De discussie draait vooral om één centrale vraag: zijn de nieuwe regels een verbetering of juist een stap terug? Volgens Nikolas Tombazis is het antwoord duidelijk.
Hij noemt het pakket “fundamenteel goed” en maakt meteen duidelijk dat er volgens hem geen reden is tot paniek. De FIA ziet de aanpassingen als een logisch proces dat hoort bij grote regelwijzigingen.
Tombazis gebruikt daarbij een opvallende vergelijking. Hij stelt dat de sport niet “op de intensive care ligt”, maar slechts wat aanpassingen nodig heeft. Denk aan kleine verbeteringen, geen complete operatie.
“We geloven fundamenteel dat we een goed pakket hebben en dat het normaal is om aanpassingen te doen.”
Volgens hem gaat het dus om evolutie, niet om revolutie. Kleine tweaks moeten het geheel beter maken, zonder de basis aan te tasten. En dat is precies waar de meningen botsen.
Waar de FIA spreekt van finetuning, ziet Max Verstappen iets heel anders. Hij noemt de regels namelijk “fundamenteel verkeerd”, en dat is geen nuanceverschil.
De viervoudig wereldkampioen was al tijdens de wintertests kritisch en gebruikte toen zelfs de term “anti-racing”. Dat is stevige taal in een sport waar racen centraal staat.
Tijdens een recent optreden gaf hij toe dat de gesprekken een stap vooruit zijn. Maar tegelijk waarschuwt hij dat het probleem dieper zit.
“Je kunt deze regels een beetje aanpassen, maar fundamenteel is er iets mis.”
Hij voegt daar nog iets aan toe dat de spanning verder opvoert: niet iedereen durft dat hardop te zeggen. Volgens Verstappen is het probleem breder dan alleen zijn mening.
En dat roept een interessante vraag op: hoeveel coureurs denken hetzelfde, maar houden zich stil? Ondertussen heeft de FIA wel degelijk concrete veranderingen doorgevoerd. Die kwamen voort uit meerdere meetings in april tussen teams, fabrikanten en coureurs.
De belangrijkste focus ligt op energiebeheer. Zo is de maximale energie-opslag verlaagd van 8MJ naar 7MJ om het constante “opladen” te verminderen. Daar tegenover staat een verhoging van het vermogen van de zogeheten super clip naar 350 kW.
Dat moet ervoor zorgen dat coureurs minder bezig zijn met energie managen en meer kunnen racen. Ook tijdens races verandert er veel. Het extra vermogen via de boost wordt beperkt tot +150 kW om grote snelheidsverschillen te voorkomen.
Daarnaast blijft de MGU-K inhaalzones ondersteunen met 350 kW, maar wordt dit op andere delen van het circuit teruggebracht naar 250 kW. Alles draait om balans tussen snelheid en controle. En veiligheid speelt een grotere rol dan ooit.
Nieuwe systemen moeten risico’s beperken
Bij de start van races introduceert de FIA een nieuw systeem dat auto’s detecteert die te langzaam accelereren. In dat geval grijpt het systeem automatisch in. De MGU-K wordt dan ingezet om een minimale acceleratie te garanderen.
Tegelijkertijd gaan waarschuwingslichten knipperen zodat andere coureurs sneller kunnen reageren. Ook is er een aanpassing gedaan aan de energieteller bij de formatieronde, om eerdere inconsistenties op te lossen.
In natte omstandigheden wordt eveneens ingegrepen. De temperatuur van intermediate banden gaat omhoog om meer grip te bieden bij de start. Daarnaast wordt het ERS-vermogen beperkt om het rijgedrag beter controleerbaar te maken.
En de verlichting aan de achterkant van de auto’s wordt simpeler en duidelijker. Het doel is helder: minder risico, meer voorspelbaarheid. Volgens Mohammed Ben Sulayem is het proces juist een voorbeeld van goede samenwerking.
Hij benadrukt dat alle partijen intensief hebben samengewerkt. Coureurs speelden daarin zelfs een grotere rol dan ooit tevoren. Ook Lando Norris gaf aan dat de betrokkenheid van rijders opvallend hoog was.
De FIA ziet dat als een positief signaal. Meer input moet leiden tot betere regels. Maar Verstappen kijkt daar anders naar. Hij denkt juist dat de basis niet klopt, ongeacht hoeveel input er is geweest.
En dat verschil in visie maakt de discussie zo interessant. Alsof dat nog niet genoeg is, gooit Verstappen nog een ander idee op tafel. Hij pleit voor een terugkeer van oudere motorconcepten.
Hij noemt specifiek V10- en V8-motoren, die respectievelijk in 2005 en 2013 verdwenen uit de sport. Volgens hem zou dat de sport aantrekkelijker maken. De FIA heeft dat idee al eerder onderzocht.
Er werd zelfs een werkgroep opgericht om de mogelijkheden van V10-motoren op duurzame brandstof te bekijken. Dat idee kreeg extra aandacht toen Ben Sulayem zelf suggereerde dat dit een optie kon zijn voor de toekomst.
Maar voorlopig blijft het bij discussies. De meeste nieuwe regels worden ingevoerd vanaf de Grand Prix van Miami op 3 mei. Sommige onderdelen, zoals de startprocedures, worden daar eerst getest.
Daarna volgt een evaluatie voordat ze definitief worden ingevoerd. Het wordt daarmee een belangrijk moment. Niet alleen voor de techniek, maar ook voor het debat.