Kimi Antonelli reed op het scherp van de snede door een snelheidsverschil van dertig kilometer per uur, en het was Ferrari dat daarvoor verantwoordelijk was.
Lewis Hamilton wil nu weten waarom zijn eigen team op de rechte stukken van Spielberg zo veel terrein verliest ten opzichte van Mercedes.
De zevenvoudig wereldkampioen richt zijn pijlen niet op vermogen, maar op iets subtielers: de manier waarop Ferrari energie inzet tijdens een ronde.
Ferrari startte de Oostenrijkse Grand Prix ingeklemd tussen de twee Mercedes-auto’s. George Russell vertrok vanaf pole position, met Charles Leclerc naast hem op de eerste startrij. Hamilton startte als derde, met Antonelli op de tweede rij naast hem.
Mercedes trok uiteindelijk aan het langste eind. Russell won de race en Antonelli stond mee op het podium. Voor Ferrari verliep de zondag minder soepel: Hamilton finishte als vijfde, Leclerc als achtste.
De bandenslijtage was voor Ferrari al een zichtbaar probleem in Oostenrijk. Maar dat bleek niet het enige knelpunt van de Scuderia dit weekend.
In de cooldown room, kort na de race, kwam het onderwerp ter sprake toen Russell de pace van Ferrari aansneed. Antonelli reageerde fel op wat hij tijdens de race had meegemaakt.
“Ze waren zo langzaam. Ze deployden zo raar. Ik knalde bijna tegen Leclerc aan bij bocht 1 in ronde 2, door het snelheidsverschil. Ik denk dat ik zo’n dertig kilometer per uur sneller ging.”
Die uitspraak van de Mercedes-coureur bevestigde wat Hamilton dit seizoen al vaker had aangekaart: Ferrari’s tekort op de rechte stukken.
Hamilton benoemt het snelheidstekort van Ferrari niet voor het eerst in 2026. Ook na de Oostenrijkse Grand Prix sprak hij in vergelijkbare bewoordingen tegenover Sky F1.
“Op vrijdag stonden we zes tiende achter, puur in de snelheid op het rechte stuk,” vertelde hij.
Hamilton voegde daaraan toe dat hij nog moet uitzoeken wat precies de oorzaak was op zondag, maar verwacht dat het verschil aanzienlijk was. Daarnaast speelde ook grip een rol: Ferrari kon op dat vlak het tempo van de concurrentie niet bijbenen.
Volgens Hamilton verliest Ferrari energie tijdens de deployment-fase, terwijl de Mercedes W17 dat vermogen langer vasthoudt op de rechte stukken. Dat verschil, zegt hij, is waar Ferrari zich nu op moet richten.
De Brit onderstreepte dat dit geen probleem is dat snel te verhelpen valt, ondanks de urgentie die hij er zelf aan toekent. Hij legde uit dat het probleem niet aanvoelt als een tekort aan pure kracht.
Uit de bochten heeft de auto genoeg “grunt”, maar aan het einde van het rechte stuk valt de deployment weg. Bij Ferrari zakt dat vermogen terug, terwijl het bij Mercedes juist aanhoudt.
“Onze energie zakt gewoon weg, en vooral Mercedes blijft maar doorgaan,” aldus Hamilton. “Dus we moeten kijken naar het waarom en hoe we dat kunnen verbeteren. Maar dat gaat niet snel gebeuren.”
Deployment-efficiëntie zit diep verankerd in de energiemanagementarchitectuur van een Formule 1-auto. Als het probleem inderdaad in dat systeem zit, en niet in de ruwe prestaties van de verbrandingsmotor, dan is een simpele motorupdate of kortetermijnkalibratie geen oplossing.
Een fundamentele herziening van hoe energie wordt opgewekt, opgeslagen en vrijgegeven tijdens verschillende fases van de ronde is dan nodig. Zo’n aanpassing vraagt meerdere upgradecycli, geen weken, en dat verklaart de voorzichtigheid in Hamiltons woorden.
Krijg als eerste toegang tot het laatste Formule 1-nieuws