Terwijl de Formule 1 zich opmaakt voor een ingrijpende reset in 2026, staat één veteraan nog altijd midden in het debat over absolute topsport. Fernando Alonso begint aan zijn 23e seizoen in de koningsklasse en doet dat op 44-jarige leeftijd nog steeds op het hoogste niveau.
Niet als figurant, maar als maatstaf. De vraag die steeds luider klinkt: hoe lang kan dit nog doorgaan, en waarom blijft Alonso zo anders dan de rest? Voor Fernando Alonso is 2026 geen afscheidsronde, maar een nieuw ijkpunt.
De Spanjaard staat aan de vooravond van zijn 23e Formule 1-seizoen en blijft indruk maken met zijn snelheid, precisie en technische scherpte. Ondanks zijn leeftijd behoort hij nog altijd tot de coureurs die het maximale uit een auto weten te halen.
Alonso heeft al twintig jaar geen wereldtitel meer gewonnen. Zijn laatste kampioenschap dateert uit zijn tijd bij Renault, maar sindsdien is hij relevant gebleven, zelfs wanneer hij niet over winnende auto’s beschikte. Zijn toekomst hangt af van één doorslaggevende factor: competitief materiaal.
Hij heeft laten doorschemeren dat hij na het seizoen zou kunnen stoppen, maar alleen als blijkt dat Aston Martin geen auto kan leveren waarmee hij kan strijden voor overwinningen.
Aston Martin wacht op ommekeer
De afgelopen jaren verliepen moeizaam voor Aston Martin. Zowel Alonso als teamgenoot Lance Stroll kwam structureel tekort om het middenveld te ontstijgen. Consistentie ontbrak en echte doorbraken bleven uit, ondanks hoge verwachtingen.
De hoop is nu volledig gericht op 2026. Met nieuwe technische regels, de komst van Adrian Newey en de samenwerking met Honda wordt het project gezien als een mogelijke verrassing.
Damon Hill vergeleek de situatie zelfs met het Brawn-verhaal uit 2009, waarin een outsider plots de sport op zijn kop zette. Voor Alonso zou een competitieve Aston Martin betekenen dat hij eindelijk weer kan vechten voor die felbegeerde derde wereldtitel.
Volgens James Hinchcliffe beschikt Alonso over een vaardigheid die uniek is. In de Red Flags Podcast vertelde de voormalig IndyCar-coureur hoe hij Alonso’s onboardbeelden analyseerde en iets zag wat hij bij niemand anders herkent.
“Ga terug en kijk naar Fernando’s onboard. Ga een hele kwalificatie of een stint in een race met hem mee.”
Volgens Hinchcliffe is het niet één actie, maar een constante stroom aan aanpassingen die Alonso maakt tijdens het rijden.
“Die gast schakelt meer schakelaars om, drukt meer knoppen in en draait meer knoppen dan wie dan ook. Hij haalt op elk moment het absolute maximum uit die machine.”
Auto afstellen terwijl hij rijdt
Wat Alonso onderscheidt, is zijn vermogen om de auto bocht voor bocht te optimaliseren. Niet achteraf in de garage, maar terwijl hij onderweg is. Hij stemt zijn rijstijl voortdurend af op bandenslijtage, gripniveau en balans, zonder daarbij snelheid te verliezen.
“Hij stemt de auto per bocht af op een manier die letterlijk niemand anders doet. Het is echt krankzinnig om te zien.”
Zelfs wanneer het lijkt alsof Alonso misschien te veel doet, blijkt dat volgens Hinchcliffe geen nadeel te zijn.
“Soms denk ik: doe je niet te veel? Ben je niet te veel bezig? Maar ik denk niet dat hij daar ooit onder zal lijden.”
Die unieke aanpak kan cruciaal blijken onder de nieuwe regels van 2026. De Formule 1 krijgt dan te maken met ingrijpend aangepaste auto’s, actieve aerodynamica en sterk gewijzigde powerunits.
In zo’n onstabiele omgeving is aanpassingsvermogen minstens zo belangrijk als pure snelheid. Alonso’s jarenlange ervaring, gecombineerd met zijn vermogen om direct feedback te vertalen naar rondetijd, maakt hem volgens velen een sleutelpersoon in de ontwikkelingsfase.
Zelfs als Aston Martin niet direct de snelste auto bouwt, kan Alonso helpen om sneller dan anderen vooruitgang te boeken. Dat verklaart ook waarom hij, ondanks zijn leeftijd, nog altijd wordt gezien als een van de meest waardevolle coureurs op de grid.