McLaren mag in de eerste helft van 2026 slechts 70 procent van de beschikbare windtunneltijd gebruiken. Dat is het directe gevolg van het kampioenschap van 2025, waarin het team bovenaan eindigde.
De FIA past de windtunneltijd elk half jaar aan via de zogenoemde Aerodynamic Testing Restrictions (ATR). Zo probeert de Formule 1 het veld dichter bij elkaar te brengen.
De verdeling bepaalt niet alleen hoeveel uur teams in de windtunnel mogen werken, maar ook hoeveel simulaties ze mogen uitvoeren met computational fluid dynamics. En dat heeft grote invloed op de ontwikkeling van de auto’s voor het nieuwe tijdperk dat in 2026 begint.
Sinds 2021 geldt het ATR-systeem, waarbij de hoeveelheid testtijd wordt gebaseerd op de positie in het constructeurskampioenschap. Teams die lager eindigen, krijgen meer tijd om te ontwikkelen.
De standaardwaarde — de zogenaamde 100 procent-grens — staat gelijk aan 320 uur windtunneltijd en 2.000 CFD-tests in een periode van twee maanden. Daarboven en -onder gelden vaste stappen van vijf procent per positie.
Dat betekent dat elk team boven de zevende plaats minder tijd krijgt, terwijl teams daaronder juist extra tijd ontvangen. Zo krijgt de kampioen 70 procent van de maximale tijd, terwijl de hekkensluiter 115 procent mag gebruiken.
In de praktijk komt dat neer op een verschil van bijna 150 uur windtunnelbezetting tussen de top en de staart van het veld. Dat verschil is bedoeld om het speelveld gelijker te maken, maar zorgt er tegelijk voor dat topteams hun efficiëntie tot in detail moeten beheersen.
Wanneer de verdeling verandert
Volgens artikel F4.1.4 van het FIA-reglement start de eerste Aerodynamic Testing Period (ATP) op 1 januari 2026. De eerste cyclus duurt tot het einde van week 9, waarna de tweede, derde en vijfde periodes elk acht weken beslaan.
Na de derde ATP, dus aan het einde van week 25 op 21 juni 2026, maakt de FIA een nieuwe tussenstand op. De resultaten van het seizoen tot dat moment bepalen hoeveel tijd teams in de tweede helft van het jaar krijgen.
Tot die datum werken de teams met de huidige cijfers. De verdeling van windtunneltijd is dus direct gekoppeld aan de eindstand van het seizoen 2025 — wat de eerste helft van 2026 grotendeels voorspelbaar maakt.
Op basis van de eindstand van 2025 blijven McLaren en Mercedes de teams met de minste ontwikkeltijd: respectievelijk 70 en 75 procent van de standaardwaarde. Red Bull schoof op naar de derde plek en leverde daardoor vijf procent in, maar kreeg wel meer prijzengeld dankzij de hogere klassering.
Ferrari zakte naar de vierde plaats en werkt met 85 procent, terwijl Williams stabiel bleef op de vijfde positie met 90 procent. Racing Bulls steeg van de zevende naar de zesde plek en moet daarom 5 procent inleveren.
In het middenveld houdt Aston Martin de 100-procentgrens vast, terwijl Haas door een daling van P6 naar P8 juist 10 procent wint. Sauber en Alpine behouden hun respectievelijke negende en tiende plaatsen en profiteren van 110 en 115 procent.
Nieuwkomer Cadillac F1 krijgt, net als Alpine, 115 procent. De komst van het elfde team verandert niets aan de verdeling, want volgens artikel F4.6.1B blijven de percentages voor de nummers tien en elf gelijk.
De windtunneltijd per team
De verdeling van windtunneltijd en CFD-tests voor de eerste helft van 2026 ziet er als volgt uit:
| Positie | Team | % van tijd | Windtunnelruns | Windtunneluren | CFD-tests |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | McLaren | 70% | 224 | 280 | 1.400 |
| 2 | Mercedes | 75% | 240 | 300 | 1.500 |
| 3 | Red Bull | 80% | 256 | 320 | 1.600 |
| 4 | Ferrari | 85% | 272 | 340 | 1.700 |
| 5 | Williams | 90% | 288 | 360 | 1.800 |
| 6 | Racing Bulls | 95% | 304 | 380 | 1.900 |
| 7 | Aston Martin | 100% | 320 | 400 | 2.000 |
| 8 | Haas | 105% | 336 | 420 | 2.100 |
| 9 | Sauber / Audi | 110% | 352 | 440 | 2.200 |
| 10 | Alpine | 115% | 368 | 460 | 2.300 |
| 11 | Cadillac | 115% | 368 | 460 | 2.300 |
De verschillen lijken klein, maar in een sport waarin elke honderdste van een seconde telt, zijn twintig extra uren in de windtunnel van onschatbare waarde.
Omdat de teams sinds begin 2025 al aan hun 2026-auto’s mogen werken, is de invloed van deze cijfers direct voelbaar. McLaren en Mercedes moeten hun beperkte tijd uiterst efficiënt benutten, terwijl Audi en Cadillac juist meer ruimte hebben om te experimenteren.
Voor nieuwkomer Cadillac is de ruime testtijd een kans om sneller aansluiting te vinden bij de middenmoot. Tegelijk is het voor McLaren een uitdaging: als kampioen krijgt het minder tijd om de titelverdedigende auto te verfijnen.
De balans tussen prestaties, ontwikkeling en efficiëntie zal bepalen wie er begin 2026 het sterkst uit de startblokken komt — en wie te veel tijd verliest aan het perfectioneren van details. De windtunnel blijft de stille arena waar de eerste gevechten van het nieuwe Formule 1-tijdperk worden uitgevochten.