Waar vrijwel iedereen in de Formule 1 Mercedes als maatstaf verwachtte, kwam uit de eerste ADUO-meting van 2026 juist Red Bull Powertrains naar voren als de benchmark voor de verbrandingsmotor.
Dat oordeel heeft directe gevolgen voor de ontwikkelmogelijkheden van alle vijf powerunitfabrikanten. Nog opvallender: Red Bull zelf lijkt niet overtuigd van de uitkomst en heeft de FIA gevraagd om precies uit te leggen hoe de conclusie tot stand is gekomen.
De discussie draait om het ADUO-systeem, voluit Additional Development and Upgrade Opportunities. Dat mechanisme werd ingevoerd voor de nieuwe motorregels van 2026 om te voorkomen dat één fabrikant vroeg in het tijdperk een onoverbrugbare voorsprong zou nemen.
De FIA analyseerde de prestaties van alle vijf powerunitfabrikanten en keek daarbij uitsluitend naar de interne verbrandingsmotor. Op basis daarvan werd vastgesteld welke fabrikant de norm zette en welke merken recht kregen op extra ontwikkelmogelijkheden.
Tot verbazing van veel teams werd niet Mercedes als benchmark aangewezen. De hoogste waardering ging naar Red Bull Powertrains, de leverancier van zowel Red Bull Racing als Racing Bulls.
Juist dat punt maakt de situatie gevoelig. Volgens interne verwachtingen dacht Red Bull zelf namelijk dat het nog achter Mercedes stond. De FIA kwam tot een andere conclusie.
Max Verstappen bevestigde dat de uitkomst ook binnen het team vragen opriep. Hij zei dat iedereen “een beetje verrast” was door het nieuws en gaf aan dat gesprekken met de FIA moesten verduidelijken hoe die conclusie precies was bereikt.
“Ik denk dat we allemaal een beetje verrast waren door dat nieuws.”
Het ADUO-systeem is ontworpen als vangnet voor motorfabrikanten die achterlopen op de benchmark. Wanneer een fabrikant meer dan 2 procent achter de beste motor zit, mag hij een extra homologatie-upgrade doorvoeren.
Bij een achterstand van meer dan 4 procent zijn zelfs twee upgrades toegestaan. In de aanvullende uitleg over de regeling wordt duidelijk dat fabrikanten die tussen 2 en 4 procent achterlopen één upgrade in 2026 en één in 2027 kunnen inzetten.
Bij een achterstand van 4 procent of meer loopt dat op naar twee upgrades in beide seizoenen. Daar blijft het niet bij. De regeling kent ook extra budgetruimte toe aan fabrikanten die verder achterop raken.
Die ondersteuning kan oplopen van 3 miljoen dollar tot zelfs 11 miljoen dollar wanneer de achterstand boven de 10 procent uitkomt. De eerste FIA-beoordeling betekende dat Red Bull buiten de catch-upregeling viel.
Mercedes kwam volgens de gepubliceerde rangschikking in een categorie terecht die extra ontwikkelruimte oplevert, terwijl Ferrari, Honda en Audi in een zwaardere achterstandscategorie belandden.
Dat zorgt voor een opmerkelijke situatie. Het team dat als benchmark wordt gezien, krijgt geen extra ontwikkelkansen. Concurrenten kunnen die ruimte juist wel benutten om sneller terrein te winnen.
Waarom Red Bull de cijfers wil zien
Volgens de beschikbare informatie probeert Red Bull de uitkomst niet direct te laten wijzigen. De gesprekken met de FIA lijken vooral gericht op het verkrijgen van inzicht in de gebruikte methodologie en data.
De FIA heeft de fabrikanten een document gestuurd waarin alleen staat op hoeveel upgrades iedere fabrikant recht heeft. Gedetailleerde prestatiecijfers ontbreken vanwege intellectuele eigendomsrechten en vertrouwelijke technische informatie.
De aangekondigde review zou daarnaast kijken naar de sensordata die de FIA gebruikt om de output van de verbrandingsmotoren vast te stellen. Dat maakt duidelijk dat de discussie vooral draait om verificatie van de metingen.
Honda ziet ondertussen weinig reden voor twijfel. Honda-topman Shintaro Orihara verklaarde dat de cijfers die de FIA presenteerde overeenkwamen met wat zijn organisatie vooraf had verwacht.
Daarbij prees hij expliciet het werk van Red Bull Powertrains.
“Ik heb respect voor wat ze hebben gedaan. Het bedrag dat we van de FIA hebben ontvangen is volkomen terecht.”
Dat Red Bull de sterkste verbrandingsmotor heeft, betekent niet automatisch dat het ook over de beste totale powerunit beschikt.
Binnen de Formule 1 leeft namelijk breed het idee dat Mercedes vooral uitblinkt dankzij de combinatie van verbrandingsmotor en elektrische systemen. De FIA keek voor de ADUO-beoordeling uitsluitend naar de ICE, oftewel de interne verbrandingsmotor.
Het elektrische gedeelte van de powerunit speelde geen rol in de indexering. Volgens FIA Single-Seater Director Nikolas Tombazis was dat geen verrassing.
Hij onthulde dat er in 2025 uitgebreid overleg plaatsvond met alle motorfabrikanten over mogelijke meetmethodes. Daarbij werden complexere parameters besproken, zoals turbodruk, turbodiameter en plenumtemperatuur.
Uiteindelijk wilden de fabrikanten zelf een eenvoudige methode. Daarom werd gekozen voor een beoordeling die zich richt op het gemeten vermogen van de verbrandingsmotor.
“Het algemene standpunt van de PU-fabrikanten was destijds dat we het simpel moesten houden.”
De discussie over de ADUO-resultaten viel samen met gesprekken over toekomstige wijzigingen aan de verhouding binnen de powerunits voor 2027. In de paddock gingen geruchten rond dat Red Bull mogelijk tegen die plannen had gestemd uit onvrede over de FIA-uitkomst.
Volgens de beschikbare informatie bleek dat niet te kloppen. Niet Red Bull, maar Honda zou de enige tegenstem hebben uitgebracht. Red Bull steunde de voorgestelde wijzigingen juist wel.
Dat sluit aan bij de wensen van Max Verstappen, die eerder heeft aangegeven geïnteresseerd te blijven in de Formule 1 zolang de technische koers aantrekkelijk blijft.
Tegelijkertijd ontmoette FIA-president Mohammed Ben Sulayem in Parijs Red Bull-CEO Oliver Mintzlaff. Hoewel er geen direct verband is gelegd met de ADUO-discussie, onderstreept het wel hoe belangrijk het onderwerp inmiddels is geworden.
Voor de buitenwereld blijft de situatie voorlopig onduidelijk. De FIA heeft de resultaten officieel gedeeld met de fabrikanten, maar nog niet openbaar gemaakt. Voor die publieke communicatie bestaat geen vaste deadline.