Slechts een handvol coureurs begint aan 2026 met een contract dat ook 2027 afdekt. Voor de rest geldt dat prestaties dit jaar zwaarder wegen dan ooit, juist omdat teams vooruitkijken naar de volgende cyclus.
Winnaars kunnen hun positie veiligstellen, verliezers verdwijnen genadeloos uit beeld. Binnen die context vallen vijf namen extra op. Niet omdat ze per definitie tekortschieten, maar omdat hun situatie kwetsbaar is door contracten, teampolitiek of opkomend talent.
Voor Liam Lawson voelt 2026 als een beslissend jaar, ook al is hij pas 23. Zijn F1-carrière verliep tot nu toe allesbehalve lineair. Vijf races in 2023, zes in 2024, een promotie naar Red Bull Racing in 2025 die na twee races alweer eindigde, gevolgd door een terugkeer naar Racing Bulls met een auto die hij nauwelijks kende.
Dat gebrek aan continuïteit maakt het lastig om een definitief oordeel over zijn niveau te vellen. De realiteit is dat we waarschijnlijk nog niet het beste van Lawson hebben gezien.
Tegelijkertijd is 2026 al zijn vierde seizoen op de grid, waardoor het excuus van ‘tijd nodig hebben’ steeds minder houdbaar wordt. Aan het einde van 2025 waren er wel degelijk positieve signalen.
Lawson wist teamgenoot Isack Hadjar steeds vaker te evenaren en zelfs te verslaan. Toch verandert de context opnieuw, want hij begint 2026 als de ervaren man naast een zeer hoog aangeschreven rookie, Arvid Lindblad.
Racing Bulls bestaat in essentie om coureurs klaar te stomen voor Red Bull Racing. Dat betekent dat zelfs een contractverlenging geen garantie is op stabiliteit.
Lawson moet dit jaar overtuigen dat hij óf Red Bull-materiaal is, óf aantrekkelijk genoeg om elders losgeweekt te worden, zoals eerder gebeurde bij Pierre Gasly, Alex Albon en Carlos Sainz.
Franco Colapinto leeft onder Briatore-druk
Bij Franco Colapinto is de contractduur minder het probleem dan de context waarin hij opereert. Hoewel zijn overeenkomst met Alpine op papier langlopend is, hing er vanaf dag één onzekerheid rond zijn racezitje.
Colapinto begon met een korte periode van zes races, verlengde die tot eind 2025 en kreeg uiteindelijk bevestiging voor 2026 naast Pierre Gasly. Dat lijkt geruststellend, maar binnen Alpine geldt dat niets ooit definitief is.
Adviseur Flavio Briatore staat bekend om zijn harde hand. Tijdens de presentatie van de A526 in Barcelona maakte hij dat opnieuw duidelijk. De toon was onmiskenbaar: excuses zijn op.
“Dit jaar zijn er geen excuses meer. We hebben een nieuwe auto en dezelfde coureurs. We hebben twee coureurs nodig die constant presteren voor het team.”
Gasly ligt vast tot 2028, wat de druk volledig bij Colapinto legt. Hij moet laten zien dat hij structureel op hetzelfde niveau kan rijden. Daarbij komt dat voormalig McLaren-junior Alex Dunne wordt genoemd als mogelijke versterking binnen de Alpine-structuur, wat de concurrentie verder opvoert.
Net als Lawson kende Colapinto een gefragmenteerde start in F1. Juist daarom is een volledige voorbereiding op 2026 cruciaal. Het is misschien zijn beste kans tot nu toe, maar ook de meest genadeloze.
Bij Valtteri Bottas draait de onzekerheid minder om prestaties en meer om timing en commercie. Zijn positie bij Cadillac lijkt stabiel, maar onder de oppervlakte broeit een scenario dat zijn zitje kan ondermijnen.
Cadillac heeft Colton Herta al binnengehaald als testcoureur. De Amerikaan stapte opvallend genoeg uit IndyCar om via Formule 2 alsnog zijn FIA-superlicentie te halen. Eind 2026 heeft hij vrijwel zeker voldoende punten, mits hij achtste of hoger eindigt in het kampioenschap.
Voor een Amerikaans merk is de aantrekkingskracht van een Amerikaanse coureur groot. Mocht Herta klaar zijn voor promotie, dan zal Cadillac een keuze moeten maken. Bottas heeft daarbij één nadeel: hij brengt minder sponsorwaarde mee dan teamgenoot Sergio Pérez, die al zijn commerciële achterban heeft verbonden aan het project.
Als beide coureurs in 2026 vergelijkbaar presteren, kan die factor doorslaggevend worden. Bottas kan dat scenario alleen ontregelen door Pérez overtuigend te verslaan. Doet hij dat niet, dan kan de markt genadeloos zijn.
Lewis Hamilton bij Ferrari
Voor Lewis Hamilton lijkt contractueel weinig aan de hand. Hij heeft zelf aangegeven een langlopende overeenkomst te hebben bij Ferrari. Toch leert de geschiedenis dat dit bij de Scuderia nooit absolute zekerheid biedt.
Ferrari heeft vaker iconen zonder pardon aan de kant geschoven. Alain Prost werd in 1991 ontslagen na kritische uitspraken. Kimi Räikkönen verloor zijn zitje ondanks een doorlopend contract. Sebastian Vettel kreeg te horen dat 2020 zijn laatste seizoen zou zijn. Zelfs Michael Schumacher stopte in 2006 vermoedelijk niet volledig vrijwillig.
Hamilton wacht al jaren op deze reglementsreset. De eerste signalen rond de SF-26 zijn positief, vooral qua betrouwbaarheid. Met een seizoen ervaring binnen Ferrari moet hij dichter bij Charles Leclerc komen, of hem zelfs verslaan.
Lukt dat niet en blijft hij structureel achter, dan kan zelfs zijn status ter discussie komen. Zeker omdat Ferrari intern een alternatief heeft. Ollie Bearman heeft bij Haas al laten zien dat hij potentie heeft. Als hij die lijn doortrekt, ligt promotie op tafel.
Dat gezegd hebbende: Hamilton heeft vaker bewezen dat hij nooit te vroeg afgeschreven moet worden. De rijstijl van de nieuwe auto lijkt hem bovendien goed te liggen. Maar bij Ferrari telt alleen één maatstaf.
Voor Esteban Ocon is 2026 een jaar waarin ervaring geen bescherming meer biedt. Hij ligt tot eind 2026 vast bij Haas, maar werd vorig seizoen nipt verslagen in punten door rookie Ollie Bearman. Dat beeld is genuanceerd, maar blijft staan.
Ocon won het onderlinge duel in races, verloor in kwalificatie en slaagde er niet in direct zijn stempel te drukken als teamleider. Teambaas Ayao Komatsu gaf daar een opvallende verklaring voor. Bearman kan met uiteenlopende auto-eigenschappen omgaan, terwijl Ocon een veel smaller werkvenster nodig heeft om te excelleren.
“Als Esteban de auto krijgt die hij wil, is hij geweldig, maar als dat niet zo is, kan hij er minder uithalen dan Ollie.”
Ocon heeft meegedacht over de ontwikkeling van de auto voor 2026. Dat moet hem helpen vaker in dat ideale venster te komen. Doet hij dat niet, dan wordt zijn positie richting 2027 kwetsbaar, ondanks zijn ervaring en raceoverwinning.