Het was Stefano Domenicali zelf, de CEO van de Formule 1, die met een reeks uitspraken over sprintweekenden, vrije trainingen en zelfs kortere races de achterban tegen zich in het harnas joeg.
Zijn woorden vielen vlak voor de Grote Prijs van Italië, in gesprekken met journalisten. Domenicali strooide met plannen en prikkelende opmerkingen die allesbehalve neutraal klonken. Hij leek zelfs bewust te provoceren, alsof hij wist dat elke zin door de media zou worden opgepikt en uitvergroot.
En dat werkte: de reacties waren hevig en verdeeld. Domenicali begon bij het meest actuele onderwerp: sprintweekenden. Sinds de introductie in 2021 zijn er 21 sprints verreden, met tussendoor al een wijziging in het format.
Het oorspronkelijke idee van een sprintrace op zaterdag maakte plaats voor een schema met vrije training, sprintkwalificatie, sprintrace en vervolgens de race. Ook werd parc fermé na de sprintrace weer geopend.
Volgens Domenicali is dat een verbetering, maar nog steeds niet genoeg. Hij wees erop dat sprints vaak saai zijn doordat er geen verplichte pitstops bestaan, waardoor verschillen in banden nauwelijks ontstaan.
Voor de fans thuis is het bovendien lastig: wie op vrijdag werkt, mist een deel van de competitieve actie. Tegelijkertijd benadrukte hij dat sprintweekenden wel voordelen hebben.
Fans krijgen volgens hem meer waar voor hun geld en promotors zien hun evenement aantrekkelijker worden. Ook de coureurs, zo stelde Domenicali, zetten zich meer in dan vooraf gedacht.
“Iedereen wil sprintweekenden, behalve de oude nerds.”
Hij gaf toe dat niet alle circuits geschikt zijn. Oostenrijk 2023 noemde hij een perfect voorbeeld, zeker omdat het weer contrast bood tussen sprint en hoofdrace. Spa daarentegen vond hij minder geschikt.
Vrije trainingen onder druk
Na de sprints kwam Domenicali met een tweede controversieel punt: de waarde van vrije trainingen. Volgens hem zijn die alleen interessant voor specialisten, terwijl het grote publiek liever meer competitieve sessies ziet.
Hij verklaarde dat enquêtes onder fans zouden aantonen dat de meerderheid liever directe gevechten ziet dan lange oefensessies. Toch liet hij ook doorschemeren dat vrije trainingen niet volledig zouden verdwijnen, zeker niet tijdens sprintweekenden, waar nog één oefensessie blijft bestaan.
Critici merkten op dat niemand wist waar die enquêtes precies vandaan kwamen. Veel fans gaven online aan nooit een dergelijke vragenlijst te hebben gezien.
Domenicali zelf ging niet in op die kritiek, maar hield vol dat de data helder was: het publiek wil meer actie, minder voorbereiding. Misschien wel de meest explosieve uitspraak ging over de lengte van de races.
Domenicali suggereerde dat de huidige Grand Prix-afstanden te lang zijn, vooral voor jongere kijkers die liever highlights zien. Hij koppelde dit direct aan de populariteit van korte fragmenten op sociale media.
“De huidige races zijn misschien wat te lang voor jongere doelgroepen.”
Daarmee zette hij een discussie in gang die diep raakt aan de kern van de sport. Want waar veel fans juist houden van de klassieke 90 minuten spanning en opbouw, zag Domenicali ruimte voor inkorting.
Critici wezen erop dat dit weinig te maken heeft met aandachtsspanne en alles met betaalmuren: omdat Formule 1 in vrijwel alle markten achter een abonnement zit, kijken veel mensen noodgedwongen naar gratis highlights.
Bovendien wezen anderen erop dat juist lange formats als podcasts enorm populair zijn onder jong en oud. Het probleem ligt volgens hen niet bij de duur van de races, maar bij het gebrek aan spanning op de baan.
Reverse grids terug op tafel
Alsof de discussie nog niet fel genoeg was, haalde Domenicali ook het omstreden idee van reverse grids weer van stal. Het principe is simpel: snelle auto’s starten achteraan, waardoor inhaalacties gegarandeerd zijn.
Hij benadrukte dat dit idee eerder al op weerstand stuitte, maar dat meerdere coureurs het tijdens een recente bijeenkomst opnieuw opperden. Domenicali stelde dat de FIA het gesprek in de komende maanden weer zou oppakken.
“Bij de laatste meeting zeiden meerdere coureurs: waarom proberen we het niet?”
Voorstanders vinden het spectaculair en wijzen op successen in F2 en F3. Tegenstanders vrezen dat het de sportieve integriteit ondermijnt. Domenicali zelf hield de deur nadrukkelijk open, al erkende hij dat zo’n verandering groot en risicovol zou zijn.
Interessant was ook hoe Domenicali de coureurs zelf bij de discussie betrok. Waar in eerste instantie 18 van de 20 tegen sprintweekenden waren, zou volgens hem inmiddels de meerderheid vóór zijn.
“Zelfs Max, met wie ik één-op-één sprak, begint te zeggen dat het logisch is.”
Toch riepen zijn woorden scepsis op. Veel fans vroegen zich af of Verstappen echt van mening veranderd was of dat Domenicali bewust druk zette door hem publiekelijk te noemen. Want zoals critici opmerkten: als de CEO dit soort uitspraken doet, weet hij dat ze breed opgepakt en gecheckt zullen worden.