Terwijl Red Bull eindelijk weer een overwinning kon vieren in Monza, gebruikte hij het moment om duidelijk te maken dat hij weinig moet hebben van de aangekondigde technische veranderingen. Tegelijkertijd stond hij op het punt om een persoonlijke droom waar te maken: zijn debuut in de Nürburgring Endurance Series.
Het contrast kon niet groter zijn. Een Red Bull-team dat worstelt met de vorm van de laatste twaalf maanden, een viervoudig wereldkampioen die terugvecht naar de top, en een coureur die openlijk vraagtekens zet bij de koers van de sport waar hij groot in werd.
Red Bull beleefde zware tijden. Het was alweer een jaar geleden dat Verstappen twee races op rij won, destijds in Canada en Spanje. Pas tijdens de Dutch GP en de Italiaanse GP lukte het hem opnieuw om twee opeenvolgende podiumplaatsen te pakken, iets wat hij sinds Singapore en de VS in het voorgaande seizoen niet meer had gedaan.
Voor een team dat ooit de meest dominante auto in de geschiedenis van de Formule 1 bouwde, was dat een teleurstellende reeks. Toch bracht zijn derde zege van het seizoen hoop.
Red Bull behaalde hiermee de 125e overwinning in hun geschiedenis en kwam dichter bij het totaal van Mercedes. Ferrari en McLaren staan mijlenver voor met meer dan tweehonderd zeges, maar Mercedes bezit de derde plek met 130 overwinningen.
De cijfers vertellen een interessant verhaal. Red Bull heeft meer races gestart dan Mercedes, inclusief de vroege jaren van Mercedes in 1954 en 1955. Hun winstratio ligt daardoor lager, 30,6 procent tegenover 39 procent voor Mercedes.
Maar aan het huidige tempo kan Red Bull volgend jaar al de Duitse rivaal voorbijgaan in het all-time overzicht. Verstappen was vanzelfsprekend de hoofdrolspeler in dat succes. Hij pakte in Monza zijn 66e overwinning en stond voor de 45e keer op pole. Wanneer Red Bull hem een competitieve auto biedt, blijkt hij bijna niet te stoppen.
Twijfel over de toekomst
Ondanks vier wereldtitels laat Verstappen regelmatig weten dat hij niet zeker is of hij zijn hele carrière in de Formule 1 wil slijten. Hij beweerde ooit dat één titel al genoeg was geweest om al zijn dromen waar te maken. Nu, jaren later, weegt hij zijn toekomst opnieuw af.
Red Bull’s dalende prestaties en de grote uitdaging van het zelf bouwen van een motor voor volgend seizoen maken de situatie extra onzeker. Hij heeft nog een contract voor twee jaar, maar officieel slechts voor één seizoen zijn volledige commitment uitgesproken.
Daar komt bij dat de huidige generatie auto’s hem steeds minder aanspreekt. Verstappen liet duidelijk merken dat de technische regels, en vooral de richting die men inslaat richting 2026, hem allesbehalve enthousiast maken.
Vanaf 2026 worden de chassis en motorregels grondig aangepast. De auto’s moeten kleiner worden, krijgen actieve aerodynamica en de motoren draaien dan op een 50/50 verdeling tussen verbrandingsmotor en elektrisch vermogen.
De huidige auto’s zijn door de jaren heen juist steeds groter en zwaarder geworden. Dat bemoeilijkt inhalen en maakt close racing lastiger. De nieuwe regels moeten daar een oplossing voor bieden. Toch ziet Verstappen vooral nadelen.
Hij wees op de tijd van zo’n vijftien jaar geleden, toen de auto’s lichter waren en de V8-motoren zorgden voor eenvoudiger en aantrekkelijker racen.
“Wat het belangrijkste is: lichtere auto’s, kleinere auto’s. Maar dat kun je alleen doen als je de motorregels verandert. Nu zijn de motoren super efficiënt, maar ook behoorlijk groot. Daardoor wordt de auto langer, je hebt meer koeling nodig en dus wordt alles groter. Als we weer een soort auto kunnen krijgen zoals in het tijdperk rond 2010 of zelfs daarvoor, zou dat mooi zijn. Ik denk dat het het racen helpt, maar uiteindelijk ben ik niet degene die beslist.”
Discussie over motoren
De strijd om de toekomst van de Formule 1 draait vooral om de motor. De hybride krachtbronnen zijn indrukwekkend, maar zorgen ook voor logge auto’s. Volgens Verstappen is dat het grootste probleem.
Toch is er een harde realiteit: zonder hybrides haken motorfabrikanten af, en juist die fabrikanten geven de Formule 1 zijn status. Voor Red Bull is dat extra spannend, omdat ze volgend jaar samen met Ford hun eerste eigen motor bouwen.
De verwachtingen zijn laag en het project staat vol vraagtekens. Verstappen weigerde in te gaan op concrete verwachtingen voor Red Bull’s prestaties.
“Het is een groot vraagteken, maar eerlijk gezegd denk ik dat er weinig mensen zijn die nu al kunnen zeggen: ja, wij gaan echt heel goed zijn,” zei hij. “Je hebt geen garanties. Ik weet dat het een grote uitdaging is, wat we doen met ook onze eigen motor bouwen, maar het is ook een best spannende uitdaging.”
Zijn eenjarige commitment kan twee dingen betekenen: of hij wacht af wie de beste motor heeft in 2026, of hij wil simpelweg de nieuwe generatie auto’s ervaren. Als die hem niet bevallen, ligt een afscheid van de Formule 1 binnen bereik.
Na Monza wacht een heel andere uitdaging. Verstappen maakt zich op voor zijn debuut in de Nürburgring Endurance Series. Terwijl duizenden fans normaal in Oostenrijk de tribunes oranje kleuren, trekken ze dit keer naar de Eiffel.
Voor Verstappen gaat hiermee een oude wens in vervulling. Na een test eerder dit jaar werd het plan concreet: rijden op de legendarische Nordschleife.
Zijn weekendprogramma begint met een verplichte training op vrijdag, gevolgd door een examen om zijn instaplicentie, het B-permit, te halen. Daarmee mag hij uitkomen in een Porsche Cayman GT4 CS van het Lion Speed-team in de B-klasse.
Om in de A-klasse te rijden, heeft hij een A-permit nodig. Dat vergt normaal minstens twee geklasseerde race-uitslagen met samen veertien ronden. Voor een normale coureur zou dat betekenen: ook op zondag nog in de Cayman racen.
Voor een coureur van Verstappens kaliber gelden echter andere mogelijkheden. Omdat hij FIA-platinumstatus heeft, kan de licentiecommissie een individuele beoordeling maken.
Dat zou betekenen dat als hij op zaterdag in twee verschillende auto’s rijdt, dit al voldoende kan zijn voor het A-permit. Eén stint in de Cayman en vervolgens overstappen in de Ferrari 296 GT3 van Emil Frey Racing, de auto waarin hij eerder testte.
Zo kan hij al op zondag in de topklasse starten. In de praktijk zou dat neerkomen op twee inschrijvingen voor dezelfde race bij twee verschillende teams.