De komst van Adrian Newey heeft Aston Martin’s aerodynamische afdeling in een hogere versnelling gezet. In de nieuwe windtunnel gonst het van energie en ideeën, terwijl het team met ongekende vaart werkt richting de grote reglementenwijziging van 2026.
Sinds dit jaar is Newey officieel managing technical partner bij Aston Martin. De meervoudig titelwinnende ontwerper verliet in mei 2024 zijn rol als technisch directeur bij Red Bull en richt zich nu volledig op het ontwikkelen van de AMR26.
Die auto moet voldoen aan het nieuwe reglement, waarin de huidige grondeffectauto’s plaatsmaken voor een moderne versie van actieve aerodynamica.
Teamchef Andy Cowell, zelf een gerenommeerd ingenieur en voormalig hoofd van Mercedes’ motorafdeling, ziet van dichtbij hoe Newey het proces versnelt en verdiept.
Volgens hem is de tijd tussen Newey’s tekeningen en een windtunneltest teruggebracht tot een derde van wat het was.
“De windtunnelploeg heeft enorm goed gereageerd op Adrians komst. We proberen heel veel verschillende architecturale ideeën, grotere wijzigingen aan het model dan normaal. Iedereen geniet van de uitdaging om aan nieuwe, avontuurlijke onderdelen te werken.”
De nieuwe windtunnel van Aston Martin is pas enkele maanden operationeel, maar wordt nu al tot het uiterste benut. Cowell benadrukt dat het niet alleen gaat om snelheid, maar ook om complexere onderdelen, hogere precisie en kortere levertijden dan ooit.
Ervaring met regelwijzigingen
Newey’s reputatie om reglementwijzigingen naar zijn hand te zetten is legendarisch. Zijn McLaren MP4/13 domineerde in 1998, de Red Bull RB5 uit 2009 groeide uit tot de snelste auto van dat seizoen, en zijn Williams FW14B met actieve aerodynamica bezorgde Nigel Mansell de titel in 1992.
Bij Aston Martin komt die ervaring goed van pas, want er is nog geen vergelijkingsmateriaal voor de nieuwe 2026-auto’s. Dat betekent dat het team zelf de lat extreem hoog legt.
“We hebben onszelf zware doelen gesteld. Als het geen strijd tot het einde is, heb je geen uitdagend doel gesteld. Wij vechten om deadlines te halen en complexe onderdelen in recordtijd te produceren.”
Naast de aerodynamische uitdaging werkt Aston Martin voor het eerst samen met Honda als motorleverancier. Ook partners als Aramco spelen een rol bij brandstof en smeermiddelen, terwijl transmissie en hydraulica in eigen beheer blijven.
Cowell ziet voordeel in Newey’s eerdere samenwerking met Honda. De combinatie van nieuwe partners en technologieën maakt het project extra veeleisend, maar ook spannend.
Binnen de fabriek wordt nu aan meer complexe onderdelen gewerkt dan ooit, met hogere kwaliteitseisen.
Leiderschap en cultuur
Tijdens een rondleiding in de fabriek in Silverstone was Newey zelfs buiten werktijd in zijn glazen kantoor aan het werk te zien. Zijn aanwezigheid werkt aanstekelijk, zegt Cowell, niet alleen technisch maar ook cultureel.
“Adrian’s enthousiasme om in de details van de autoarchitectuur te duiken, gecombineerd met zijn brede ervaring, is enorm waardevol. Hij kijkt niet alleen naar de basisstructuur, maar ook naar optimalisatie, productiemethoden en hoe je een winnende cultuur bouwt.”
Volgens Cowell betekent dat ook kritisch zijn na slechte weekenden en nooit tevreden achteroverleunen. Newey stelt vragen die anderen niet stellen, en helpt het team om de normen te verhogen.
Na vier jaar investeren in faciliteiten en personeel voelt Cowell dat de puzzelstukjes beter in elkaar beginnen te vallen. Toch waarschuwt hij dat perfectie niet bestaat en dat er onderweg altijd nieuwe elementen nodig zullen zijn.
“Van Adrians opmerkingen over waar ‘geweldig’ ligt, tillen we onze doelen en verwachtingen naar boven dat niveau. We werken keihard om daar zo snel mogelijk te komen, in recordtijd.”
Met nog maar een paar maanden tot de eerste shakedown in Barcelona, is de toon gezet: Aston Martin wil niet langer een team met alleen potentie zijn, maar één dat resultaten levert – en Newey moet daarbij het verschil maken.