtig de sport is geworden. De Formule 1 wil voorkomen dat het gebruikt wordt voor politieke profilering of snelle successen zonder toekomst.
Wat de Formule 1 echt wil zien, is een solide financieel plan. Alleen met garanties voor meerdere jaren komt een nieuw circuit überhaupt in beeld. Domenicali legt uit dat lange contracten daarbij essentieel zijn.
Hij benadrukt dat zulke deals niet alleen de sport zekerheid geven, maar ook lokale organisatoren helpen om investeringen terug te verdienen. Denk aan nieuwe paddocks, hospitality-gebieden en infrastructuur.
Die strategie is al zichtbaar. Grote races liggen vast tot minstens 2032, terwijl Oostenrijk zelfs een contract heeft tot 2041. Ook steden als Melbourne, Madrid, Bahrein en Montreal hebben langdurige overeenkomsten.
Zonder die zekerheid gebeurt er weinig. Een organisator gaat immers geen miljoenen investeren in een paddock als het maar voor een paar jaar gebruikt wordt. Daarom duwt de Formule 1 actief richting lange deals.
Europa onder druk, nieuwe markten in beeld
In Europa wordt het steeds lastiger om aan die eisen te voldoen. De kosten zijn hoog en de opbrengsten minder voorspelbaar dan in opkomende markten. Dat zorgt voor veranderingen. Barcelona en België wisselen elkaar af op de kalender.
De Nederlandse GP stopt na 2026, omdat verlengen financieel te risicovol werd. Toch blijven iconische circuits als Silverstone, Monza en Monaco behouden. Daarnaast kiest de Formule 1 voor flexibiliteit met kortere deals, zoals Portugal dat in 2027 en 2028 terugkeert.
Ondertussen kijken nieuwe landen hun kans. Thailand en Zuid-Korea werken aan plannen voor stratencircuits in Bangkok en Incheon. Beide projecten bevatten stevige investeringen, maar politieke onzekerheid speelt nog een rol.
De Verenigde Staten blijven belangrijk, zeker met de nieuwe tv-deal met Apple. Toch komt er voorlopig geen extra race bij. Domenicali tempert de verwachtingen. Hij zegt dat uitbreiding alleen mogelijk is als een bestaande race verdwijnt.
Momenteel zijn er al vijf races in Noord-Amerika: Miami, Montreal, Austin, Mexico en Las Vegas. Mexico heeft een contract tot 2028 en wil verlengen. Daardoor lijkt de deur voorlopig dicht voor steden als New York, Chicago en San Francisco.
Hij noemt het expliciet een kwestie van balans. Meer races in dezelfde regio zouden commercieel niet logisch zijn, zelfs als het logistiek wel kan. Het samenstellen van de kalender is een ingewikkelde puzzel.
Logistiek, klimaat, feestdagen en commerciële belangen lopen constant door elkaar. Een voorbeeld is de verschuiving van Canada op de kalender, zodat die race beter aansluit op Miami.
Daarmee worden transportbewegingen verminderd, al moeten medewerkers nog steeds extra reizen.
Domenicali geeft toe dat perfectie onmogelijk is. Hij legt uit dat je races geografisch kunt groeperen, maar dat dit commercieel niet altijd werkt. Vier races achter elkaar in dezelfde regio klinkt logisch, maar verkoopt minder goed.
Toch ziet hij vooruitgang. Volgens hem is er al een grote stap gezet in het optimaliseren van de kalender, ondanks alle beperkingen. De Formule 1 probeert een middenweg te vinden tussen groei en stabiliteit.
Meer races leveren geld op, maar te veel kan het product verzwakken. Daarom blijft het maximum van 24 races voorlopig staan. Het zorgt voor schaarste, en juist die schaarste maakt een plek op de kalender zo waardevol.