Na twee titels op rij staat McLaren ineens op achterstand en moet het team reageren. De start van 2026 legt zwakke plekken bloot die vorig jaar nog niet zichtbaar waren en zet de hele organisatie onder spanning.
De druk neemt snel toe, juist omdat het team zichzelf nog altijd ziet als koploper. McLaren begon het seizoen met vertrouwen na een dominant 2025, waarin het team zowel de coureurs- als de constructeurstitel pakte.
Die status lijkt voorlopig ver weg, want na twee grands prix en één sprintrace staat het team op slechts 18 punten. Dat totaal levert voorlopig een derde plaats op in het kampioenschap. Het contrast met vorig jaar is groot, toen McLaren direct het tempo bepaalde.
De introductie van nieuwe auto’s speelt daarin een duidelijke rol. De modellen van 2026 zijn kleiner, lichter en complexer, en McLaren heeft moeite om zich daar snel op aan te passen. Tijdens de wintertests in Bahrein leek er nog weinig aan de hand.
Het team noteerde de derde tijd en hoorde bij vier teams die meer dan 2000 kilometer reden. Maar zodra het seizoen begon, bleek dat die cijfers geen garantie waren voor succes. In Australië ging het al mis voordat de race begon.
Oscar Piastri crashte nog voor de start, waardoor McLaren direct een belangrijke kans verloor. Lando Norris wist de race wel uit te rijden, maar kwam niet verder dan de vijfde plaats. Voor een regerend wereldkampioen is dat een duidelijk signaal dat het tempo ontbreekt.
Een week later werd de situatie nog ernstiger in China. Beide coureurs vielen uit voordat de race überhaupt begon, door technische problemen. Dat betekende opnieuw een nulscore, waardoor McLaren na twee raceweekenden al flink achterloopt.
De optelsom is duidelijk: slechts 18 punten, waar het team een jaar eerder juist sterk begon. Na het lastige weekend in China besloot CEO Zak Brown zijn team direct toe te spreken. Hij wilde de groep richting Japan opnieuw op scherp zetten.
In zijn boodschap benadrukte hij dat McLaren volgens hem nog altijd over alles beschikt om te winnen. Hij stelde dat het team “de twee beste coureurs ter wereld” heeft, samen met “het beste raceteam” en “de beste cultuur binnen een raceteam”.
Met die woorden probeerde hij het vertrouwen terug te brengen. Tegelijk maakte hij duidelijk dat er geen tijd is voor twijfel.
Volgens Brown moet het team simpelweg doorgaan en zich volledig richten op de komende race. Hij gaf aan dat iedereen moet blijven doen waar hij goed in is en dat de focus moet liggen op presteren op de baan.
Hij keek ook vooruit naar het moment dat de resultaten terugkomen. Daarbij stelde hij dat McLaren “weer races gaat winnen” en dat dat “eerder dan later” zal gebeuren.
Volgens hem zal het team op dat moment niet meer bezig zijn met details zoals snelheidsgrafieken of batterijen, maar simpelweg met het winnen van grands prix.
Achterstand zichtbaar op de baan
De problemen zijn niet alleen intern voelbaar, maar ook duidelijk zichtbaar op het circuit. In Melbourne finishte Norris bijna een minuut achter de winnende Mercedes van George Russell. Dat verschil laat zien hoe groot de kloof momenteel is.
Het gaat niet om kleine marges, maar om structureel tijdverlies. In China werd dat beeld bevestigd tijdens de kwalificatie. Piastri en Norris kwamen niet verder dan de vijfde en zesde plaats. Beiden zaten ongeveer een halve seconde achter de snelste Mercedes.
In de Formule 1 is dat een groot verschil, zeker in de strijd om poleposition en overwinningen. Die achterstand maakt het voor McLaren moeilijk om mee te doen in de kopgroep. Volgens teambaas Andrea Stella ligt de oorzaak vooral bij de aerodynamica van de MCL40.
Dat is opvallend, omdat het team dezelfde Mercedes powerunit gebruikt als de koplopers. Stella legde uit dat grip deels ontstaat door het optimaal gebruiken van de banden, maar dat dit niet het echte probleem is.
Hij gaf aan dat teams “vrij goed begrijpen hoe ze die banden moeten gebruiken in de kwalificatie”. Daarom ziet hij de kwalificatie als een duidelijke graadmeter. Volgens hem laat die zien wat het werkelijke verschil is, en dat ligt volgens hem “vanuit aerodynamisch oogpunt”.
De conclusie is dat McLaren simpelweg tekortkomt op dat vlak. Het team slaagt er niet in om voldoende neerwaartse druk te genereren. Dat tekort vertaalt zich direct in rondetijden en uiteindelijk in resultaten.
Na de race in Japan krijgt McLaren onverwacht extra tijd om aan de auto te werken. De grands prix in Bahrein en Saudi-Arabië zijn namelijk geannuleerd. Daardoor ontstaat een langere pauze dan gebruikelijk in het seizoen.
Die periode kan het team gebruiken om oplossingen te ontwikkelen. Het nadeel is dat die oplossingen pas echt getest kunnen worden tijdens een raceweekend. Dat betekent dat McLaren moet wachten tot de Grand Prix van Miami in mei.