De FIA verwacht dat de verbrandingsmotor (ICE) in 2026 de eerste en belangrijkste prestatie-onderscheider wordt in de Formule 1.
Dat is opvallend in een tijdperk waarin elektrificatie, actieve aerodynamica en duurzame brandstoffen centraal staan. Toch ziet de autosportbond duidelijke redenen waarom juist de ICE aan het begin van het nieuwe reglement het verschil gaat maken.
Niet één slim aero-detail, maar de basis van de powerunit bepaalt wie sterk begint en wie moet achtervolgen. Volgens de FIA is het vrijwel onvermijdelijk dat nieuwe regels in eerste instantie voor grotere verschillen zorgen.
Dat geldt zeker nu 2026 niet alleen een motorreset is, maar een volledige technische herstart van de Formule 1. FIA verwacht dat vooral de interne verbrandingsmotor in de beginfase de grootste prestatieverschillen veroorzaakt.
Dat heeft meerdere oorzaken die samenkomen in één seizoen. Er zijn nieuwe motorfabrikanten, volledig nieuwe ICE-regels en een andere balans tussen elektrisch en verbrandingsvermogen.
Dat betekent dat teams en fabrikanten niet voortbouwen op bestaande oplossingen, maar opnieuw moeten ontdekken waar de efficiëntie en prestaties te halen zijn.
Nikolas Tombazis gaf aan dat juist die combinatie vrijwel automatisch leidt tot initiële verschillen. Sommige fabrikanten zullen simpelweg sneller het juiste concept vinden dan anderen.
Tegelijk benadrukt de FIA dat dit geen herhaling mag worden van 2014, toen één motorconcept de sport jarenlang op slot zette.
Waarom de FIA 2014 koste wat kost wil voorkomen
Bij de start van het hybride tijdperk in 2014 arriveerde Mercedes met een powerunit die zo ver voorlag op de rest, dat echte concurrentie jarenlang onmogelijk was. Die dominantie werd al vroeg verankerd en was nauwelijks in te halen.
De FIA erkent dat zo’n scenario in theorie opnieuw mogelijk is in 2026. Daarom zijn er dit keer bewust vangnetten ingebouwd om langdurige machtsverschillen te voorkomen.
De belangrijkste maatregel is het zogeheten ADUO-systeem. Dit mechanisme kijkt niet naar reputatie of budget, maar puur naar gemeten prestaties van de verbrandingsmotoren.
Na elke blok van zes races analyseert de FIA het vermogen van alle ICE’s. Fabrikanten die achterlopen, krijgen extra ontwikkelingsruimte. ADUO-systeem in het kort:
| Achterstand t.o.v. beste ICE | Toegestane extra upgrades |
|---|---|
| 2% – 4% | 1 extra upgrade |
| Meer dan 4% | 2 extra upgrades |
Dit systeem is bedoeld om het veld gecontroleerd naar elkaar toe te trekken, zonder het principe van technologische competitie los te laten.
Een cruciaal verschil met eerdere reglementswijzigingen is dat 2026 geen geïsoleerde motorupdate is. Het hele technische pakket gaat op de schop. Teams krijgen te maken met:
- volledig nieuwe motorregels
- een nieuw chassisconcept
- actieve aerodynamica
- een overstap naar volledig duurzame brandstoffen
Volgens de FIA zorgt die allesomvattende reset ervoor dat prestaties niet alleen door één factor worden bepaald. Hoewel de ICE aanvankelijk het grootste verschil maakt, verwacht men dat aerodynamische keuzes snel belangrijker worden.
Tombazis gaf aan dat ook bij de aerodynamica meerdere oplossingen zullen ontstaan, net zoals bij de start van de 2022-regels met verschillende sidepod-concepten. In dat tijdperk convergeren teams uiteindelijk richting de best werkende filosofie.
Diezelfde beweging verwacht de FIA opnieuw, maar dan breder en sneller.
Grotere verschillen aan het begin, kleinere later
De FIA is opvallend eerlijk over wat fans mogen verwachten in 2026. De grid zal niet direct zo close zijn als in 2025. De verschillen aan het begin van het seizoen worden juist groter. Dat beeld wordt gedeeld door teams én door bandenleverancier Pirelli.
Eerste simulaties lieten grote variatie zien in downforce- en belastingwaarden tussen teams. Later in 2025 ontving Pirelli nieuwe simulaties, gericht op het einde van 2026. Die lagen al veel dichter bij elkaar, wat de verwachting van de FIA ondersteunt dat de prestaties zullen convergeren.
Volgens Tombazis ligt de sleutel niet in het begin, maar in wat er daarna gebeurt. Als de regels werken zoals bedoeld, wordt het veld uiteindelijk nog compacter dan in het huidige reglement.
Een belangrijk punt dat de FIA benadrukt, is dat spanning niet uitsluitend wordt bepaald door het verschil tussen de snelste en langzaamste auto.
Volgens Tombazis wordt de aantrekkelijkheid van een seizoen vooral bepaald door hoe dicht de tophelft van het veld bij elkaar zit. Teams die vechten om punten, podiums en overwinningen bepalen het verhaal van een kampioenschap.
Zelfs als één of twee teams het in het begin lastig hebben, betekent dat niet automatisch een saai seizoen. Zolang meerdere teams structureel om zeges strijden, blijft de sport competitief.
Daarmee nuanceert de FIA de angst voor grotere verschillen. Het gaat minder om absolute marges en meer om wie elkaar aan de voorkant kan bevechten. De vroege voorspelling van de FIA schetst een duidelijk beeld.
In 2026 zal de verbrandingsmotor de eerste onderscheidende factor zijn, vooral in de openingsfase van het seizoen.
Daarna verschuift het speelveld. Aerodynamica, chassisbegrip en ontwikkelsnelheid worden steeds bepalender. Dankzij vangnetten zoals het ADUO-systeem verwacht de FIA dat langdurige dominantie wordt voorkomen.