De afgelopen jaren werd de Formule 1 gedomineerd door vier teams. Mercedes, Ferrari, Red Bull en McLaren waren structureel een klasse apart, met als opvallend feit dat sinds de Grand Prix van Hongarije in 2021 geen enkele andere ploeg een race wist te winnen.
Die Hongaarse zege van Esteban Ocon namens Alpine geldt nog altijd als het laatste moment waarop de gevestigde orde werd doorbroken. Sindsdien bleef de top gesloten, ongeacht wisselende circuits, weersomstandigheden of seizoensdynamiek.
Voor 2026 verandert dat uitgangspunt. De auto’s zijn kleiner en lichter, met een gewichtsreductie van 32 kilogram, terwijl de powerunit meer elektrische output levert. Daarmee wordt het bestaande krachtsverschil grotendeels geneutraliseerd.
Volgens George Russell creëert dat precies de omstandigheden waarin een team van buiten de top vier kan toeslaan. Russell ziet vooral Aston Martin als serieuze kandidaat om de hiërarchie te doorbreken.
Het team eindigde in 2025 als zevende, maar beschikt volgens hem over unieke bouwstenen voor de nieuwe cyclus. De timing speelt daarbij een sleutelrol. Grote reglementswijzigingen zorgen ervoor dat eerdere prestaties minder relevant worden en dat interpretatie, organisatie en durf het verschil maken.
Russell benadrukt dat juist dit soort momenten historisch gezien kansen bieden voor teams die normaal gesproken niet structureel winnen. Aston Martin past volgens hem in dat profiel.
De rol van Adrian Newey
Een van de belangrijkste redenen voor die verwachting is de komst van Adrian Newey. Vanaf 2026 is hij teambaas bij Aston Martin, nadat hij in maart werd aangesteld als managing technical partner met volledige focus op de nieuwe auto.
Newey geldt als een van de meest succesvolle ontwerpers in de geschiedenis van de sport. Auto’s als de Williams FW14B, FW18 en de Red Bull RB6 vormden de basis voor meerdere wereldtitels.
Tijdens de eerste gezamenlijke shakedown in Barcelona waren zijn ideeën duidelijk zichtbaar op de AMR26. De neus oogde bol en deed denken aan eerdere innovatieve concepten, terwijl ook de endplates en sidepods afweken van de norm.
Toch was het vooral de achterwielophanging die de aandacht trok, met een opvallende hoek van de bovenste wishbone. De ongebruikelijke ophanging bleef niet onopgemerkt. James Vowles, teambaas van Williams, reageerde lovend op het ontwerp.
“Adrian is gewoon een creatieve ontwerper. Het is indrukwekkend wat hij heeft gedaan met wishbones op plekken waarvan ik dacht dat ze niet konden. Maar hij heeft het gedaan. Het is extreem, heel creatief. Ik zou die auto niet willen ontwerpen.”
Die woorden onderstrepen het respect voor Neweys aanpak, maar Russell plaatst tegelijk een belangrijke kanttekening. Een opvallend ontwerp is geen garantie voor prestaties.
Russell wijst erop dat Aston Martin laat begon met de ontwikkeling van de AMR26. Windtunneltests startten ongeveer vier maanden later dan bij concurrenten en tijdens de vijfdaagse shakedown verscheen het team pas op dag vier.
Daardoor reed Aston Martin minder kilometers dan vrijwel alle andere teams, met uitzondering van Williams, dat helemaal niet deelnam. Dat roept vragen op over betrouwbaarheid en ontwikkelsnelheid.
Ook het recente verleden stemt tot voorzichtigheid. Na een podiumrijk begin van 2023 zakte de ploeg in twee jaar tijd terug naar vaste middenmootposities, wat twijfels oproept over de ontwikkelcapaciteit.
Russell over vorm versus snelheid
Russell erkent dat de AMR26 visueel de meeste indruk maakte, maar hij relativeert dat onmiddellijk.
“De Aston Martin viel het meest op qua ontwerp. Iedereen keek naar die achterophanging en het ziet er indrukwekkend uit. Maar het is geen wedstrijd wie de mooiste auto heeft.”
Volgens hem draait alles om rondetijd, niet om esthetiek.
“Het gaat erom hoe snel de auto over het circuit gaat. Dat zien we in Melbourne. De snelste auto wordt het referentiepunt voor iedereen.”
Naast Newey speelt ook de overstap naar Honda een grote rol. Aston Martin wordt vanaf 2026 een fabrieksteam van de Japanse fabrikant, die eerder Max Verstappen en Red Bull aan vier opeenvolgende wereldtitels hielp.
Russell benadrukt dat Honda de afgelopen jaren heeft bewezen competitieve motoren te bouwen. In combinatie met een nieuw chassis kan dat het verschil maken.
Volgens hem is juist die combinatie van technisch leiderschap en fabrieksmotor bepalend in een seizoen waarin alles opnieuw wordt uitgevonden. Russell ziet in 2026 vooral een kans voor de sport. Een kampioenschap waarin meerdere teams en coureurs meedoen aan de strijd zou volgens hem het ideale scenario zijn.
“Het beste scenario voor de sport en voor de coureurs is dat meerdere teams en rijders met elkaar vechten.”
Hij verwijst daarbij naar 2010, toen McLaren, Ferrari en Red Bull tegelijk om de titels streden. Dat seizoen geldt nog altijd als een van de meest competitieve van het moderne tijdperk.