Op de eerste dag van de wintertest in Bahrein was George Russell stellig. Red Bull had volgens hem het beste totaalpakket en beschikte over een duidelijk voordeel in energie-deployment.
Max Verstappen tikte die dag 344 km/u aan aan het einde van het rechte stuk. Dat getal werd later in de week niet meer geëvenaard. Geen enkele coureur kwam nog aan die topsnelheid.
De eerste indruk was dat Red Bull over een fors deployment-overschot beschikte. Ook Toto Wolff gaf aan dat Mercedes moeite had om het energieniveau en de recuperatie van Red Bull te evenaren. De boodschap was duidelijk: het gat was groot.
Naarmate de testweek vorderde, veranderde het verhaal. Andere teams vonden manieren om hun energiegebruik slimmer te beheren.
Volgens meerdere teams zat er gedurende de twee testweken ongeveer een halve seconde winst in puur door efficiënter te bepalen waar energie wordt ingezet en waar wordt teruggewonnen. Aan het einde van de test gaf Russell een genuanceerder beeld.
“De Mercedes-teams hebben sinds de eerste dag in Bahrein veel verbeteringen doorgevoerd. Het deployment-gat is drastisch kleiner geworden.”
Die uitspraak is opvallend. Teams benadrukken normaal gesproken dat ze niet weten hoeveel de concurrentie nog achter de hand houdt. Russell suggereerde juist dat Red Bull dichter bij zijn plafond zat, terwijl Mercedes een grotere stap maakte.
In de paddock leeft het idee dat Mercedes tijdens de test heeft ingehouden. Het team voerde geen volledige racesimulatie uit en draaide volgens velen met teruggeschroefde motorstanden.
Het doet denken aan eerdere jaren waarin Mercedes meer snelheid had dan het liet zien. De vraag is niet alleen hoeveel Mercedes achterhield, maar ook hoeveel Ferrari en Red Bull hebben verborgen.
Ferrari maakte tijdens de testweek een duidelijke sprong voorwaarts. Charles Leclerc zette op de slotdag een zeer sterke ronde neer. Toch plaatst vrijwel niemand Ferrari als favoriet voor Melbourne.
Andrea Stella gaf namens McLaren aan dat Ferrari en Mercedes een stap voor lijken te liggen, terwijl McLaren en Red Bull dicht bij elkaar zitten. Dat onderstreept het gevoel dat Mercedes momenteel het referentiepunt is.
De algemene verwachting in het rennerskwartier is dat Mercedes het openingsweekend kan domineren. Dat betekent niet dat het gat enorm is, maar wel dat de combinatie van powerunit en chassis als het meest compleet wordt gezien.
Energiebeheer wordt doorslaggevend
Energie-deployment blijft een centraal thema. Bahrein is relatief gunstig voor energieherstel, met meerdere zware remzones zoals bij bocht één en bocht vier. Melbourne is een ander verhaal.
Lange rechte stukken worden daar afgewisseld met snelle bochten waarin nauwelijks kan worden teruggewonnen. Vooral het middengedeelte van het circuit biedt weinig mogelijkheden om de batterij op te laden.
Jeddah vormt een nog grotere uitdaging. Het snelle stratencircuit bestaat uit lange rechte stukken en snelle knikken, met beperkte zware remmomenten. Dat maakt het moeilijk om energie te recupereren.
Ook Montreal en Silverstone kennen veel snelle secties met minder uitgesproken remzones. Monza is misschien wel het zwaarste circuit voor batterijbeheer, met hoge snelheden en relatief weinig langzame bochten.
Dat betekent dat eventuele verschillen in energiebeheer in Melbourne meteen zichtbaar kunnen worden. Als het gat inderdaad kleiner is geworden, wordt dat op circuits met beperkte recharge-mogelijkheden duidelijk.
Terwijl Mercedes zich comfortabeler voelt, kampt Aston Martin met serieuze problemen. De auto kampte tijdens de test met betrouwbaarheidskwesties, waaronder koeling, versnellingsbak en aandrijfproblemen.
Volgens berichten heeft Honda erkend dat er fundamentele technische uitdagingen zijn. De batterij zou niet correct opladen en er zijn problemen met de werking van de MGU-K.
Honda had in het vorige tijdperk een sterke reputatie opgebouwd met de MGU-H, die warmte-energie uit de turbo terugwint. Dat systeem is nu verdwenen, waardoor teams volledig afhankelijk zijn van andere vormen van energieterugwinning.
De verwachting is dat pas rond de Grand Prix van China oplossingen worden gevonden voor de grootste problemen. Australië lijkt daarmee een lastig weekend te worden voor Aston Martin.
Hoewel nieuwe onderdelen voor chassis en powerunit naar Melbourne worden gebracht, is niet alles opgelost. Het team richt zich nadrukkelijk op 2026 en mogelijk zelfs op 2027 als structureel keerpunt.
Volgens verschillende ranglijsten, waaronder die van Sky Sports en andere analisten, staat Mercedes bovenaan, gevolgd door McLaren, Ferrari en Red Bull. Red Bull wordt meestal als vierde ingeschat.
Cadillac zou aerodynamisch de zwakste auto hebben, maar Aston Martin wordt als totaalpakket het minst overtuigend gezien in deze testfase. Williams stelt teleur, mede door een te zware auto en logistieke vertraging richting Barcelona.
Alpine lijkt het beste van de rest. Het verschil tussen de top vier en de rest kan oplopen tot ongeveer een seconde in kwalificatietempo.
Dat betekent dat als Red Bull drie tienden tekortkomt op pole, een middenveldteam alsnog binnen zeven tienden van de snelste tijd kan zitten. Grotere onderlinge verschillen maken het voor tweede coureurs bij topteams iets eenvoudiger om competitief te blijven.