Sprintweekends trekken meer publiek, zorgen voor extra aandacht op televisie en leveren sterke cijfers op sociale media op, maar steeds meer invloedrijke stemmen vinden dat de races zelf juist minder spannend worden.
Dat is precies waarom Christian Horner en meerdere betrokkenen pleiten voor ingrijpende veranderingen.
Met plannen om het aantal sprintweekends vanaf 2027 mogelijk te verdubbelen naar twaalf groeit de druk om een format aan te passen dat volgens critici te weinig risico, te weinig spektakel en te veel voorspelbaarheid oplevert.
Al vroeg op zaterdag ontstaat volgens tegenstanders van het huidige systeem al een probleem dat de rest van het weekend beïnvloedt. Zodra teams hun prestaties over langere afstand hebben laten zien, verdwijnt een deel van de onzekerheid die normaal gesproken een Grand Prix spannend maakt.
Horner noemt dat zelfs één van de grootste zwakke punten van het huidige sprintconcept. Volgens hem onthullen de races te snel welke teams daadwerkelijk de beste racepace hebben.
Sinds de introductie van het standalone sprintformat bestaat een sprintweekend uit meerdere vaste onderdelen die inmiddels bekend zijn bij teams en fans.
Op vrijdagmiddag wordt de sprintkwalificatie verreden. Die sessie bepaalt uitsluitend de startopstelling voor de sprintrace. Vanaf dat moment geldt parc fermé, waardoor auto’s tot na de sprint geen grote setup-wijzigingen mogen ondergaan.
Vervolgens staat op zaterdagochtend de sprintrace op het programma. Die wedstrijd beslaat ongeveer 100 kilometer, wat neerkomt op ongeveer een derde van een volledige Grand Prix-afstand.
Later op zaterdag volgt de reguliere kwalificatie voor de Grand Prix. Die sessie bepaalt de startopstelling voor de race op zondag en staat dus volledig los van het sprintresultaat.
Tijdens de sprint worden punten uitgedeeld aan de eerste acht finishers volgens het systeem 8-7-6-5-4-3-2-1. De winnaar ontvangt acht punten, terwijl de nummer acht nog één punt krijgt.
Voor 2026 staan zes sprintweekends op de kalender. Het seizoen begint met de Chinese Grand Prix op 14 en 15 maart, gevolgd door Miami van 1 tot en met 3 mei.
Daarna volgen nieuwe sprintlocaties in Canada van 22 tot en met 24 mei, Silverstone van 3 tot en met 5 juli, Zandvoort van 21 tot en met 23 augustus en Singapore van 9 tot en met 11 oktober.
Opvallend is dat Spa, Austin, São Paulo en Qatar verdwijnen van de sprintkalender ten opzichte van 2025. Tegelijkertijd wordt al gesproken over een uitbreiding naar maximaal twaalf sprintweekends vanaf 2027.
Veel kritiek richt zich op een gebrek aan wat Horner omschrijft als “jeopardy”. Daarmee doelt hij op risico, onzekerheid en de noodzaak om echt alles uit de kast te halen.
Coureurs hebben tijdens een sprintweekend namelijk nog een veel belangrijkere race voor de boeg. Daardoor denken zij automatisch aan bandenbeheer, mogelijke schade en de gevolgen voor zondag.
Een crash in een sprintrace kan grote gevolgen hebben voor de Grand Prix. Dat maakt veel teams voorzichtig. De beloning van maximaal acht punten weegt volgens critici simpelweg niet op tegen de risico’s.
Daardoor ontstaan regelmatig races waarin posities grotendeels behouden blijven. De verwachte aanvallen blijven uit en spectaculaire gevechten worden schaars.
Horner vatte dat probleem samen toen hij stelde:
“Ik denk dat je er wat meer spanning aan moet toevoegen.”
Volgens de Red Bull-teambaas verandert een sprint zonder risico langzaam in een verlengde trainingssessie met punten. Dat is precies het tegenovergestelde van wat de Formule 1 wilde bereiken met de introductie van het concept.
Waarom sprints de spanning van zondag kunnen verpesten
Naast het gebrek aan spektakel bestaat er nog een tweede kritiekpunt dat mogelijk nog fundamenteler is.
Tijdens een normale Grand Prix blijft vaak tot diep in de race onduidelijk welk team daadwerkelijk de beste racepace heeft. De sprint haalt een deel van die verrassing weg.
Teams krijgen op zaterdag namelijk al honderd kilometer aan bruikbare data. Ze zien direct welke auto’s sterk zijn op lange runs, welke teams problemen hebben met bandenslijtage en wie waarschijnlijk de favoriet is voor zondag.
Dat heeft volgens Horner een ongewenst effect op de rest van het weekend. Teams kunnen strategieën aanpassen en fans krijgen al vroeg antwoorden op vragen die normaal pas tijdens de Grand Prix worden beantwoord.
Hij waarschuwde zelfs dat sprints de zondag minder spannend kunnen maken doordat ze “answers about the true race-pace of each team” geven voordat de hoofdrace überhaupt begint.
De onzekerheid die motorsport zo aantrekkelijk maakt, verdwijnt daardoor gedeeltelijk al op zaterdag. Een ander veelgehoord bezwaar is dat de sprint te veel lijkt op een verkorte Grand Prix.
De regels verschillen nauwelijks van een normale race. Coureurs starten, rijden een kortere afstand en verzamelen punten. Voor veel fans voelt het daardoor niet als een uniek evenement.
Critici omschrijven het soms als extra training met een kleine beloning. Hoewel het officieel een wedstrijd is, ontbreekt volgens hen een duidelijke reden waarom deze race fundamenteel anders is dan de Grand Prix zelf.
Dat is opvallend, omdat het oorspronkelijke doel juist was om een nieuw en onderscheidend onderdeel aan het weekend toe te voegen.
Horner benadrukt daarom dat hij niet tegen het sprintconcept zelf is. Integendeel. Hij stelde:
“Ik denk dat het concept van de sprint nog steeds goed is, maar de uitvoering ervan… moet nog wat worden bijgesteld.”
Die uitspraak onderstreept dat de discussie niet gaat over het bestaan van sprints, maar over de manier waarop ze momenteel zijn ingericht. De meest besproken oplossing blijft een reverse grid.
Bij dat systeem zou de top tien van de sprintkwalificatie omgekeerd starten. De nummer tien krijgt poleposition, terwijl de snelste coureur terugvalt naar de tiende plaats.
Volgens voorstanders ontstaat daardoor automatisch meer actie. Snellere auto’s moeten zich een weg naar voren banen en krijgen meer mogelijkheden om in te halen.
Horner verwees zelf naar dat idee toen hij sprak over “Whether you do a reverse the top 10 or something…”. Vooral jongere fans zouden volgens supporters enthousiast zijn over de extra onvoorspelbaarheid en het grotere aantal gevechten op de baan.
Tegenstanders zien echter een ander probleem. Zij vinden dat een reverse grid de sportieve integriteit aantast doordat sterke prestaties worden bestraft in plaats van beloond. Een tweede voorstel richt zich op het prijzensysteem.
Momenteel ontvangt de winnaar acht punten, maar sommige ideeën gaan aanzienlijk verder. Er wordt gesproken over schema’s zoals 12-10-8-6-4-3-2-1. Nog radicalere voorstellen noemen zelfs een beloning van 25 punten voor de sprintwinnaar.
Het doel daarvan is duidelijk. Als er meer te winnen valt, worden coureurs eerder verleid om risico te nemen. Horner benadrukte dat ook toen hij zei dat er voldoende punten moeten zijn “to make it worth the drivers to really go for it.”
Daarnaast onderzoekt de Formule 1 een unieke sprintkwalificatie. Daarbij wordt gekeken naar een terugkeer van oudere kwalificatieconcepten en alternatieve formats.
Mogelijke varianten zijn meerdere sessies met verschillende brandstofladingen, een scheiding tussen sprint- en Grand Prix-setups of afwijkende bandenregels die alleen tijdens sprints gelden.
Al die ideeën hebben hetzelfde doel: de sprint een eigen karakter geven.