Terwijl Aston Martin zonder punten onderaan het kampioenschap staat, blijft de tweevoudig wereldkampioen volhouden dat hij nog steeds de beste coureur op de grid is.
Die opvallende overtuiging roept vragen op. Hoe kan een coureur die al sinds 2013 geen Grand Prix meer heeft gewonnen zo stellig zijn over zijn eigen niveau terwijl zijn team midden in een diepe crisis zit?
De cijfers van Aston Martin vertellen een hard verhaal. Het team beleeft een dramatische start van het seizoen 2026 en heeft na de eerste races nog geen enkel WK-punt verzameld. Volgens de beschikbare gegevens staan Aston Martin en Cadillac als enige teams nog op nul punten.
Toch weigert Alonso zijn prestaties af te meten aan uitslagen of klasseringen. Toen hem werd gevraagd hoe hij zijn eigen niveau beoordeelt terwijl de auto ver achter de concurrentie staat, kwam een antwoord dat direct de aandacht trok.
“Ik meet niets. Ik ben de beste.”
Voor Alonso is die uitspraak geen vorm van opschepperij, maar een conclusie die hij naar eigen zeggen al lang geleden heeft getrokken. Hij benadrukt dat hij geen bevestiging nodig heeft van resultaten, statistieken of externe beoordelingen.
Volgens de Spanjaard hoeft hij niets meer te bewijzen om te weten dat hij nog altijd op het juiste niveau presteert. Hij verklaarde zelfs dat hij niet hoeft te voelen of te testen of hij nog competitief genoeg is om dat geloof vast te houden.
Dat standpunt staat in schril contrast met de werkelijkheid waarin Aston Martin momenteel verkeert. De AMR26 blijkt vanaf de wintertests structureel te langzaam, waardoor Alonso nauwelijks kansen krijgt om zijn kwaliteiten in de uitslagen terug te zien.
Ondanks zijn uitspraken vertrouwt Alonso niet uitsluitend op zijn gevoel. De meest ervaren coureur uit de Formule 1 zoekt buiten de koningsklasse voortdurend naar manieren om zichzelf te vergelijken met anderen.
Hij kijkt daarbij vooral naar prestaties in andere racecategorieën. Volgens Alonso zou hij zich pas echt zorgen maken wanneer hij daar niet langer tot de snelsten behoort.
Tijdens zijn uitleg gebruikte hij meerdere voorbeelden. Op een kartbaan verwacht hij nog steeds de snelste te zijn. Hetzelfde geldt wanneer hij achter het stuur kruipt van een GT-auto.
Hij legde uit dat het voor hem een alarmsignaal zou zijn wanneer dat niet meer lukt. Juist omdat hij in die verschillende disciplines nog altijd competitief is, ziet hij geen enkele reden om te twijfelen aan zijn niveau als Formule 1-coureur.
Een van zijn meest opvallende uitspraken ging dan ook over de toekomst. Alonso stelde dat hij nog steeds de snelste is en dat het daarom slechts een kwestie van tijd is voordat hij weer kan meedoen wanneer hij over beter materiaal beschikt.
Een carrière die zijn zelfvertrouwen voedt
De overtuiging van Alonso komt niet uit het niets. Zijn carrière behoort tot de indrukwekkendste uit de moderne Formule 1-geschiedenis.
De Spanjaard veroverde zijn eerste wereldtitel in 2005 met Renault. Een jaar later volgde direct zijn tweede kampioenschap. Daarmee vestigde hij zich definitief tussen de grootste namen van zijn generatie.
Hoewel hij sindsdien geen wereldtitel meer won en zijn laatste Grand Prix-zege dateert uit 2013 bij Ferrari, bleef zijn reputatie als uitzonderlijke coureur overeind. Veel kenners beschouwen hem nog steeds als een van de meest complete rijders van het huidige veld.
Ook buiten de Formule 1 bouwde Alonso een indrukwekkend palmares op. Hij nam tweemaal deel aan de Indy 500, won twee keer de 24 Uur van Le Mans en werd daarnaast wereldkampioen in het World Endurance Championship.
Die successen vormen volgens hem extra bewijs dat zijn snelheid niet beperkt is tot één categorie. Juist omdat hij zich telkens opnieuw kan meten met andere topcoureurs, blijft zijn geloof in eigen kunnen onaangetast.
Juist daarom vallen Alonso’s uitspraken extra op. Zijn persoonlijke overtuiging staat namelijk lijnrecht tegenover de sportieve situatie van Aston Martin.
Tijdens de wintertest in Bahrein bleek al dat de AMR26 grote problemen kende. Volgens de beschikbare gegevens was de auto meer dan vier seconden per ronde langzamer dan de snelste tijd.
De problemen verdwenen vervolgens niet toen het seizoen begon. Aston Martin slaagde er niet in om punten te scoren en zakte weg naar de laatste plaats in het constructeurskampioenschap.
Alonso’s beste resultaat kwam in Japan, waar hij slechts als achttiende finishte. Daarnaast kende hij meerdere tegenslagen, waaronder uitvalbeurten tijdens de Grand Prix van China en de Grand Prix van Canada.
In Canada leek hij zelfs onderweg naar een puntenklassering voordat fysieke klachten roet in het eten gooiden. Na 23 ronden moest hij de strijd staken vanwege rugpijn.
Dat alles voedt de discussie over de toekomst van Aston Martin. Analisten wezen eerder al op de mogelijkheid dat het team pas in 2027 weer structureel competitief kan worden.
Ondanks alle teleurstellingen klinkt Alonso opvallend kalm wanneer hij spreekt over zijn motivatie. Waar andere coureurs gefrustreerd zouden raken door de aanhoudende problemen, kijkt hij vooral naar wat nog kan komen.
Hij benadrukt dat hij wacht op de volgende kans. Tegelijkertijd probeert hij Aston Martin te helpen om het competitieve karakter te behouden dat volgens hem noodzakelijk is om in de Formule 1 succesvol te blijven.
Daarbij blijft hij vasthouden aan een eenvoudige gedachte. Zolang hij buiten de Formule 1 nog steeds kan bewijzen dat hij competitief is, ziet hij geen enkele reden om zijn niveau ter discussie te stellen.
“Het is gewoon een kwestie van tijd dat ik een betere auto heb.”